Dirk van Weelden

June 10, 2008

Universal 1948

Filed under: Op straat, Schrijfmachine — Dirk van Weelden @ 12:05 pm

 

 

Op een Koninginnenacht liep ik door de alsmaar gekker wordende stad. Bij een kraam hoek Kinkerstraat/Marnixstraat, zat een man van wie ik me niets meer herinner. Hij verkocht deze Underwood Universal uit 1948 voor iets van twintig gulden. Vol opwinding en ongeloof droeg ik de machine naar huis. In een houten koffer. Een nieuw lint was genoeg. De onderstaande ‘typecast’ heb ik erop geschreven. Een soepele en snelle machine, die een weids en helder letterbeeld geeft. Ik heb geen idee hoe ik erbij kom, maar deze schrijfmachine komt op mij altijd mysterieus over. Heb ik totaal niet bij de andere Underwoods waarop ik schrijf of de geliefde Alpina.  

 

 

Meer foto’s van schrijfmachines en informatie hoe mensen eraan kwamen (waaronder een paar van de mijne) hier:Typewriter collections 

June 7, 2008

Typewriter bodies

Filed under: Schrijfmachine, Uncategorized, typecasts — Dirk van Weelden @ 8:36 pm

    

June 4, 2008

Typecast #2

Filed under: typecasts — Dirk van Weelden @ 9:23 pm

Het Typecast Besluit

Filed under: Beeld, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 10:06 am

Mijn bericht over het transdigitale gebruik van de schrijfmachine (of zoals het bij sommige bloggers in Amerika heet, post-Millenial typewriter use) was getoond als typoscript, vooral om aanschouwelijk te maken waar ik het over had. Maar ondanks het wat versleten lint en de niet optimale technische verwerking, trok het meteen de aandacht van de bloggers die ik in mijn bericht noemde.     

 

Met als gevolg een opgetogen email-correspondentie met de mevrouw van Strikethru.net.  Of ik foto’s wilde maken van mijn schrijfmachines, zoals zij en haar vrienden deden, om die dan te delen in een gemeenschappelijk foto-album op Flickr, waar alleen maar foto’s van schrijfmachines worden uitgewisseld. En dat ze mijn typecasts en berichten op dit weblog zou proberen te lezen met behulp van automatische vertaal-programma’s.    

Wat een armoei, dacht ik en voor ik er erg in had schreef ik dat ik er serieus over dacht in het vervolg typecasts in het Engels te doen, aangezien de liefhebbers ervan in de Verenigde Staten wonen voorzover ik het nu kan overzien. Ik schreef haar erbij, en mijn Nederlandse lezers zullen er niet al te veel bezwaar tegen maken. Hoop ik dan. Als ik al Nederlandse of Vlaamse lezers heb. Goed dit dus om lucht te geven aan het Typecast Besluit van 3 juni 2008. Om de contacten ten behoeve van het onderzoek naar de transdigitale schrijfmachine te bevorderen, pubiceer ik hier typecasts in het Engels. Ook nog goed voor mijn Engels. Mocht ik taalkundige stommiteiten uithalen, dan verzoek ik iedereen me te corrigeren, uiteraard. 

May 28, 2008

Wil je onzichtbaar zijn?

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 9:10 pm

Een nakomende gedachte, na het hele gedoe van het maken van het vorige bericht. Toen mijn schik dat het gelukt was om een bladzijde typoscript in dit blog op te nemen wat bekoeld was, bedacht ik me het volgende. Zoekmachines nemen de inhoud van zulke teksten die als beeld (jpeg) zijn ingeladen niet als tekst waar.

 

Alleen een titel of een etiket (tag) zorgt ervoor dat ze boven komen drijven in de context die ontstaat als iemand verwante zoektermen intikt in het zoekvenster.Wie zijn teksten ‘typecast’ wordt grotendeels onzichtbaar voor de leesmachines die het verkeer van automatische verbindingen regelen op het internet. Daarmee werp je een drempel op. Je wordt moeilijk vindbaar. 

