Archive for the ‘Op straat’ Category

Universal 1948

Tuesday, June 10th, 2008

 

 

Op een Koninginnenacht liep ik door de alsmaar gekker wordende stad. Bij een kraam hoek Kinkerstraat/Marnixstraat, zat een man van wie ik me niets meer herinner. Hij verkocht deze Underwood Universal uit 1948 voor iets van twintig gulden. Vol opwinding en ongeloof droeg ik de machine naar huis. In een houten koffer. Een nieuw lint was genoeg. De onderstaande ‘typecast’ heb ik erop geschreven. Een soepele en snelle machine, die een weids en helder letterbeeld geeft. Ik heb geen idee hoe ik erbij kom, maar deze schrijfmachine komt op mij altijd mysterieus over. Heb ik totaal niet bij de andere Underwoods waarop ik schrijf of de geliefde Alpina.  

 

 

Meer foto’s van schrijfmachines en informatie hoe mensen eraan kwamen (waaronder een paar van de mijne) hier:Typewriter collections 

Olympia SM3

Friday, May 9th, 2008

 

In de loop der jaren heb ik op Koninginnedag heel wat mooie schrijfmachines op de kop getikt. Een schitterende Underwood Universal uit 1948 zo’n tien jaar geleden onder andere. En de imposante Hermes Ambassador (een reus van een kantoormachine met brede wagen) voor drie euro vorig jaar nog. Lintje erin en ze waren gebruiksklaar.

Dit jaar nam ik me voor geen tijd of moeite te steken in het zoeken naar schrijfmachines. Ik liep naar het huis van vrienden op de Lauriergracht waar onze dochter bij haar vriendinnetje een vrijmarkt-plaatsje ging uitbaten en zei hardop: ‘Ik ga niet zoeken en zelfs als ik toevallig schrijfmachines te koop zie, laat ik ze staan. Tenzij het echt iets heel bijzonders is.’

 De dag kabbelde voorbij. Er stond een koude wind. Af en toe maakte ik een ommetje over de grachten en door de straatjes. Ik kocht een schreeuwlelijke Bruna editie (Nederlandse vertaling) van J.G. Ballards Concrete Island uit de jaren zeventig voor twee euro en werd geleidelijk aan bloedchagrijnig. Verveling, onvrede, kou, genoeg van de herrie.

 Ik zit knorrig onder een parasol in een garage aan de gracht en lurk aan een glas wijn als mijn dochter Iris en haar vriendinnen Floor en Soukaya komen aanrennen. Helemaal uitgelaten. Verderop bij een stapel jassen en truien en weggegooide gordijnen hadden ze een koffer zien liggen. Er lagen lampekappen en snoeren bij. Soukaya had de koffer eruit gehaald en gedacht dat ie gewoon zwaar was, maar leeg. Floor en Iris dachten meteen aan een schrijfmachine en aan mij. Ze deden hem open en ja, een gaaf uitziende schrijfmachine.

 Als een raket schoot mijn humeur omhoog. Een gestoomd houten koffer, waar de lak wat afbladderde, maar binnenin school een onbeschadigde, gebruiksklare Olympia Super Model 3 schrijfmachine met een Nederlands toetsenbord! Naast de Underwood Touchmaster 5 en de Alpina de derde machine die ik zocht om voorlopig klaar te zijn met verzamelen. En de Olympia SM3 die ik vorig jaar gevonden had was licht beschadigd en helaas uitgerust met een Oostenrijks toetsenbord. Daar zitten y en z verwisseld en zijn er toetsen met umlauts op o en u en nog meer onhandigheden. Dit was een machine waar ik al jaren naar verlangde. En hier aan de gracht, onder vodden en kapotte lampen, troffen kinderen deze vondeling aan, op minder dan en steenworp van waar ik zat te somberen en te mopperen.

 Borrelend van dankbaarheid en plezier rende ik naar binnen om op de typewriter database het serienummer op te zoeken. Nog onwaarschijnlijker werd het verhaal, toen ik ontdekte dart deze machine in Willemshaven de fabriek verlaten heeft in mijn geboortejaar 1957!

 Niemand weet precies wat het betekent, de liefde voor de mechanische schrijfmachine, noch de gewaarwording van het opspringende hart bij de ontmoeting met iets uit ons geboortejaar.

 Vandaag heb ik om de komst van de Olympia SM3 te vieren de koffer aan de weg gezet en een foto genomen en vervolgens in de tuin een portret van die kleine en elegante Duitse draagbare schrijfmachine gemaakt. Gisteren heb ik een paar uur aan haar zitten schrijven, in de tuin. Het geratel van de toetsen galmde tussen de huizen en door de binnentuinen.

