Dirk van Weelden

January 17, 2012

ENERGIE EN TIJD

Filed under: Beeld, Op straat — Dirk van Weelden @ 6:13 pm

Energie_en_tijd_Hans_Verhulst_Marnixstraat_Amsterdam kopie

Dit is de bronzen wandsculptuur Energie en Tijd, in 1962 gemaakt door Hans Verhulst (1921-2005). Het is te zien aan de zijmuur van het trafohuis aan de Marnixstraat in Amsterdam, aan het eind van de Lauriergracht.

Dit werk houdt me al een tijd bezig. Mijn oog viel er op tijdens het tanken van onze grachtenboot, bij de Texaco-pomp onder de parkeergarage ernaast. Iedere keer als ik het zie sta ik paf. Het ding lijkt afkomstig van een andere planeet. Het roept verwondering en lachlust op.

Des te vreemder is het te leren dat dit de oorspronkelijke plek is waar het werk voor is gemaakt. Dat trafo-huis staat aan het eind van een met hoge hekken afgesloten kade. Om daar een abstract reuzenreliëf van brons aan vast te schroeven met de hooggestemde titel Energie en Tijd is een individuele en collectieve daad van genereus, kunstminnend vooruitgangsgeloof. En navenant hopeloos grappig. Het roept tegelijkertijd bewondering (voor de onbevangenheid en overtuigheid van eigen esthetiek en het maatschappelijk belang ervan) en deernis op. Hoe het daar hangt, hulpeloos in zijn onverstaanbaarheid, weggemoffeld op een kloteplek waar niemand kan komen en vrijwel niemand het kan zien.

Het is het resultaat van een misverstand, misschien, of een overblijfsel uit een vervlogen tijd, maar het levert een klein wonder op, dat de vraag of dit mooi of lelijk is (het is het allebei, je hoeft maar met je ogen te knipperen) met gemak passeert. Het is groots in zijn verlorenheid en onzichtbaarheid. Het geeft niet eens aanstoot omdat volgens mij nog geen tien mensen in de stad weten dat het bestaat. Het hangt niet in de weg.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik er van ben gaan houden. Niet alleen om die tragi-komische en vergeefse grandeur die het heeft, maar ook om de vormen waaruit het bestaat. Het lijkt een 3D verbeelding van meetgegevens uit een elektrisch laboratorium, van grafieken en meetapparatuur. Maar dan opgevat als dans. En ook de hoop die eruit spreekt dat het uitbeelden van de schoonheid daarvan goed voor de mensen is. Het is min of meer onbevattelijk in zijn poging om met van die lompe oxiderende hompen metaal de poëzie van energie en tijd op te roepen. Veel mensen zouden misschien eerder aan resten van een mammoet-skelet denken.

Het is een zwierig en goed gemaakt ontwerp. Er zit onmiskenbaar een evenwicht in het ding: open en gesloten, spits en breed, iets van ritme door die twee horizontale balkjes. De subtiel gekantelde vlakken trekken het oog. Ook lijkt het ding twee richtingen op te wijzen. Het gevaarte is werkelijk driedimensionaal, het zweeft een kleine meter voor die bakstenen muur, aan een stuk of tien staven. Het speelt een spel met licht en schaduw, maar wordt daarin door de lokatie enorm tegengewerkt: vrijwel niemand kan dicht genoeg bij komen. De beste manier het te zien is vanaf het water, als je er vlak langs vaart of aanlegt en illegaal aan wal gaat.

De tijd waarin de overheid dit soort kunst bestelde en aan GEB-huisjes hing is eindeloos lang geleden. De afstand tot de woorden Energie en Tijd is belachelijk groot. Wat rest is een prachtig voorbeeld van enthousiaste, verloren, vergeten kunst. Idealistisch en lachwekkend. Serieus en tragisch. Kundig en mallotig. Mooi en heldhaftig on-mooi tegelijk.Het is een magistraal teken, maar waarvoor? Wie het ziet, op een heldere dag, aan die nederige bakstenen blinde muur, kan dat geen moer meer schelen.Onderstation_Marnixstraat_overkant_Singelgracht_20081208 kopie

November 5, 2011

Waterschaduw

Filed under: Beeld, Mini's, Op straat, Uncategorized — Dirk van Weelden @ 8:36 pm

Hij arriveert met de trein door een tunnel onder de nachtelijke stad. Via brede trappen klimt hij naar het stationsplein. Met het paleisachtige stationsgebouw in de rug staat hij stil en kijkt de stad aan. Prettig wel, die robuuste mix van dreiging en feestelijke lichten.

