Archive for the ‘Beeld’ Category

Het Typecast Besluit

Wednesday, June 4th, 2008

Mijn bericht over het transdigitale gebruik van de schrijfmachine (of zoals het bij sommige bloggers in Amerika heet, post-Millenial typewriter use) was getoond als typoscript, vooral om aanschouwelijk te maken waar ik het over had. Maar ondanks het wat versleten lint en de niet optimale technische verwerking, trok het meteen de aandacht van de bloggers die ik in mijn bericht noemde.     

 

Met als gevolg een opgetogen email-correspondentie met de mevrouw van Strikethru.net.  Of ik foto’s wilde maken van mijn schrijfmachines, zoals zij en haar vrienden deden, om die dan te delen in een gemeenschappelijk foto-album op Flickr, waar alleen maar foto’s van schrijfmachines worden uitgewisseld. En dat ze mijn typecasts en berichten op dit weblog zou proberen te lezen met behulp van automatische vertaal-programma’s.    

Wat een armoei, dacht ik en voor ik er erg in had schreef ik dat ik er serieus over dacht in het vervolg typecasts in het Engels te doen, aangezien de liefhebbers ervan in de Verenigde Staten wonen voorzover ik het nu kan overzien. Ik schreef haar erbij, en mijn Nederlandse lezers zullen er niet al te veel bezwaar tegen maken. Hoop ik dan. Als ik al Nederlandse of Vlaamse lezers heb. Goed dit dus om lucht te geven aan het Typecast Besluit van 3 juni 2008. Om de contacten ten behoeve van het onderzoek naar de transdigitale schrijfmachine te bevorderen, pubiceer ik hier typecasts in het Engels. Ook nog goed voor mijn Engels. Mocht ik taalkundige stommiteiten uithalen, dan verzoek ik iedereen me te corrigeren, uiteraard. 

Rustplaats

Monday, February 18th, 2008

Robin is al teruggekeerd uit de dood, als trouwe hond. Hij wacht op zijn baas, die nog zes voet diep onder de bevroren grond van het een of andere dorp ligt. Dit is de verkeerde rustplaats. Zo kan de vleermuisman nooit zijn weg vinden naar een volgende aardse gedaante. Hij heeft een grote donkere stad nodig, viaducten, wolkenkrabbers, tunnels onder de rivier, neon lichten die weerspiegelen in het regenwater dat van roestige brandtrappen druipt. Hier in dit lege land  ontbreken de vijanden, de duisternis, de herinneringen die hij nodig heeft om te ontsnappen uit de grote witte vrieskist van de dood. 

Spoorloos toetsenbord

Thursday, January 31st, 2008

Twee handen schrijven op een toetsenbord. Rustig vlinderen de vingertoppen over de toetsen die niet meer dan een zacht flodderig klikken voortbrengen. Ze fluisteren. Waar gaan de letterreeksen heen? Waar blijven de zinnen?Uit het toetsenbord komt een doodlopend snoertje. Het toetsenbord is alleen, nergens op aangesloten. Ook niet draadloos. De schrijvende geeft zijn zinnen prijs aan de nacht. Het lijkt op in jezelf praten of fluisteren in het oor van een dode of een dier.Met dit verschil: je weet weken later waarschijnlijk nog woordelijk wat je de geit toevertrouwde en wat je tegen je dode oma zei blijft je hele leven bij je, maar schrijven neemt van oudsher een loopje met het geheugen. Je zult waarschijnlijk eerder vergeten zijn wat je op het afgekoppelde toetsenbord schreef.Tikken aan een bewusteloos toetsenbord, het is me nu al twee keer overkomen deze week. Niet per ongeluk, maar helemaal met voorbedachte rade.Kijken in een zwarte spiegel.

