Al in een vroeg stadium was er bij de redactie van het praatprogramma De Wereld Draait Door belangstelling voor The New York Connection en dat ik een boek zou publiceren in de uitzendperiode vergrootte die belangstelling alleen nog maar. Zei de redactie tegen de publiciteitsmensen van mijn uitgever, Augustus. En inderdaad, toen het een keer september werd werd ik een paar keer gebeld door een jongen die me polste namens de redactie van het programma. De serie was boeiend, de drukproeven werden gelezen, het was erg leuk allemaal. Er volgde een officiele bevestiging via email dat ik donderdag 17 sept om uiterlijk 18.15 in de Plantage moest staan.
Nou, ik blij, uitgeverij blij. Als schrijver die gewend is aan bescheiden oplages had ik even de indruk dat Vrouwe Fortuna naar me glimlachte.
Vanochtend ging de telefoon. Ja, een andere jongen van de redactie, die even van me wilde weten of ik het tijdens het gesprek over mijn boek ook wilde hebben over Martin Bril. Luister, zei ik, het speelde die laatste week dat ik de documentaire maakte, er staat iets over in mijn boek, Matthijs was ook een goede vriend, dus het er niet over hebben lijkt me onzin. Maar wel in verhouding; in eerste instantie ben ik er vanwege de vier uur documentaire en het boek.
De redactie-jongen wist genoeg, hij zou me ’s middags nog terug bellen om het voorgesprek af te maken. En inderdaad ging tegen half drie de telefoon. Hij had slecht nieuws, zei hij. De uitnodiging werd ingetrokken, het gesprek ging niet door. De reden? Ja, de redactie had in een vroeg stadium mij als gast geclaimd, zoals dat heet, omdat ik helemaal niet in beeld geweest was tijdens de uitzendingen rondom de dood van Martin Bril. Maar op dit moment wilde men het daar niet over hebben in DWDD.
Ik drukte hem op het hart dat het daar van mij ook helemaal niet per se over hoefde te gaan. Er was tenslotte meer dan genoeg stof voor een haastig gesprekje van vijf minuten.
Of niet? Nee, de redactie was van mening dat wat er dan over bleef (sic) dwz de vierdelige serie en het boek, over iets ging dat de afgelopen week al veel te veel op de televisie was geweest, namelijk de Hudson herdenking en het vieren vande betrekkingen met New York.
Ik voelde mijn hart roffelen. Tegen de jongen zei ik dat er met mij tot vandaag nooit eerder gesproken was over Martin Bril en diens dood als verplicht onderwerp, of als ware reden van de uitnodiging. En dat bovendien het andere argument het zwakst denkbare argument was. De serie heeft namelijk helemaal niets te maken met de theater en expositie-activiteiten die nu op de televisie worden verslagen vanuit New York. Je zou iedere verwijzing naar het Hudson jaar zelfs achterwege kunnen laten. En in mijn boek staat weinig over zeventiende eeuws Nieuw Amsterdam, het is een persoonlijk relaas over het maken van een film in het hedendaagse New York. Dat een redactie er niet in slaagt de mogelijkheden van een interessant gesprek daarover te zien, beschouwde ik als een brevet van onvermogen, zei ik. Of eigenlijk, nee, inmiddels sprak ik met flinke stemverheffing.
De redactie-jongen zei iets dat er op neer kwam dat zijn naam Haas was. Dat is altijd bij dit soort gesprekken, je praat altijd met iemand die er niet over gaat. Ik zei dat ik ook wel wist dat hij het niet kon helpen, maar dat ik ervan uitging dat hij in mijn positie toch ook zou vinden dat hij onbeschoft behandeld werd.
Ja, dat gaf hij toe. Maar hij klonk een beetje benauwd. Het verdient geen schoonheidsprijs, piepte hij nog.
Daarna schreeuwde ik nog wat in de trant van dat ik nu wist met wie ik van doen had. En dat ik niet vond dat je zo met gasten om kon gaan, maar ik ging luisteren naar het machteloze geluid dat ik maakte en wenste de jongen en zijn redactie veel wijsheid en sterkte toe en hing op. Daarna was ik twintig minuten duizelig van woede.
Nu gaat het al wat beter, dank u.
Iedere redactie is volledig vrij artikelen, gasten of onderwerpen te kiezen en te schrappen. Maar er is geen enkele reden om het gedrag van een redactie, zoals dat van DWDD in dit geval, commentaarloos te laten passeren. Beste Matthijs, Sabine en hoe julie allemaal heten, ik vind dat iedereen mag weten hoe lomp en onsmakelijk jullie dit hebben afgehandeld. Bij deze.
