Afgelopen zondag vond de presentatie plaats van De Centrifuge Deel 5, het tijdschrift van de Bâtafysica, oftewel de Nederlandse Academie voor Patafysica. Centraal in deze aflevering staan de eerste hoofdstukken van een herziene en geannoteerde vertaling door Liesbeth van Nes van de neo-wetenschappelijke roman Roemruchte daden en opvattingen van Doctor Faustroll, patafysicus, van Alfred Jarry, die het werk schreef in 1898.
Op de feestelijke bijeenkomst werden anagrammatische pornografische verzen voorgedragen (door Huibert Spoorenberg), onderscheidingen uitgereikt en verhandeld over de patafysica (door Matthijs van Boxsel), er hingen kunstwerken aan de muur van Roel van Timmeren, zijn portretten van Faustroll en de gitarist Frans Brekelmans speelde de habanera La Paloma om uit te leggen hoe het ritme van vrouwen (een, twee, drie) en dat van mannen (een, twee) samengevoegd een bedwelmende dans vormen.
Ik hield een korte toespraak waarin ik inging op een artikel dat Jarry publiceerde onder de naam van zijn romanpersonage Doctor Faustroll in Mercure de France, onder de titel De Tijdmachine. Om iets te begrijpen van de geesteshouding die de patafysica aanbeveelt, en vanwaaruit Jarry zijn werk schreef is het nuttig om deze metafoor in de vorm van een quasi technische uiteenzetting te lezen. Het gaat over een machine die het mogelijk maakt in de tijd te reizen. Het is een technisch beeld voor een literair programma en een levenshouding, zou je kunnen zeggen. Vandaar dat ik er een korte verhandeling over uitsprak, gevolgd door een korte performance waarin ik een mechanisme demonstreerde dat voor mij de functie vervult die Jarry toedichtte aan de Tijdmachine van Faustroll.
Hier volgt de rest van mijn betoog en een weergave van de performance.
Faustroll is behalve een personage ook de auteur van een essay over de tijdmachine. Daarin wordt de theorie en de techniek van het apparaat beschreven waarmee men uit de stroom van de tijd (de Duur) zou kunnen stappen, die ons allen meevoert.
De werking van de tijdmachine is gebaseered op het onbeweeglijk worden ten opzichte van de stroom van de tijd. Gezien vanuit de tijdmachine passeren alle toekomstige en voorbije momenten als in een bewegend panorama of de cinema.
Onbeweeglijk worden in de tijd betekent (ik citeer uit het artikel) ‘dat we alle lichamen doorkruisen (of zonder nadelige gevolgen doorkruist worden zoals een glazen vensterruit een projectiel doorlaat of beter gezegd zoals het ijs zich weer sluit nadat een ijzerdraadje het heeft doorsneden en zoals een organisme geen letsel ondervindt van de doortocht van een steriele naald) alle bewegingen en alle krachten doorkruisen, die zich achtereenvolgens op dat punt van de Ruimte bevinden dat de reiziger als vertrekpunt van zijn machine voor het onbeweeglijk wezen heeft uitgekozen.’
Het is nu niet het moment op in te gaan op de techniek en de werking van de machine hier. Maar wel wil ik het hebben over het slot van het essay. Daarin legt Faustroll/Jarry uit dat er twee verledens zijn. Het gewone verleden, dat aan ons heden voorafgaat. En het verleden dat door de de tijdmachine wordt gecreeërd, wanneer ze terugkeert naar ons heden, wat niet anders is dan de Toekomst in omgekeerde volgorde. Bent U er nog?
Wat Faustroll betoogt is dat de tijd rond is. Daarom passeert de machine, omdat ze het werkelijke verleden alleen kan bereiken nadat ze de toekomst heeft doorlopen, een punt dat symetrisch is met ons Heden. Ook dat is zo’n dood, ongrijpbaar punt tussen toekomst en verleden, alleen aan de overkant van de bolvormige tijd. Faustroll noemt het met recht het ‘fictieve Heden’.Vanuit de tijdmachien is de tijd een gebogen, gesloten vlak, een bol, schrijft hij. Faustroll noemt die bolvormige tijdruimte de Etherniteit.
Maar wat is nu precies de Duur, dat stromen en verstrijken van de tijd, die ons mensen zo gevangen houdt, obsedeert, maakt tot wat we zijn, maar die ons uiteindelijk ook vernietigt? De Duur, schrijft Faustroll/Jarry is ‘de transformatie van een opeenvolging in een omkering. Dat wil zeggen: het ontstaan van een herinnering’.
Faustroll, zo is in boek 7 van de roman te lezen, is overgegaan met zijn onstoffelijke en naakte ziel in het koninkrijk van de onbekende dimensie. Hij bevindt zich na die overgang in de Etherniteit. Dankzij het essay over de Tijdmachine weten we iets van hoe het daar is. In de etherniteit is alle tijd er tegelijkertijd en ontstaan er geen herinneringen.
Nu lijkt het een curieuze aanbeveling om als toppunt van je literair programma en levenshouding het hiernamaals, de dood aan te prijzen. Tenzij er iets in ons leven zou zijn, dat een spoor kan oproepen van die etherniteit, van die onbeweeglijkheid ten opzichte van de Duur. Iets dat de toekomst omkeerbaar maakt en het heden fictief.
De mensen hebben in de loop der eeuwen veel middelen en bezigheden gevonden om zulke tijdloze onbeweeglijkheid op te wekken. De meeste berusten op het door chemische beïnvloeding van het bewustzijn en door uitputting bereiken van uitzonderlijke toestanden. Rituele, seksuele, narcotische technieken. De meeste hebben gezondheidsnadelen of ze bestaan uit onvoorspelbare en onherhaalbare momenten die nergens worden vastgelegd en in onze herinnering van vorm, inhoud, gedaante en betekenis veranderen.
Voor anderen kan ik niet spreken, maar ik heb een mechanisme gevonden dat in mijn leven en op mijn geest exact die onderbreking van het otnstaan van herinnering teweeg brengt en de indruk geeft dat ik doorlaatbaar wordt door alle denkbare gestalten, beelden, identiteiten en locaties. Wanneer ik me met dit mechanisme verbindt en het enkele uren achter elkaar bedien mijn gewaarwording van de Duur kan uitwissen. Het is een apparaat dat in staat is me in een fictief Heden te plaatsen waar alles, zelfs de toekomst omkeerbaar is, waar iedere betekenis gelijkwaardig is, oorzaak en gevolg verstoppertje spelen, kinderlijk spel en bittere ervaring in elkaar oplossen. Het is mijn tijdmachine.
Ik zal nu het apparaat te voorschijn halen en het ritueel bedienen, een minuut ongeveer, als eerbetoon aan Doctor Faustroll.
Hierna pakte ik mijn Groma Kolibri schrijfmachine te voorschijn, draaide er een vel papier in en schreef vier regels, die ik woord voor woord, luid en duidelijk uitsprak terwijl ik ze tikte. Hieronder een jpeg van het betreffende vel.



