Huilende kindjes

Friday, January 11th, 2008

Wie kent ze niet, al sinds de jaren vijftig cirkuleren ze. Als heuse schilderijtjes, maar meestal als posters, soms ingelijst in ruwe houten lijsten. In de volksmond heten het huilende zigeunerjongetjes, maar ze zijn meestal blond en weliswaar wat haveloos gekleed. Maar reden aan te nemen dat ze Sinti of Roma zijn is er niet.

Het is nog niet eenvoudig erachter te komen waar deze wereldwijd geliefde kinderen vandaan komen. Ik hoorde jaren geleden dat de beelden met de naam Bragolin, waren ondertekend. Maar wie was of is Bragolin?

Wie op het internet zijn licht op steekt ontdekt een levendige mythe-vorming rondom deze schilderijen. Het geloof in UFO’s is er niets bij. De laatste tien jaar lijkt vooral Spanje het centrum van de mythe te zijn. Daar cirkuleert het volgende verhaal.

Bragolin is een pseudoniem voor Bruno Amadio, een uit Venetië afkomstige schilder, die een klassieke opleiding genoot. Hij was een enthousiast fascist en schilderde propagandistische kunst in de jaren dertig. Hij vocht aan het front en werd vooral getroffen door het leed van de kinderen, die verweesd achter bleven in de geruïneerde steden. Na 1945 vluchtte hij naar Spanje, naar Sevilla. Daar begon hij met het schilderen van de huilende kinderen. Zijn modellen betrok hij uit een lokaal weeshuis. Er ontstond een serie van 27 olieverf-schilderijen.

Hierna neemt de mythe een paranormale wending. Amadio begon aan de reeks schilderijen uit een zucht naar rijkdom. Naar verluid sloot hij een pact met de duivel om zich daarvan te verzekeren. De afrekening komt als het weeshuis kort na het voltooien van het 27e schilderij in vlammen op gaat. Alle kinderen die model gestaan hadden kwamen in de vlammen om. Maar Amadio wordt schatrijk.

Naar de regels die dit soort verhalen volgen zijn die schilderijen, maar op magische wijze ook alle miljoenen reproducties zijn dus vervloekt. In een Spaans televisieprogramma zijn gewone mensen te zien, die hun ingelijste posters hebben horen jammeren en om hun mama roepen. Ze hebben ze nog opgenomen met een casetterecorder ook! Een medium komt uitleggen hoeveel negatieve energie je wel niet in huis haalt met zo’n Bragolin. Ziektes, pech, rampen branden, ze zouden allemaal toe te schrijven zijn aan de wraak van de huilende kindjes.

In 1985 veroorzaakte het Engelse boulevardblad The Sun een hype rond de Bragolins. Een brandweerman verklaarde dat hij in veel huizen die afbrandden een vrijwel ongedeerd schilderijtje of poster van zo’n jankend jochie vond. Of een meisje. Hoe de kinderen de brand veroorzaakten en hoe hun linnen en papieren dragers gespaard bleven wist niemand.

In die typisch Engelse half-hysterische, half-campy sfeer kwam het tot bijeenkomsten waar gedanst werd rond brandstapels met reproducties van de huilende kindjes van Bragolin.

Inmiddels hebben de gothic jongeren zich over het verhaal ontfermd en schilderen ze hun eigen gedoemde huilende jochies. Van Brazilïe tot Duitsland zijn ze er mee bezig en in Polen lijkt zich de aandacht voor het verhaal ook snel uit te breiden. Opmerkelijk aan die door horror-films gekleurde interpretatie van de schilderijen is dat de oogopslag van de kinderen (zo zoet en aandoenlijk in de beleving van oudere generaties) op deze toeschouwers overkomt als een huiveringwekkend gruwelbeeld. Kippenvel krijgen ze ervan en wie zoiets in zijn huis ophangt moet wel ‘auf einen okkulten Weltuntergangstrip sein’.