 

Alleen als iemand zijn hele blog wijdt aan dit procedee en ermee verwante verschijnselen en dat door titel en ondertitel bekend maakt kun je hem als lezer vinden, via tekstuele zoektermen.Je zit in een blinde vlek van de zoekmachines. Of althans voorzover het tekst betreft. Want ook op afbeeldingen kun je zoeken. Maar toch is dat een storende factor: om gelezen te worden (want dat wil toch iedereen die iets schrijft en openbaar maakt) jezelf vermommen als plaatje.  

 

Ik heb vanmiddag de eerste bladzijde van het typoscript hieronder ook bewerkt met Adobe Reader pro 7 en door middel van OCR (optische tekenherkenning) een pdf bestand gemaakt dat je wel digitaal kunt doorzoeken, maar niet bewerken. Er zaten opmerkelijk genoeg geen fouten in. Wel waren er woorden die het systeem niet herkende, maar dan had hij de oorspronkelijke letters opgenomen. Tweede opvallende feit was dat het lettertype waarin het programma me de tekst toonde sterk leek op dat van de schrijfmachine waarop ik het geschreven had. Ik zal op een andere machine (bv. mijn Underwood Touchmaster 5) iets schrijven en kijken of dat iets uitmaakt.

 

Dit zijn de mogelijkheden: 1. typoscript overtikken op je digitale toetsenbord.

 2. typoscript inscannen als jpeg (typecasting)

3. typoscript via OCR als pdf bestand in je blog opnemen.

Mijn voorkeur (nog weer een kwaliteitsverhogende procedure) gaat uit naar de eerste. Het komt neer op optimale trouw aan de schrijfmachine en optimale erkenning van de digitale werkelijkheid. 

Transdigitaal

Filed under: Gelezen, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 1:30 pm

  

 Cerno

Strikethru

Californische trend

 Filosofie professor geinterviewd over de ‘onmiddelijkheid’ van het machineschrijven . Dit is een audiofile.  

Een reusachtige schrijfmachine die verschenen is in SecondLife. Alsof Willem Frederik Hermans’ moordzuchtige schrijfmachine aan de Vijzelstraat, zoals die voorkomt in Het Evangelie van O. Dapper Dapper een virtueel tweede leven is begonnen.   

Een orkest uitsluitend bestaand uit schrijfmachines.  

 Twee voorbeelden van software, die het schrijven aan de schrijfmachine nabootsen op een computer.  Visual Typewriter laat een virtuele schrijfmachine op het scherm verschijnen die doet alsof je erop schrijft. En  Blockwriter dat in feite een extreem versimpelde of zo je wilt gehandicapte tekstverwerker is, die het virtuele karakter van wat je typt saboteert.

May 19, 2008

De wereld van 609

Filed under: eigen boeken — Dirk van Weelden @ 11:33 am

De eerste reacties op het verschijnen van De Wereld van 609 dienen zich aan. Ed Schilders in de Volkskrant van vrijdag 16 mei en Janet Luis in NRC Next en NRC Handelsblad van diezelfde dag schreven korte, maar opgetogen signalementen die voor de hedendaagse consument werden ingedikt tot een waardering van vier van de vijf beschikbare sterren. Op 4 mei vond in de theater-kelder va Boekhandel Donner in Roterdam een literaire middag plaats in de serie Lezen etcetera Live. De Chef Boeken van het NRC Handelsblad, Pieter Steinz, had me uitgenodigd te praten over De Wereld van 609Hier kun je luisteren naar een geluidsopname.  Op de website van mijn uitgever, Augustus, zijn samenvattingen van de publiciteit te lezen. Daar bestaat ook de mogelijk om onmiddellijk het boek te kopen en thuis te laten bezorgen.   

May 9, 2008

Olympia SM3

Filed under: Op straat, Schrijfmachine — Dirk van Weelden @ 4:16 pm

 

In de loop der jaren heb ik op Koninginnedag heel wat mooie schrijfmachines op de kop getikt. Een schitterende Underwood Universal uit 1948 zo’n tien jaar geleden onder andere. En de imposante Hermes Ambassador (een reus van een kantoormachine met brede wagen) voor drie euro vorig jaar nog. Lintje erin en ze waren gebruiksklaar.