 

 

 

U

Thursday, January 17th, 2008

Iemand vertelde van de vervreemding die een Nederlandse voelde toen haar Vlaamse minnaar, op een moment van grote intimiteit, haar met een zachte zwoele stem met U aansprak. Ook de spreker had moeite met de afstandelijkheid die van het woord U uitgaat, maar dat Vlamingen gebruiken waar Nederlanders elkaar allang tutoyeren.

Bij mij werkt het precies andersom. Ik onderga het Vlaamse gebruik als een welkome ‘opwarming’ van het woord U. En naar analogie met de anekdote over het Vlaams-Nederlandse liefdespaar, zelfs als een erotisering ervan. Het Vlaamse U is te beluisteren op momenten van vertrouwelijkheid, vriendschap, ongedwongen omgang. Het woord dat ik alleen gebruik om respect te betonen aan vreemden die duidelijk ouder zijn dan ik of mensen in officiële functies (douaniers, politiemensen, inspecteur van belasting) krijgt opeens kleur, leven, beweeglijkheid.

Van het Vlaamse U krijg je zin iemands U te zijn. In Nederland wil ik niet gauw U genoemd worden. Of althans, ik associeer het met onprettige situaties. Leve het Vlaamse U. Ik ga oefenen.

Snelheid

Monday, November 26th, 2007

Een lange vrouw. Ze schaatst. Moeiteloze reuzenslagen in huidstrak zwart. Alles aan haar is dun, loom, lang. Ze rijdt voorop in het treintje van de allersnelsten, die de binnenbocht opeisen. Het zelfvertrouwen in de ontspannen brede schouders.

Ze klimt als een sluipend luipaard de bochten in. Diepliggende ogen, halflang zwart haar, een ironisch gezicht. Ik vergaap me aan het contrast tussen de slow motion benen, de beheerst deinende heupen en de hoge snelheid waarmee ze de baan rondrijdt. Ze vliegt bijna. Twee mannen uit het treintje haken af, komen rechtop, kiezen blazend het midden van de baan, schudden de zware benen los.

Later verschijnt ze op de parkeerplaats. Nog steeds leuk om te zien, slenterend tussen haar vrienden. Meer niet. Ze geeft geen licht meer. Een erotisch aura is verdwenen. Wat wekte dat aura op?

Op weg naar huis vind ik het antwoord. Bij het stoplicht. Een jonge meid op een grote terreinmotor. Haar aandoenlijke bergschoenen onder de spijkerbroek. Het lange blonde haar onder de helm uit. Leuk gezicht. Meer niet. Dan wordt het groen. Ze accellereert fel. Snelle, doelmatige bewegingen, pure snelheid. Ze zigzagt behendig weg, razendsnel.

Het is er weer: opeens geeft ze licht, terwijl ze voorgoed uit beeld verdwijnt. Het meest verleidelijke is niet vast te houden. Het is de beheerste snelheid van denken, handelen en bewegen.

Bouwen voor het oor

Friday, November 16th, 2007

Hoe klinkt het onbebouwde land? Het omgevingsgeluid bestaat uit een weids en traag mengsel van ruisend gras, overvliegende vliegtuigen, verkeer over een weg in de verte, de alarmkreten van een weidevogel, insekten, een onweersbui, een zingende wandelaar, het gepiep en gestoei van jonge vossen, het gedreun van het vuurwerk op oudejaarsavond uit het stadje verderop.

Zodra er een gebouw staat, wordt de ruimte door muren, vloeren, trappen, gangen en hallen ontgonnen, dat wil zeggen versplinterd en daardoor vanbinnenuit opgerekt. Van buitenaf levert dat een silhouet, een volume en een vertekening van het landschap op.

Binnen in het gebouw drommen de mensen bijeen en vullen het gebouw met hun lichamen. De mensen delen de nieuwe binnenruimte met invallend licht, een oerwoud aan voorwerpen en machines; en geluid.

Het omgevingsgeluid van de vlakte wordt buitengesloten. Het gebouw zit vol lucht en de vorm van het gebouw, de vertakking van de holtes bepaalt de vorm en vervorming van de golven waarmee de lucht beweegt en in de oren van de mensen geluid wordt. Het gebouw is een klankkast, oftewel de opeenhoping, verpakking, opdeling en vermenging van geluiden.

Het functionele geluid in een gebouw is het gewenste, betekenisvolle geluid, hoofdzakelijk dat van de stemmen van sprekende mensen. Al het andere geluid, dat van deuren, kasten, keukenapparatuur, liften, voetstappen, airconditioning, verwarming en kantoormachines is strikt genomen overbodig.