Helemaal volgens de verwachting zijn het de Zweden die uitkomst brengen. Een kunsthistorica (Märta Holkers) legt in een kort en droog artikeltje op een website over kunst uit dat ze als studente eind jaren zeventig wilde uitzoeken waar die huilende zigeunerjongetjes vandaan kwamen. Het spoor leidde inderdaad naar een man met de naam Bruno Amadio, die geboren was in Venetië, maar nu op een riant landgoed woonde even buiten Padua. Hij vertelde dat hij aan de kunstacademie had gestudeerd en in de fascistische tijd wel wat verdienen kon met zijn werk. Na de oorlog werd het moeilijk. Ten einde raad ging hij schilderen voor de toeristen op het San Marco plein. Samen met een kunsthandelaar bedacht hij het thema ‘huilende kindjes’, liefst arm en verwaarloosd. Hij maakte er 27, ondertekende met Bragolin en de rest is geschiedenis. Bruno Amadio was in die zomer van 1979 een nog altijd werkzaam schilder van 68 jaar. In 1981 overleed hij.

Is het niet prachtig en een geval van poetische rechtvaardigheid dat die eikelige beelden van jankende jochies blijkbaar toch op een collectief kwaad geweten werken? Ze roepen, zonder dat iemand de aanstichter daarvan kan aanwijzen, verhalen op over het lot van de kinderen die leden in de Tweede Wereldoorlog. En het Kwaad is meteen duidelijk geïdentificeerd: het fascisme, de oorlogszucht en de ontkenning van de kwetsbaarheid van het leven. De duivel die na de oorlog het leven beheerst is die van de geldlust, het willen gebruiken van menselijke zwaktes om er rijk van te worden. En verdomd, uitgerekend met een beroep op het sentiment lukt dat. Miljoenen worden er verdiend. Zo bijt het verhaal zichzelf lekker in de staart.
Je zit in een huiskamer met zo’n huilend ventje aan de muur en denkt opeens. Tjsa, die kinderen, daaraan is grof verdiend. Die zouden eens moeten weten. Die zijn groot geworden, of hebben het niet gered. Maar ze zouden eigenlijk genoegdoening moeten komen vragen. Een verontwaardiging die wind in de zeilen krijgt door een eigen gevoel van verongelijktheid: zie je hoe die klootzakken ons zuivere gevoel uitmelken met hun goedkope plaatjes. Maar ja, je hart breekt toch als je zo’n koppie ziet.

Voor je het weet heb je huilende schilderijen, mediums op de televisie, is er sprake van een ‘vervloekte schilder’ en kunnen Duitse pubers deze grienende kleuters niet in de ogen kijken.

Wie is Mr Light?

Friday, November 30th, 2007

Ik zag de commercial voor Philips Aurea op de televisie, tussen een laxeeryoghurt en een goedkope lening in. Mij verbaasde de geexalteerde retro-sfeer, de opgelegde vervreemding van de paspop-achtige vrouw in een design ruimteschip die haar eigen spiegelbeeld op de van kleur verschietende televisie kust. Tot ik naar informatie over het filmpje ging zoeken en erachter kwam dat de televisie-commercial een fragment is uit een film, in opdracht van Philips voor de Aurea gemaakt door de algemeen als cinema-talent geroemde Wong Kar-Wai.

De titel is There’s only one sun en is opgezet als een abstracte, heel ouderwetse spionagefilm. De bijna actieloze scenes, de architectonische en lege decors en de jaren vijftig Pannard waarin onze heldin en haar minnaar, Mr Light, zitten roepen een weerklank van Jean-Luc Godards Alphaville op, maar dan getoonzet als parfumreclame.

De film opent met een gesprek tussen de Frans sprekende Amélie Dore en een half zichtbare Rus. Ze verstaan elkaars talen en spreken onbekommerd hun eigen taal. Een jaar geleden, zegt de vrouw, in de verte starend, zag ik iets wat ik niet mocht zien. En werd blind. Lees het licht voor me, vraagt ze. De man beschrijft de omgeving.We zien scenes waarin de als fotomodel ronddraaiende vrouw in pré-1966 jurkjes en jassen erop uit wordt gestuurd om een agent met de codenaam Mr Light te vermoorden. Ze spoort hem op met een apparaat, een Lightcatcher. Ze is agent 006 van het Departement van Menselijke Zuivering.