Dit jaar nam ik me voor geen tijd of moeite te steken in het zoeken naar schrijfmachines. Ik liep naar het huis van vrienden op de Lauriergracht waar onze dochter bij haar vriendinnetje een vrijmarkt-plaatsje ging uitbaten en zei hardop: ‘Ik ga niet zoeken en zelfs als ik toevallig schrijfmachines te koop zie, laat ik ze staan. Tenzij het echt iets heel bijzonders is.’

 De dag kabbelde voorbij. Er stond een koude wind. Af en toe maakte ik een ommetje over de grachten en door de straatjes. Ik kocht een schreeuwlelijke Bruna editie (Nederlandse vertaling) van J.G. Ballards Concrete Island uit de jaren zeventig voor twee euro en werd geleidelijk aan bloedchagrijnig. Verveling, onvrede, kou, genoeg van de herrie.

 Ik zit knorrig onder een parasol in een garage aan de gracht en lurk aan een glas wijn als mijn dochter Iris en haar vriendinnen Floor en Soukaya komen aanrennen. Helemaal uitgelaten. Verderop bij een stapel jassen en truien en weggegooide gordijnen hadden ze een koffer zien liggen. Er lagen lampekappen en snoeren bij. Soukaya had de koffer eruit gehaald en gedacht dat ie gewoon zwaar was, maar leeg. Floor en Iris dachten meteen aan een schrijfmachine en aan mij. Ze deden hem open en ja, een gaaf uitziende schrijfmachine.

 Als een raket schoot mijn humeur omhoog. Een gestoomd houten koffer, waar de lak wat afbladderde, maar binnenin school een onbeschadigde, gebruiksklare Olympia Super Model 3 schrijfmachine met een Nederlands toetsenbord! Naast de Underwood Touchmaster 5 en de Alpina de derde machine die ik zocht om voorlopig klaar te zijn met verzamelen. En de Olympia SM3 die ik vorig jaar gevonden had was licht beschadigd en helaas uitgerust met een Oostenrijks toetsenbord. Daar zitten y en z verwisseld en zijn er toetsen met umlauts op o en u en nog meer onhandigheden. Dit was een machine waar ik al jaren naar verlangde. En hier aan de gracht, onder vodden en kapotte lampen, troffen kinderen deze vondeling aan, op minder dan en steenworp van waar ik zat te somberen en te mopperen.

 Borrelend van dankbaarheid en plezier rende ik naar binnen om op de typewriter database het serienummer op te zoeken. Nog onwaarschijnlijker werd het verhaal, toen ik ontdekte dart deze machine in Willemshaven de fabriek verlaten heeft in mijn geboortejaar 1957!

 Niemand weet precies wat het betekent, de liefde voor de mechanische schrijfmachine, noch de gewaarwording van het opspringende hart bij de ontmoeting met iets uit ons geboortejaar.

 Vandaag heb ik om de komst van de Olympia SM3 te vieren de koffer aan de weg gezet en een foto genomen en vervolgens in de tuin een portret van die kleine en elegante Duitse draagbare schrijfmachine gemaakt. Gisteren heb ik een paar uur aan haar zitten schrijven, in de tuin. Het geratel van de toetsen galmde tussen de huizen en door de binnentuinen.

 

 

 

April 24, 2008

Symposium over Auteursrecht

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 9:57 pm

   Afgelopen maandag en dinsdag (21 en 22 april 2008) vond in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam een internationaal symposium plaats over auteursrecht in de eeuw van het internet. Het was een evenement georganiseerd in het kader van Amsterdam Wereld Boekenstad, een initiatief van Unesco, de culturele afdeling van de Verenigde Naties, dat een jaar lang voor activiteiten en manifestaties zal zorgen. Hieronder staat de tekst van de toespraak die ik hield in de zogenaamde Author’s Session van het middagprogramma van de eerste dag. De titel waarover ik gevraagd was te spreken luidde:

WHAT COPYRIGHT MEANS TO ME.

 

 

Ladies and gentlemen:

 

 

Once upon a first time. There was a first time I received not a bottle of wine, not a gift certificate from a bookstore, but cold hard cash for the publication of something I had written.

