Dirk van Weelden

September 25, 2007

Golden Fiction

Filed under: Beeld, Mini's — Dirk van Weelden @ 10:48 am

golden-fiction-kopie.jpg

Hij is vrij om te kiezen…uit kleuren, beelden, situaties…een filmregisseur betrapt de realiteit steeds opnieuw, goochelt altijd anders met schone illusies. Kan ook kiezen uit tientallen sigaretten. Rookt Golden Fiction.

De tekst van een advertentie uit 1965. De foto erboven laat in zwart-wit het profiel zien van een kort gekapte, glad geschoren blanke man. Eind dertig, schat ik. Hij zit voorover gebogen en kijkt aandachtig voor zich uit terwijl hij met een in zijn vuist verborgen aansteker een sigaret aansteekt. Achter hem is nog net een filmcamera te zien.

Het witte pakje is breed en schuift open als een lade. Dwars over het midden lopen twee gouden strepen waartussen de schreefloze letters met de merknaam. Erboven het wapenschild met groen en goud. Het heeft iets Engels en chics. De mannelijke kaak en de professionele concentratie van de filmregisseur geven het merk het imago van dynamische ernst.

Het lijkt reclame voor mijn vader, roker in diezelfde jaren. Dat haar, die blik, die leeftijd. Dit was zijn merk. Voordat hij experimenteerde met een pijp, voordat hij zijn strakgesneden flanel pakken voor blauwe blazers verwisselde. Toen hij nog zwom in zee met zonnebril. Toen geen enkele vorm van duisternis vat op me had. Ver voordat het zorgelijke tijdperk aanbrak waarin hij met roken probeerde te stoppen. Tientallen keren, tot aan het bittere einde. Dit is reclame voor de herinnering aan mijn vader anno 1965. Toen de wereld niet twijfelde en een gouden fictie was die je waar maakte met dynamische ernst.

De Kofferbak

Filed under: Mini's — Dirk van Weelden @ 10:46 am

Wat een gezeul. Alle weekendtassen en de boodschappentassen met eten. Dan het kinderfietsje. Allemaal in de kofferbak. Alleen als hij het slim aanpakt past alles erin. Irritant gezeik met speelgoedbeesten en ballen. Even verderop wringt zijn vrouw de dweil uit tussen de brandnetels. Het vakantiehuisje is schoner dat toen ze hier aankwamen. De kinderen zitten elkaar gillend achterna. Hij stuurt ze weg. Wacht maar bij de parkeerplaats. Nog geen sinecure alles zo in de wagen te krijgen dat de boel heel blijft en iedereen kan zitten. Tot twee keer toe moet hij alles eruit tillen om het opnieuw te doen. Die grote tas van zijn zoon toch voor de achterbank. Zitten ze twee uur met de beentjes in de lucht. En als hij dan het stuur van het fietsje los schroeft en evenwijdig aan het wiel draait, moet het passen.

Opgelucht legt hij de Barbierugzak van zijn dochter bovenop. Gelukt. En zijn vrouw heeft zich er niet eens mee bemoeid. Hij voelt het zweet in zijn nek en op zijn slapen. Nu nergens aankomen. Gauw dicht die klep. Beng.

Twee vingers van zijn rechterhand waren te laat weg aan de zijkant van de kofferbak. Die zit in het slot. De sleutel, binnen in het jasje dat hij net heeft uitgedaan. Hij brult. Het echoot tussen de boomstammen.

Luchtstad Schiphol

Filed under: Mini's, Op straat — Dirk van Weelden @ 10:31 am

schiphol.jpg

Er bestaat een imperium van de lucht. Het wordt bevolkt door grote vliegende machines. Toen ze er een keer waren wilden ze broers en zusters om glorieus en bulderend mee door het luchtruim te schieten. De mensen hebben die broers en zusters braaf gebouwd. In ruil daarvoor mogen mensen en hun goederen met de machines mee. Soms hebben de machines onderhoud en kerosine nodig. Dan begeven ze zich naar de uithoeken van het luchtrijk. Daar, op het aardoppervlak hebben mensen voor de machines rustplaatsen aangelegd.

De zware en snelle machines hebben veel leegte nodig om veilig te landen en te vertrekken. Midden in die leegtes liggen een soort steden. De machines nemen er brandstof in en kunnen mensen en goederen verversen. De luchtsteden zijn geen gewone mensensteden. Mensen mogen er niet wonen. Hoge hekken en bewapende poortwachters scheiden de wereld van de mensen van die van de vliegmachines. Binnen in de luchtsteden behoort de grond niet aan de aarde toe, maar is gewijd aan het luchtruim. Het zijn enclaves van het luchtrijk.

