Dirk van Weelden

September 16, 2009

Oei, wat laag

Filed under: eigen boeken, televisie — Dirk van Weelden @ 3:49 pm

Al in een vroeg stadium was er bij de redactie van het praatprogramma De Wereld Draait Door belangstelling voor The New York Connection en dat ik een boek zou publiceren in de uitzendperiode vergrootte die belangstelling alleen nog maar. Zei de redactie tegen de publiciteitsmensen van mijn uitgever, Augustus. En inderdaad, toen het een keer september werd werd ik een paar keer gebeld door een jongen die me polste namens de redactie van het programma. De serie was boeiend, de drukproeven werden gelezen, het was erg leuk allemaal. Er volgde een officiele bevestiging via email dat ik donderdag 17 sept om uiterlijk 18.15 in de Plantage moest staan.

Nou, ik blij, uitgeverij blij. Als schrijver die gewend is aan bescheiden oplages had ik even de indruk dat Vrouwe Fortuna naar me glimlachte.

Vanochtend ging de telefoon. Ja, een andere jongen van de redactie, die even van me wilde weten of ik het tijdens het gesprek over mijn boek ook wilde hebben over Martin Bril. Luister, zei ik, het speelde die laatste week dat ik de documentaire maakte, er staat iets over in mijn boek, Matthijs was ook een goede vriend, dus het er niet over hebben lijkt me onzin. Maar wel in verhouding; in eerste instantie ben ik er vanwege de vier uur documentaire en het boek.

De redactie-jongen wist genoeg, hij zou me ’s middags nog terug bellen om het voorgesprek af te maken. En inderdaad ging tegen half drie de telefoon. Hij had slecht nieuws, zei hij. De uitnodiging werd ingetrokken, het gesprek ging niet door. De reden? Ja,  de redactie had in een vroeg stadium mij als gast geclaimd, zoals dat heet, omdat ik helemaal niet in beeld geweest was tijdens de uitzendingen rondom de dood van Martin Bril. Maar op dit moment wilde men het daar niet over hebben in DWDD.

Ik drukte hem op het hart dat het daar van mij ook helemaal niet per se over hoefde te gaan. Er was tenslotte meer dan genoeg stof voor een haastig gesprekje van vijf minuten.

Of niet? Nee, de redactie was van mening dat wat er dan over bleef (sic) dwz de vierdelige serie en het boek, over iets ging dat de afgelopen week al veel te veel op de televisie was geweest, namelijk de Hudson herdenking en het vieren vande betrekkingen met New York.

Ik voelde mijn hart roffelen. Tegen de jongen zei ik dat er met mij tot vandaag nooit eerder gesproken was over Martin Bril en diens dood als verplicht onderwerp, of als ware reden van de uitnodiging. En dat  bovendien het andere argument het zwakst denkbare argument was. De serie heeft namelijk helemaal niets te maken met de theater en expositie-activiteiten die nu op de televisie worden verslagen vanuit New York. Je zou iedere verwijzing naar het Hudson jaar zelfs achterwege kunnen laten. En in mijn boek staat weinig over zeventiende eeuws Nieuw Amsterdam, het is een persoonlijk relaas over het maken van een film in het hedendaagse New York. Dat een redactie er niet in slaagt  de mogelijkheden van een interessant gesprek  daarover te zien, beschouwde ik als een brevet van onvermogen, zei ik. Of eigenlijk, nee, inmiddels sprak ik met flinke stemverheffing.

De redactie-jongen zei iets dat er op neer kwam dat zijn naam Haas was. Dat is altijd bij dit soort gesprekken, je praat altijd met iemand die er niet over gaat. Ik zei dat ik ook wel wist dat hij het niet kon helpen, maar dat ik ervan uitging dat hij in mijn positie toch ook zou vinden dat hij onbeschoft behandeld werd.

Ja, dat gaf hij toe. Maar hij klonk een beetje benauwd. Het verdient geen schoonheidsprijs, piepte hij nog.

Daarna schreeuwde ik nog wat in de trant van dat ik nu wist met wie ik van doen had. En dat ik niet vond dat je zo met gasten om kon gaan, maar ik ging luisteren naar het machteloze geluid dat ik maakte en wenste de jongen en zijn redactie veel wijsheid en sterkte toe en hing op. Daarna was ik twintig minuten duizelig van woede.

Nu gaat het al wat beter, dank u.