De moderne architectuur verhoudt zich principieel vijandig tegen het betekenisloze geluid en ziet het als storing. Er wordt gebouwd voor bewegende, kijkende mensenlichamen, die op gemiddeld volume ongeinterrumpeerd door het omgevingsgeluid moeten kunnen spreken. Soms komt de gedachte op dat architecten het maar lastig vinden dat mensen en machines geluid maken, en geen stil, puur beeldend en bouwkundig gebruik van een gebouw kunnen maken.

De oorlog tegen de omgevingsruis wordt gevoerd met akoestische kosmetica. Geluidabsorberende vloerbedekking, poreuze scheidingswanden, veelvlakkige en zelfs verstelbare plafonds. De mausoleumfeer die dit oplevert wordt in veel gebouwen vervolgens weer bestreden met muzak, bedoeld om de angst voor het unheimische te verjagen met geruststellende standaardharmonieen. Betekenisloze muziek vervangt betekenisloos geluid.

Ik zou willen dat er gebouwd werd voor bewegende, luisterende mensenlichamen. Het omgevingsgeluid stuurt de beleving van de ruimte. Wie heeft niet de ervaring dat de charme van sommige vertrekken, de mogelijkheden om zich er bv. goed te concentreren afhangen van wat er gebeurt als de ramen geopend worden, hoe de vogel en verkeersgeluiden boven ons hoofd tussen de muren weerkaatsen en zich vermengen met de geluiden uit het gebouw. De fluitketel van de buren is niet altijd per definitie geluidsoverlast. Waar blijft de architectuur die niet militair, maar welwillend, spelend, doserend omgaat met de ontroering van de in de verte slaande deur, de fietsbellen en het gegiechel van passerende scholieren, de opwekkende keuken- en kantinegeluiden.

Bouwen voor het oor zou niet alleen een kwestie van welgemikte des-isolatie zijn, van muren, ramen en luistergaten. Te denken valt aan een fijnvertakt netwerk van microfoons en luidsprekers, dat het mogelijk maakt om omgevingsgeluid te verplaatsen door het gebouw of het te importeren van buiten. Uit de directe omgeving, maar ook van het Toscaanse land, de straten van Kingstown Jamaica of van een wandeling door Artis.

Ik luister veel en graag naar gebouwen en droom dan van een architectuur die het oor niet vergeet en over het bij elkaar gebrachte geluid dat een gebouw is, net zo denkt als over glas, beton, baksteen, marmer, leegte. Een architectuur die denkt aan de ontsluiting en vormgeving van de ruimte door ruis, dat wil zeggen door nutteloos maar ruimte-producerend geluid. Architectuur die in haar ontwerpen ook de constructie van luisterlijnen en geluidsvolumes betrekt en de echo van het leven en de stad ziet als bouwmateriaal.

Hier spreekt de literatuur

Tuesday, November 6th, 2007

‘In deze buurt met de hoge grijze huizen woonde voorheen de elite. Nog steeds worden de bewoners hier op grond van hun postcode beneden. Maar dat is inmiddels een lachwekkend misverstand, ook waar het mij betreft. De ware meesters en heren van de stad spreken andere talen en zetelen ver weg. Ze denken groter en sneller. Ze verspreiden hun wanen en belangen per magnetisch beeld. Mijn diensten hebben ze al een eeuw niet nodig. En dat is me aan te zien.

Als ik door de stad wandel met mijn honden verspreid ik een sterke geur. Die huist in mijn kleren en haren en hangt als een onwerkelijk groot lichaam om me heen. Tot aan het eind van de straat, tot aan de tweede verdieping, nog een kwartier na mijn passage is ze te ruiken. Oud, maar onweerstaanbaar is mijn aroma. Nekharen staan overeind, misselijkheid en kippenvel komen voor, woede en lachbuien. Ik heb een elektrisch snelle toegang tot het binnenste van hun hersenstam. Wie mij en mijn honden ruikt merkt instinctief dat het verbeeldende brein al medeplichtig aan het worden is. Zelfs buiten de wil om roep ik beelden, gezichten, ruimtes, landschappen, denkbeelden en verschrikkelijke waarheden op.

En ik heupwieg tussen mijn honden. Ook de mensen die me haten of verachten weten dat ze half wild zijn en dodelijk. Stemmen en eenzaamheid zijn het vlees op mijn botten. Ik ben een verschijning van vergane glorie, maar een harde, hete vrouw van onbestemde leeftijd. Een eigen gezicht heb ik niet nodig. Ik heb oeroude kennis, spiegelend als een geslepen dolk. Altijd weer ben ik beter op de hoogte dan mijn vijanden vermoeden. Akelig precies kan ik vertellen wat er in hun harten speelt. Ik kan hun stemmen en idioom vernietigend imiteren. Ik geef stem. Ik ben onuitroeibaar.’

