
Dezer dagen breng ik heel wat uurtjes door op de home-trainer. Het is een lelijke witte droogfiets, die ik van mijn vader erfde. Dat ik erop zit is niet uit vrije wil, het maakt onderdeel uit van mijn herstel van een lastige blessure aan mijn linker achillespees. De home-trainer is de makkelijkste methode om vier keer per week een uur mijn hartslag rond de 145 slagen per minuut te houden. Na afloop staat er dan een plasje zweet op de planken vloer van de slaapkamer.
Een belangrijk probleem bij het droogfietsen is dat je zintuigen je geen enkel signaal geven dat je beweegt, terwijl je toch een flinke inspanning levert. In mijn bewustzijn levert dat een ergerlijke leemte op, die ik de eerste week vulde met een televisie. Het ritme van CNN bleek nog het best te kloppen bij de vreemde mix van verveling en agressie die de droogfiets bij me opwekt.
Nu kun je zeggen, ga rechtop zitten, laat de beentjes gaan en lees een boek, de krant, een tijdschrift, eventueel met de radio aan. Die radio levert een vergelijkbaar probleem op als de televisie. De meeste muziekzenders werken bij het hard droogfietsen op de zenuwen en de zenders met gepraat worden al snel onverdraaglijk als het adrenaline-niveau bij de luisteraar oploopt. En lezen is stomweg onmogelijk. Misschien dat kalmpjes pedaleren dat toestaat. Maar om een hartslag van 145 te hebben en te houden moet ik echt hard fietsen en na een minuut of tien begin je daarbij te zweten als een otter. Het gutst van mijn tronie, armen, benen en dat terwijl ik een handdoek om de hals geslagen heb. Geen lees-vriendelijke bezigheid.
Mijn oplossing was een virtuele. Ik ging voorover hangen over het stuur en sloot de ogen. Ik beeldde me in dat ik voor mijn huis aan de stoeprand stond. Onder me een prachtige witte koersfiets. Ik was gestoken in een al even hagelwit wielertenue. Compleet met professionele helm. Ik zette af en klikte mijn schoenen vast aan de pedalen. Langzaam trok ik me op gang, naar de overkant, om op de brug naar de Marnixstraat al wat vaart te maken. Daarna ging het harder. In mijn virtuele wielerrondje is uiteraard nauwelijks verkeer en alle verkeerslichten staan op groen. Met een vaartje van boven de twintig per uur koers ik richting Haarlemmerplein. Het idee is om echt iedere meter van een fietstocht naar Blijburg, het strand aan het uiterste puntje van IJburg en terug te maken. En dat in een realistisch tempo. Dus tussen de vijfentwintig en dertig kilometer per uur, zeggen we maar. Zodat mijn voorstelling van het heen en weer fietsen ook echt zolang duurt als het op een koersfiets maken van het ritje, onder ideale omstandigheden.
Het leverde een opmerkelijk prettige ervaring op. Het was leuk om al die gevels en kruispunten voor het geestesoog af te spelen en verrast te worden van al die details en gekke herkenningspunten die in mijn geheugen blijken te zitten. Ook de voortdurende vraag of mijn voorstelling van de route de juiste snelheid had bleek een krachtige bestrijder van de verveling. Al snel ging ik helemaal op in mijn ritje naar IJburg. Ik nam gewoon de Piet Hein Tunnel, in mijn virtuele Amsterdam werd er ruim baan voor me gemaakt, zodat ik mijn tubes kon laten zingen over het asfalt in de tunnel. Zonder met auto’s rekening te houden de ideale lijn volgen.
Ik had natuurlijk op Blijburg een colaatje kunnen drinken, gezeten op het strandterras aan het water. Maar dat deed ik niet, op de ongeplaveide parkeerplaats maakte ik een rondje en reed in matig tempo naar het eindpunt van lijn 26. Daar, op de lange weg die het eiland doormidden deelt maakte ik weer vaart en bereikte alweer diep ademend de brug die me het eiland afbracht. Na 57 minuten was ik terug bij politiebureau Raampoort. Daar kwam ik overeind, de benen stil, uitbollend bereikte ik mijn voordeur.
Morgen rijd ik wat verder: naar de vuurtoren in IJmuiden en terug. Hopelijk zitten de beelden van de route nog in mijn hoofd.