Iedere redactie is volledig vrij artikelen, gasten of onderwerpen te kiezen en te schrappen. Maar er is geen enkele reden om het gedrag van een redactie, zoals dat van DWDD in dit geval, commentaarloos te laten passeren. Beste Matthijs, Sabine en hoe julie allemaal heten, ik vind dat iedereen mag weten hoe lomp en onsmakelijk jullie dit hebben afgehandeld. Bij deze.

September 15, 2009

Het boek verschijnt

Filed under: eigen boeken, televisie — Dirk van Weelden @ 3:37 pm

Vandaag, om een uur of vijf, toost ik met mijn uitgever, Tilly Hermans en wat vrienden op het verschijnen van het boek Een maand in Manhattan.

Ik ben net terug uit New York, waar Avro en IDTV-Docs een première regelden van de vierdelige documentaire serie The New York Connection van Roel van Dalen, waarin ik als verteller optreed. We bezochten natuurlijk ook de festiviteiten en voorstellingen op Governor’s Island, de tentoonstelling van Martine Gosselink in het South Sea Port Museum van de de tekeningen, kaarten, schilderijen en documenten over Nieuw Amsterdam. Maar het leukst van alles was zoals altijd gewoon rondlopen door bv Williamsburg in Brooklyn op zaterdag avond en hardlopen in alle vroegte in Central Park, uit eten in de Lower East Side of een hele middag boekwinkels doen.

Heel feestelijk was het om op Schiphol in die winkelpromenade achter de paspoort-controle, even voorbij het filiaal van het Rijksmuseum een grote muur aan te treffen met tekst en beeld en zelfs beeldschermen (touchscreens) over The New York Connection. Er stond een meisje naast dat Nederlands-Engels-talige folders uitdeelde en werkelijk, al die touchcreens deden het.

Aanstaande donderdag 17 september zal ik over de serie en Een maand in Manhattan praten met Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. Er wordt dan ook een fragmentje vertoond van de serie.

De eerste aflevering is te zien aanstaande zondag 20 september op Nederland 2, om kwart over acht ’s avonds bij de AVRO.

Premiere in New York

Filed under: eigen boeken, televisie — Dirk van Weelden @ 3:07 pm

De eerste vraag uit het publiek was verbijsterend.
Tweehonderd-dertig mensen in een zaal van het Museum of the city of New York aan Central Park hadden zojuist de tweede aflevering van The New York Connection gezien, de documentaire-serie die Roel van Dalen maakte over de sporen van het zeventiende eeuwse Nieuw-Amsterdam in de aard en cultuur van het hedendaagse New York.
Die tweede aflevering ging over wie of wat een ‘echte’ New Yorker is. We stelden vast dat de gemiddelde New Yorker een nietszeggend begrip was, omdat de stad zijn aard en sfeer ontleent aan de enorme hoeveelheid minderheden, die in de loop der eeuwen door de stad getrokken is. NYC is een stad waar niemand tegen een ander kan zeggen, jij hoort hier eigenlijk niet.
Het bolle Amerikaanse mannetje met de luidruchtige stropdas op de eerste rij zei dat het wel een film was die vragen zou oproepen in Nederland, omdat we daar een ‘moorish invasion’ te verwerken hadden.
Moorish invasion, dat is een frase die Geert Wilders gebruikt als hij in de Verenigde Staten een interview geeft.
Roel van Dalen had geen zin in de vraag en gaf mij het woord. Ik legde de man geduldig uit dat er in Nederland op een kleine 17 miljoen mensen nog geen miljoen Nederlanders islamitische wortels heeft en dat de problemen niet in die moorse religie liggen, maar in de moeilijkheden zich aan de moderne tijd aan te passen. En dat hetzelfde gold voor sommige delen van de autochtone onderklasse, die dan racistische reacties vertoonde; of voor christelijke groepen, die hijzelf vast ook kende in de USA, die extremistische politieke denkbeelden koesterden en dokters gingen neerknallen. Het was kortom de angst voor de snelle veranderingen en de daaruit volgende onzekerheden die mensen naar extremistische strohalmen deed grijpen. Of het nu vreemdelingenhaat, jihadisme, christelijk activisme of anarchistische bommenleggerij was.
De man keek me glazig aan. Hij zei niets meer.
Ik heb er nu nog spijt van dat ik die man niet vroeg hoe hij bij die formulering kwam. Zou het iemand zijn van een conservatieve denk-tank of een van de Amerikaanse vrienden van Geert?
Goed beschouwd was het er ook het moment niet voor. Er waren zoveel mensen die iets wilden zeggen en vragen. Het was een feestelijke middag en de meeste mensen hadden meer zin in het vieren van de eerste vertoning en het gelukwensen van de makers, dan in een politieke discussie.

Powered by WordPress