 

I recall it as a joyful moment obviously but part of the joy came from a soure that I felt had better be kept secret. This secrecy did’nt apply to the feeling of triumph that accompanied the publication of my essay on the writings of a french surrealist suicide. My piece had appeared in a top literary review. And ofcourse I had put weeks of my time and serious effort into writing it, fully justifying the modest, no, the meagre sum that landed in my bank account.

 

This first payment  took place after I had spent five years writing two novels, six long and a dozen shorter essays and drawers full of short stories, vignettes, meditations, notes on cinema, literature, art and philosophy. Most of which remained in the drawers of my desk as so many undead creatures. Only some essays, a few short stories and articles had appeared in print, but mostly in magazines I ran myself, together with painters, cinematographers, and musicians;  or in newly founded art magazines. They were all publications that could only survive if nobody got paid except for the printer.

 

What was it exactly I felt at the joyful moment that marked the beginning of my life as a professional writer I thought I ‘d better keep to myself?

 

What I couldn’t get out of my head was the idea that I had discovered a wonderful trick,  a con, an elegant and hugely enjoyable way to outsmart the world of my serious and respectable fellow men toiling away, day in day out,  doing very grave and useful and important things, and in that way earning  serious money and feeding their families, saving up for holidays, boats and leather couches. 

 

The fact that I had received money for my essay was entirely normal and resulted from sound economical principles, but at the same time I felt I had profited from a very fortunate misunderstanding.

 

What I thought I ‘d better not tell just anyone was the fact that I would keep on writing  my novels, stories and essays even if nobody ever paid me a cent for them.

 

I would even save up for publication if I would have to pay for it. I had done so for years, mimeographing  and later copying what I and my friends had written. Nobody told or asked me to write, nobody was interested  in what I was going to write, nobody knew! And I believed I would never live long enough to realise all the plans and projects that I had already lined up.

 

I thought it astonishing that, demand and scarcity being the factors that created and raised the value of a product, I could earn money writing books and essays that nobody asked for (only my friends and family knew I existed!) And that would not be scarce at all if I could help it: I planned to livethe life of a productive writer. 

 

And so it was for economical reasons I hid my excitement and asthonishment and decided to play along, act as a grown up and put some effort into finding ways to get money for all I was to write anyway.

 

I hoped I would gradually get better in hiding the feeling of triumph that I had discovered a way to be exempt  from work. Because my strong conviction was that writing what I wanted to write could not be considered work. It was something that made life interesting  if not bearable.

 

That was twentytwo years ago.  In the meantime  I have survived as a writer of fifteen books, among which six novels, a satire, a play, two novellas and collections of stories and essays. I have made a quick estimate of the amount of money publishers have had to pay me during the years and it comes down to roughly fifty thousand euro’s. Mind you, that is over twenty two years, and including the twelve thousand euro’s by a german publishing house for the rights to a german edition of one of my novels.

 

At an average of two thousand euros a year, to me, as a literary author, the economical principle of copyright can therefore best be decribed as a shining object of wishful thinking, every time a book is published or a reprint announced. 

 

How did I survive? As you might know, the market for literature in the dutch language is rather small and even though the Dutch elite traditionally doesn’t exactly squander its money on the arts (old money is stingy and culturally inhibited, new money spends it on cars, yachts and donations to populist politicians), there is a brittle consensus that government should support the arts and literature and protect diversity, quality and young talent from the cruelty  and baseness of the market.

 

I have been very lucky to receive support in the form of grants or subsidies for my literary work, amounting to a hundred and fifty thousand euro’s in those twenty two years. I have received two literary prizes, bringing me a combined sum of around twelve thousand euro’s.

 

To provide for myself and my family I have earned the rest of my money by publishing in newspapers, magazines, catalogues of museums and art galleries; giving lectures, being a visiting teacher at art schools and universities, being a guest in radio and television programs and  yes, I have to admit,  a fair part those activities  should unfortunately be characterized as work.

 

In all those years I know I have been protected by copyright laws, both as a free lance writer and as author of literary books. I have signed book contracts that buzzed with the legal jargon that forms the backdrop of this symposium. And I am grateful it all exists.