Haar metingen zeggen haar dat hijoveral is, maar ze kan hem niet bereiken. Plotseling blijken ze toch elkaar gevonden te hebben en een verhouding te zijn begonnen. Kussen. Bed. Après l’amour. Blote rug. geheel volgens James Bond logica is er een sprake van een grenspost en twee visa. Een leugen dat er maar eentje is. Want de vrouw voelde argwaan, zegt ze. De voor ons onzichtbaar blijvende (nou ja, schim, silhouet…) beminde vijand wilde haar omleggen.

Het omgekeerde gebeurt. Zij vermoordt hem. Maar helaas, ten koste van het licht in haar ogen.Nu komt de scene waarin ze eufoor en onder begeleiding van een vol met echo en bongo geheimzinnig klinkend onnozel Italiaans popliedje uit de jaren vijftig, door het van kleur verschietende spiegelpaleis doolt. Blind! In een reclame voor televisies! En onderwijl prevelt ze ook nog dat ze dat verboden gezicht van meneer Light blijft zien en overal zoekt, als ze het licht van de zon voelt.

Kernzin van de film volgt, als de vrouw voor het scherm zit en de kleuren lijkt te strelen. Ze opent haar gestifte mond wijd voor het scherm.
‘Het is moeilijk naar de dingen direct te kijken, soms. Ze zijn te helder en te donker. Soms moeten we de dingen zien door en scherm heen. Aan de ene kant van het scherm vervagen onze herinneringen. Aan de andere kant blijven ze voor altijd gloeien.’

Even verschijnt de vrouw met een belachelijk mutsje met kinband en kijkt zielig in de lens. Ja, ‘ze’ hebben nog geprobeerd de herinnering aan Mr Light uit haar geheugen te wissen, maar dat is niet gelukt. Onze heldin staat buiten in een klassieke 1961 witte regenjas, als op een foto uit de Vogue uit die dagen en staart theatraal naar de lucht. Een hand voor de zon. Ze zegt dat ze nog steeds de warmte van ‘hem’ kan voelen.

Volgt een citaat van ene Marina Tsetaeva, die zegt dat de zon van haar alleen is, en dat ze hem nooit zal weggeven of laten afnemen.Even op een rijtje: deze reclame voor een Philips televisie met ambilight (lamplicht schijnend vanuit de zijkant van het toestel, dat zich aanpast aan de film en je huiskamer verkleurt) gaat over een vrouw die verliefd werd op een vijand die meneer Licht heette en die ze zelf door het hoofd schoot. Ze is blind, want hij wilde niet herkend worden. Nu zoekt ze de warmte van het licht van de zon en beleeft dat als de aanraking van haar dode minnaar.

Het grootste raadsel is de uitspraak over het scherm. De wereld direct zien is te donker of te verblindend. Het scherm scheidt de wereld in twee delen, er is een zone waar herinneringen blijven leven en een zone waar herinneringen vervagen.De suggestie is dat je blind moet zijn voor de wereld en alleen nog naar het scherm dient te kijken, en dan het liefst zo, alsof het geen beeld is (het gezicht van licht is verboden!) maar de warmte van de zon. Alleen zo bewaar je het werkelijk waardevolle, de herinnering aan een dode (zelf gedode) geliefde.

De conclusie luidt aldus. Philips Aurea met ambilight is voor blinden die zich warmen aan een herinnering van iets dat ze zelf hebben doodgemaakt. En wat is dat? Wat is voor de Philips consumenten die geheimzinnige Mr Light? Die beminde vijand? Juist, de schemerlamp, met de ouderwetse Eindhovense gloeilamp, waaronder je zat te lezen, of te minnekozen of te spelen op je mandoline. Ambilight is de schemerlamp van de 21e eeuw. De televisie het excuus je eraan te warmen.