In een luchtstad zijn alleen personeel en passanten. Daarom zijn alle ruimtes gebouwd als doorgangsruimtes. Er zijn twee uitzonderingen, doodlopende vertrekken, toegankelijk voor iedereen: de toiletten en de gebedsruimtes. Hier kunnen mensen voor even intensief alleen zijn met respectievelijk het zeer tijdelijke en het eeuwige. Het zijn de enige plekken in een luchtstad waar respijt is van het Transit-regime dat in het luchtrijk heerst. Want alle andere activiteiten in een luchtstad (eten, winkelen, zich vermaken, wachten en geld wisselen ) vinden plaats onder het Transit-regime, dat wil zeggen onderworpen aan de bewegende toestand, losgekoppeld van huis en haard, eigen taal, land, continent, ja de hele ruimtelijke indeling van de aarde.

Het luchtruim is een homogeen medium, dat alleen in beweging en op hoge snelheid kan worden betreden. In het luchtrijk heerst daarom de tijd van de beweging absoluut over de ruimte. Van het draaien van de aarde en het licht van de zon trekken de machines zich in hun bewegingen niets aan. Dag en nacht hebben nauwelijks greep op de luchtsteden. Tijdzones vervagen er in elkaar. De wetten van het luchtruim gelden al in de luchtstad. De reiziger , wandelend door de luchtstad kan de werking ervan al ondergaan. Hij doolt door de supermarkt, zijn lichaam zegt het is nacht, de klokken en het licht zeggen het is middag. Hij staat voor de schappen naast mensen voor wie het ochtend of vroeg in de avond is. Hij is niet in een land, maar in een zone waar allerlei landen tegelijk zijn, omdat landen ook uit reizende mensen bestaan. Als hij nog op reis moet is hij toch al vertrokken, want hij is afgesneden van zijn plaats van herkomst. Als hij op doorreis is, komt hij hier nooit werkelijk aan, omdat hij alweer vertrokken is voordat zijn systeem beseft waar hij was.

Wat is die verdooldheid in de ogen van de mensen om hem heen? Ze zijn nergens, dat is het. Ze trekken voorbij als zorgelijke, oververmoeide pelgrims. De voetreis door brede gangen van het centrum van de luchtstad naar de machine maakt alle mensen gelijk. Ze dragen hun spullen en hun kinderen door de dag en nacht verlichte leegtes, die alleen een richting hebben. Met iedere stap komen ze dichter bij het moment waarop ze zich volledig, met huid en haar overleveren aan de wetten van het luchtruim. Aan de machine. Aan de snelheid die alle menselijke ritmes ontkent. Maar uren daarvoor is de overgave aan het Transit-regime al begonnen. Mensen in luchtsteden zijn tijdelijke, vrijwillige ballingen. Het effect is wezenloos en melancholiek, maar ook mooi. Ogen en oren werken er anders. Er ontstaan gesprekken die buiten de luchtstad niet ontstaan. Wie alleen en roerloos in een luchtstad, tussen duizenden vreemden zijn dierbaren, zijn liefdes, zijn werk, zijn toekomst heeft overdacht, heeft zijn leven vanuit het luchtruim gezien. De reis zelf is een ander verhaal.

images-2.jpg

De Dag

Filed under: Mini's — Dirk van Weelden @ 10:19 am

Iedere dag alles. Het etmaal als een mikrokosmos, een mozaïek.
Iedere dag in een boek lezen.
Iedere dag muziek maken.
Iedere dag voor jezelf schrijven.
Iedere dag kletsen, spelen, eten met de kinderen.
Iedere dag hardlopen.
Iedere dag klaarkomen.
Iedere dag goed eten maken.
Iedere dag door de stad wandelen of fietsen en goed kijken.
Iedere dag de toekomst bespreken met je lief en haar daarbij kussen.
Iedere dag jezelf wassen.
Iedere dag even durven denken dat het de laatste was.
Iedere dag lekker slapen.
Iedere dag de kost verdienen.
Iedere dag toegeven dat je minder intelligent en erudiet bent dan je lijkt.
Iedere dag toegeven dat je wijzer en cynischer bent dan je lijkt.
Iedere dag de krant lezen.
Iedere dag ontdekken dat geen enkele dag kan zijn als Iedere Dag.
Iedere dag het hoofd buigen voor de hel op aarde.
Ieder dag je tanden poetsen.
Iedere dag je eigen glazen ingooien.
Iedere dag het pijnlijke besef dat je leven groter is dan Iedere dag.
Iedere dag zingen.
Iedere dag aan dode mensen denken.
Iedere dag je angsten vervloeken.
Iedere dag je onrust vertrouwen.
Iedere dag fruit eten.
Iedere dag denken dat het anders kan.
Iedere dag jezelf voorhouden dat uitstel zinloos is.
Iedere dag je angsten waarderen.
Iedere dag iets gemeens zeggen.
Iedere dag blijven leven.

« Newer Posts

Powered by WordPress