 

But through the years it has become more difficult to earn a living by writing. Newspapers and magazines have trouble competing with electronic media and try desperately to win a younger audience by changing into snappier, more service oriented publications. This means even  quality newspapers come to resemble printed television programs. Cutting costs and keeping it light means less room for free lance writers, for stories and essays and all those topics that give literary authors a chance to contribute to newspapers and magazines. Only the bestselling stars of the literary scene are welcome.

 

Intellectually and artistically I see my books as the desired endproduct, my form of choice. But economically I see them less as an endproduct that I sell for exploitation and hopefully mass reproduction, than as highly sophisticated advertising for the novels, stories and essays I will write in the future. In economic terms, they generate  spin off, I count on the multipier effect. I have been invited for lectures, contributions to seminars, symposiums, books and magazines for years after publishing a novel that received good reviews but didn’t sell more than three thousand copies. As an average author I do not live from the revenues of my books, but from the opportunities my reputation offers me.

 

The heart and soul of that reputation  are my books. They are targeted at a small but constant audience; and equally important,  at all those editors, organizers, scholars, writers, artists, architects, cinematographers, civil servants I have worked with through the years. My books generate the right kind of attention, they showcase me as a supplier of a very specific type of stories, ideas, interventions  and opportunities of collaboration.

 

The fate of literary works in the public sphere is more and more a matter of commercially driven publicity, supporting a bookmarket that more and more resembles the economic system of the supermarket franchise. It all comes down to logistics, mass marketing, chain retail, small revenues from huge volumes. There are more books published than ever before, but most money is earned by fewer and fewer titles.

 

It is increasingly difficult for publishers to publish authors that do not produce bestselling titles. Costs are growing, competition increases and it is harder every year to get good and serious publicity for all those titles that do not, by chance or by their nature, receive  mass interest in media and shops. My books have an increasingly harder time to find their audience.

 

This economic situation means that authors like myself should rely on the institution of copyright, but are at the same time  its hostage. If my chances of being able to live and write my future work depend on my reputation and the very specialised attention  it attracts, and the spin offs it generates, than it is more important that my work is widely known and can be read, than if I sell three thousand instead of ten thousand copies.

 

The interests of writer and publisher do not coincide anymore at the moment the author thinks it smarter to give away parts of his work for free on the internet,  on cleverly chosen sites, at the right moment.  Just to connect to his readers in the right context, on the right topic, to direct their attention to his books. When he finds the economic grind literary publishing finds itself in has become an obstacle between his work and its audience, between his reputation and his future work.

 

Publishers and writers should develop a radically new way of jointly earning  money from everything  an author writes, lectures, peforms or says in public. Copyright laws should be adjusted accordingly so  that which is not work in what authors write, and that which is not trade in what literary publishers publish, that which is not merchandise in the books readers buy, can bloom.

 

There you have the reason why I think this symposium on copyrights is the right occasion to share the secret source of the joy I felt when I was paid for my writing for the first time twenty two years ago.

 

 

Dirk van Weelden 2008

 

April 14, 2008

Boek verschijnt! 18 april 2008

Filed under: Gelezen, Uncategorized — Dirk van Weelden @ 11:12 pm

Aanstaande vrijdag 18 april verschijnt het boek De Wereld van 609, een persoonlijk verslag van de speurtocht naar de verhalen van de bewoners het huis op Herengracht 609.In een leeg huis verschijnen aan mij en mijn zoon, tijdens de 24 uur dat ik in het lege huis verblijf, als in korte filmfragmenten, de gestalten van regenten, een jonggestorven latijnse dichter, de strijdbare weduwe van een bankier-revolutionair, een introverte koopman uit Curaçao, een verzamelaar van opgezette vogels uit alle windstreken, een kanalenbouwer met walrus-snor en een bioscoop- en een theater-ondernemer in de jaren dertig.  Vanochtend in De Ochtenden van de VPRO op Radio 1 de eerste publiciteit voor De Wereld van 609, het boek dat vrijdag bij Augustus verschijnt.    Hier een link http://weblogs.vpro.nl/bureaubinnenland/2008/04/15/de-rode-draad-van-herengracht-609/      

« Older PostsNewer Posts »

Powered by WordPress