Kijk hier naar de film.There’s only one sunWong-Kar Wai

Wie is zij?

Tuesday, November 27th, 2007

Aurea

Het begint met een puur sfeerbeeld, opgewekt door een tuimelende camera in wereld van goudglans en oranjerood licht. Dan ontstaat de suggestie van een ruimte. Een laag koepelvormig dak. Lager valt de camera en we kijken omhoog. Bevinden we ons in een ruimteschip dat in Kubricks Space Odyssee zou kunnen voorkomen? Het lijkt er wel op en die indruk wordt nog versterkt door de draai-dansende jonge vrouw die door het diepe rode licht wordt voortgebracht.

Ze heeft een kapsel dat aan Twiggy doet denken, ze draagt een jurk die ook al het ruimtevaart-design van 1972 in herinnering roept. Alles blèrt digitaal gelikte retro. Een vette verwijzing naar een tijd dat technische vooruitgang er hip en sexy maar ook onweerstaanbaar chic en deftig uitzag. Alsof je er aan ruiken kon dat men nog in ware vooruitgang geloofde. Dat het de elite was die al dit slims en prachtigs voor de ganse mensheid bedacht had om het leven voor iedereen beter en mooier te maken. Bevrijding uit de ketenen van de banaliteit: verheffing.

Onze oranjerode vrouw met het sluike haar danst en draait en kruipt en hurkt. Ze begeeft zich in een futuristische woon-eenheid, kruip-door, sluip-door. Een kruising tussen een discotheek en een ultramodern badhuis. Eindelijk strijkt ze neer, de camera volgt haar gestileerde en ge-exalteerde bewegingen. Ze glimlacht alsof ze speelt dat ze stoned is. Het begint op te vallen dat de commercial idioot lang duurt en dus afkomstig is van een groot en rijk bedirjf.

Wat de vrouw gevonden heeft is een groot scherm. Ze gaat ervoor zitten. Het is even goud en oranjerood als de ruimte om haar heen. Alles gloeit en trilt, alles vloeit en zindert van het lichaamloze licht. Ze brengt haar gave geschminkte gezicht bij het scherm en even zien we hoe zijzelf op dat scherm verschijnt. Het lijkt een spiegel, maar is het niet, omdat ze daar in een perfect videobeeld verschijnt en niet in spiegelbeeld. De vrouw opent haar mond langzaam, net als haar real-time evenbeeld. Half, alsof ze zich traag voorbereidt op een hartstochtelijke tongzoen met zichzelf. Die niet komt. In plaats daarvan gaat haar gezicht naar beneden. Er speelt een sluwe glimlach om haar lippen.

De pay off: koop de nieuwe Aurea televisies van Philips.

Ik zoek naar het woord voor de reactie die ik ergens rond mijn middenrif voel. Ik ben uiterst geboeid. Op het puntje van mijn stoel. Weerzin is het woord niet. Voel ik me beledigd door zoveel aanstellerige domheid? Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat die vrouw en dit filmje onbedoeld een gruwelijke waarheid onthullen. Wie is die vrouw die Philips mij stuurt?

Neus

Monday, November 19th, 2007

Micha Hamel stuurde mij een link naar een filmpje op Youtube, waarin een zeer Britse voice over de werking van een geval van gezichtsbedrog uitlegt. Op een stokje draait langzaam een plastic masker rond, zoals je dat koopt in een feestwinkel. In dit geval is het een klassiek Charlie Chaplin geval, compleet met snorretje, zwarte krullen en bolhoed. De binnenkant van het masker is egaal vleeskleurig. Je zou zeggen, als je in het holle masker kijkt zie je een gezicht-achtige vorm, alleen dan hol.