Binnen een kwartier heeft de kou hem stevig vast. Hij voelt zijn rug verstijven. De echo van zijn voetstappen tussen de deftige gebouwen klinkt er verlegen door. Hij loopt maar door, net zolang tot hij zijn voetstappen niet meer hoort en hij wat warmer is. Dorst heeft hij er wel van gekregen. Café’s genoeg, maar wat is het toch ergerlijk dat hij niet kan kiezen! Hij loopt er zeker zeven voorbij die hem niet bevallen en komt in een stille wijk terecht.

Zonder goede reden betreedt hij een binnenplaats waar het spookachtige licht van de beveiliging heerst. Hij steekt wat te roken op. Het draagbare vuur van de aansteker is nu even zijn kampvuurtje. Langzaam krijgt hij oor voor de omfloerste geluiden uit de huizen om de binnenplaats. Een slome piano. Een voetbalwedstrijd op tv. Kinderen, nog laat op en jengelend. Iemand die rondborstig en vals meezingt met een Franse pop-hit. Een raam dat opengaat en een golf van vrolijk gekwebbel, en het rumoer van bestek op porselein en klinkende glazen uitstoot. Het is heerlijk om hier te staan, alleen jammer dat hij er niets te drinken bij heeft.

Dan valt zijn oog op een kraan, vlak boven de grond in de muur aan de binnenplaats. Op zijn knieën, zijn hand al in een kommetje onder de tuit, probeert hij beweging in de knop te krijgen. Het ding zit muurvast, waarschijnlijk past in de uitsparing bovenop een sleutel.  Als hij opstaat ziet hij zijn schaduw, een dorstig silhouet dat naar een kraan staart. Hij houdt de schaduw van zijn hand onder kraan om het denkbeeldige water op te vangen.

kraan

October 18, 2011

JCJ VANDERHEIJDEN en jcjvanderheijden!

Filed under: Beeld, Op straat — Dirk van Weelden @ 6:28 pm

Ga binnenkort, zo snel als je tijd hebt, naar het Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam. Daar zijn twee zalen te zien met werk van JCJ van der Heijden (1928). Ik heb in jaren niet zo’n overrompelende, sprankelende en vrolijk stemmende expositie van beeldende kunst gezien. En dat terwijl ik het werk dat JCJ de afgelopen decennia maakt ken en veel van de werken die hier hangen eerder heb gezien. Wat deze twee zalen zo opwindend maakt is dit: toen JCJ op bezoek kwam om de zaal op te meten (hij wil altijd een maquette van de tentoonstelling in karton maken om de indeling thuis te kunnen uitproberen) viel zijn oog op de houten lambrizering, die tegen de wanden van het eerbiedwaardige instituut getimmerd waren. Voor een kunstenaar wiens werk gaat over de dubbelzinnigheden, illusies, vanzelfsprekendheden en ongerijmdheden van onze waarneming is die lambrizering een ongenode gast die zich met de tentoonstelling bemoeit. Kan dat hout weg?, vroeg hij daarom aan de museumdirecteur. Dat kon niet, het gebouw is een rijksmonument ofzo.

De oplossing van dit probleem was eenvoudig, radicaal en schitterend. Er werden zwart-wit foto’s gemaakt van de wanden van de maquette. Daarin had JCJ op kartonnen kaartjes mini-versies van zijn werken gehangen. Die foto’s werden uitvergroot en geprint op behangpapier. Daarmee werden de wanden van de zalen behangen. Over die vervelende lambrizering heen! Bovenop de zwart-wit reuzenversies van de mini-werken kwamen de kleurige echte doeken en foto’s te hangen. Typisch JCJ: hij heeft werk verplaatst zodat je langwerpige werken als achtergrond van vierkant werk hebt en bij het opmeten van de hoogte heeft hij zich vergist, zodat de zwart-wit reuzen-verkleiningen als een lijst fungeren.