Luchtstad Schiphol

Tuesday, September 25th, 2007

schiphol.jpg

Er bestaat een imperium van de lucht. Het wordt bevolkt door grote vliegende machines. Toen ze er een keer waren wilden ze broers en zusters om glorieus en bulderend mee door het luchtruim te schieten. De mensen hebben die broers en zusters braaf gebouwd. In ruil daarvoor mogen mensen en hun goederen met de machines mee. Soms hebben de machines onderhoud en kerosine nodig. Dan begeven ze zich naar de uithoeken van het luchtrijk. Daar, op het aardoppervlak hebben mensen voor de machines rustplaatsen aangelegd.

De zware en snelle machines hebben veel leegte nodig om veilig te landen en te vertrekken. Midden in die leegtes liggen een soort steden. De machines nemen er brandstof in en kunnen mensen en goederen verversen. De luchtsteden zijn geen gewone mensensteden. Mensen mogen er niet wonen. Hoge hekken en bewapende poortwachters scheiden de wereld van de mensen van die van de vliegmachines. Binnen in de luchtsteden behoort de grond niet aan de aarde toe, maar is gewijd aan het luchtruim. Het zijn enclaves van het luchtrijk.

In een luchtstad zijn alleen personeel en passanten. Daarom zijn alle ruimtes gebouwd als doorgangsruimtes. Er zijn twee uitzonderingen, doodlopende vertrekken, toegankelijk voor iedereen: de toiletten en de gebedsruimtes. Hier kunnen mensen voor even intensief alleen zijn met respectievelijk het zeer tijdelijke en het eeuwige. Het zijn de enige plekken in een luchtstad waar respijt is van het Transit-regime dat in het luchtrijk heerst. Want alle andere activiteiten in een luchtstad (eten, winkelen, zich vermaken, wachten en geld wisselen ) vinden plaats onder het Transit-regime, dat wil zeggen onderworpen aan de bewegende toestand, losgekoppeld van huis en haard, eigen taal, land, continent, ja de hele ruimtelijke indeling van de aarde.

Het luchtruim is een homogeen medium, dat alleen in beweging en op hoge snelheid kan worden betreden. In het luchtrijk heerst daarom de tijd van de beweging absoluut over de ruimte. Van het draaien van de aarde en het licht van de zon trekken de machines zich in hun bewegingen niets aan. Dag en nacht hebben nauwelijks greep op de luchtsteden. Tijdzones vervagen er in elkaar. De wetten van het luchtruim gelden al in de luchtstad. De reiziger , wandelend door de luchtstad kan de werking ervan al ondergaan. Hij doolt door de supermarkt, zijn lichaam zegt het is nacht, de klokken en het licht zeggen het is middag. Hij staat voor de schappen naast mensen voor wie het ochtend of vroeg in de avond is. Hij is niet in een land, maar in een zone waar allerlei landen tegelijk zijn, omdat landen ook uit reizende mensen bestaan. Als hij nog op reis moet is hij toch al vertrokken, want hij is afgesneden van zijn plaats van herkomst. Als hij op doorreis is, komt hij hier nooit werkelijk aan, omdat hij alweer vertrokken is voordat zijn systeem beseft waar hij was.

Wat is die verdooldheid in de ogen van de mensen om hem heen? Ze zijn nergens, dat is het. Ze trekken voorbij als zorgelijke, oververmoeide pelgrims. De voetreis door brede gangen van het centrum van de luchtstad naar de machine maakt alle mensen gelijk. Ze dragen hun spullen en hun kinderen door de dag en nacht verlichte leegtes, die alleen een richting hebben. Met iedere stap komen ze dichter bij het moment waarop ze zich volledig, met huid en haar overleveren aan de wetten van het luchtruim. Aan de machine. Aan de snelheid die alle menselijke ritmes ontkent. Maar uren daarvoor is de overgave aan het Transit-regime al begonnen. Mensen in luchtsteden zijn tijdelijke, vrijwillige ballingen. Het effect is wezenloos en melancholiek, maar ook mooi. Ogen en oren werken er anders. Er ontstaan gesprekken die buiten de luchtstad niet ontstaan. Wie alleen en roerloos in een luchtstad, tussen duizenden vreemden zijn dierbaren, zijn liefdes, zijn werk, zijn toekomst heeft overdacht, heeft zijn leven vanuit het luchtruim gezien. De reis zelf is een ander verhaal.

images-2.jpg