Wie de zaal binnenloopt weet niet meer hoe groot hij is. Het Boymans blijkt met plakband aan elkaar te zitten: in de hoeken van de ruimtes is het plakband te zien. De toeschouwer bevindt zich in een opgeblazen maquette. Schets en werk, zwart-wit foto en kleur, raster en verfstreek, afdruk en origineel, weerspiegeling en lichaam, maquette en zaal; met alles wordt een spel gespeeld en je kijkt je ogen uit. Ook het bekende werk wordt er nieuw van. Dat werken zich in elkaar weerspiegelen, elkaar citeren, elkaars verkleining of vergroting zijn, is het begin van een kijk-avontuur zonder weerga. Zelfs de deuren naar de andere zalen en de bezoekers gaan deel uitmaken van JCJ’s tentoonstelling. Natuurlijk zijn de maquettes van de twee zalen aan de ingang van de tentoonstelling te zien. Groots werk van van een van de grootste levende kunstenaars van ons land. Tot 29 januari 2012.

IMG_0144IMG_0141IMG_0143

September 4, 2011

Back

Filed under: Beeld, Op straat, Schrijfmachine — Dirk van Weelden @ 8:05 pm

schrijfplek

This is the place where I spent two weeks. Two five hundred years old houses at the end of a gravel road in the hills between Perugia and the Lago Trasimeno. A crate of books, a pool, a company of ten (five children), a guitar, my running shoes, our racing bicycles and my 1968 Olympia SF and many wonderful meals made sure I returned rested and in good spirits to Amsterdam. A new season has started.

June 7, 2011

ERIKA

Filed under: Beeld, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 9:07 pm

fotoerika023

April 23, 2011

Termieten

Filed under: Beeld, Mini's, typecasts — Dirk van Weelden @ 11:11 am

Click here for English translation

050617Ltermieten006

April 1, 2011

Bouncing Around

Filed under: Beeld, Bâtafysica — Dirk van Weelden @ 10:42 am

Op de tonen van Mark Ribot’s Bouncing around

spr

spiraal1 – Computer

March 7, 2011

Gabriele

Filed under: Beeld, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 5:51 pm

Met de G1 telefoon, de Adler Gabriele 25.

Gabrielezon

bij fotoGrabriele072

February 13, 2011

OP EXPEDITIE IN ALMERE

Filed under: Beeld, Op straat, typecasts — Dirk van Weelden @ 2:41 pm

almere056almere1almere2almere3

January 15, 2011

The Photo-Envelope

Filed under: Beeld, Mini's, Op straat, typecasts — Dirk van Weelden @ 3:29 pm

The photo-envelope

Hi everybody, dear Typospherians, here is a first tentative specimen of a new sort of typecast. I call it the photo-envelope as the digital photographic image literarily envelopes the typewritten text, that only becomes legible when the viewer uses the zoom function in his software. The text is behind a optical horizon and zooming in onto a detail unwraps the ‘letter(s)’, as in opening an envelope.

Like in the case of mail-art, the photo-envelope offers the possibility to use the atmosphere and elements of the picture in combination with the text. I imagine a photo of a group of people in a party setting, and one of the women has a sheet of paper with a typewritten text taped onto her back.  They are raising their glasses, laughing, but ignoring the camera. The text is about how a group of friends gathers and seems to surround the empty spot of a friend who is absent (because of a divorce, a journey or death).

I imagine the use of coloured paper, as camouflage, to better combine the surfaces in the image with the text. Or a text written on a meters long ribbon, taped to the wall of a room.  That would make the zooming in and scrolling quite exciting, a journey through the image.

The text can function as an embedded caption, but also as a voice over, speaking about people and situations that are not in the picture, but blend with the image in a meaningful way. That’s what I hope to have done in my first experiment.

The second reason I like this form of typecast, is that it can be used quite spontaneously. Staying in a friend’s house, you are struck by the view. You write a little text about how it reminds you of somewhere else for example, you than tape the typoscript onto the windowpane and photograph the view with the text in it. Just send/upload the picture. I have already used the photo-envelope to send letters to friends.

I know that by using In-Design, -inserting a digital text into a photo and saving the image as a pdf-, you can hide perfectly legible text in extremely small details, but I like the use of analogue text and the physical, direct feel of this method. It seems to capture the kind of static or interference that we call ‘personal’ better.

So, zoom in to read. Hopefully you feel a strong desire to zoom out as soon as you’ve finished reading, to see how your view of the image has changed by unwrapping this powerful detail.

CLICK TO OPEN LARGER VERSION

PE small

Older Posts »

Powered by WordPress