De commentaarstem legt uit waarom dat niet het geval is. ‘Het brein weigert een hol gezicht te zien, een concave neus. Dit is een bewijs hoe van bovenaf (‘top down’) toegepaste kennis (al die ervaring die we met het kijken naar gezichten hebben) de van onderaf (“bottom up’) geleverde informatie (wat onze ogen feitelijk zien) censureert en verdringt. Dus zien we een uitstekende neus, een bol gezicht, ook al is het er niet.’

De toonzetting van die verklaring suggereert een universeel principe, ja, bijna zoiets als een politiek-filosofisch bon mot . Je zou kunnen zeggen dat dat me even veel verbaasde als het gezichtsbedrog zelf.

Mijn favoriete moment is dat waarop het niet-bestaande bolle gezicht verzwolgen wordt door de wel bestaande tronie van Charlie, het ogenblik waarop de illusie alleen nog bestaat voorzover hij voor je ogen verdampt. Je ziet de betovering en de ontmaskering ervan tegelijkertijd.

En wat die verklaring betreft. In voor-wetenschappelijke eeuwen hadden weinig argumenten zoveel gewicht als de gelijkenissen uit de Bijbel. Of de Fabels uit de oudheid. Niets heeft tegenwoordig zoveel retorische kracht als een parabel die gebaseerd is op een wetenschappelijke proef of ontdekking. Maar hoe amusant en interessant zo’n oneigenlijke (morele of politieke) interpretatie van een selectief fragment wetenschap ook is, het is op zijn beurt weer een vorm van intellectueel gezichtsbedrog. Waar en niet waar tegelijkertijd.

Hier is de link naar het filmpje:

http://nl.youtube.com/watch?v=QbKw0_v2clo&feature=related

Herengracht 609

Friday, November 9th, 2007

Dit is een foto van Herengracht 609 in Amsterdam. Hij is gemaakt in 1943, volgens het onderschrift van het Stadsarchief. Een turbulent jaar in het leven van dit pand. Vanaf 1937 huisde namelijk het Italiaans Consulaat op dit adres. En hoewel het aanvankelijk een vrolijke boel moet zijn geweest, met de successen van de As-mogendheden tussen 1939 en 1942, zal de stemming in dit jaar drastisch zijn omgeslagen.

Deze foto is genomen in het jaar dat de Geallieerden Italië vanuit het zuiden binnenvallen. In juli is de Duce (ha sempre ragione) gearresteerd op bevel van koning Victor Emmanuell II en de Fascistische Grote Raad onder aanvoering van Graaf Galeazzo Ciano en Graaf Dino Gradi. Het land wankelde, Benito Mussolini werd naar Gran Sasso in de Abruzzen gevlogen, in afwachting van zijn uitlevering aan de Geallieerden. De nieuwe Italiaanse regering capituleerde in september 1943.

Duitsers en Italianen die nog steeds de kant van de fascisten en de nazi’s kiezen vechten door tegen de Geallieerden. In diezelfde herfst dat deze foto genomen moet zijn (of zou het vroeg in het voorjaar zijn?) bevrijdt de SS majoor Otto Skorzeny de hulpeloze Mussolini en wordt de Repubblica Sociale Italiana opgericht die bestuurd wordt vanuit het stadje Salo en vooral het noorden en delen van centraal Italië beslaat. Het is een façade voor het Duitse militaire gezag.

Omdat ik alles wil weten van de mensen die in dit pand hebben gewoond en gewerkt vraag ik me af wat er achter deze gevel gebeurde in 1943. Werden er nog culturele avondjes gehouden? Zaken-diners waar industriëlen en diplomaten een mooi contract beklonken? Of hadden de consul en zijn personeel in verwarring de thuisreis aanvaard en wachtte het pand op de komst van de afgezanten van de nieuwe machthebbers? En welke? Van de regering van Victor Emmanuell of van de Repubblica Sociale Italiana van Mussolini?

De dagdroom

Thursday, October 11th, 2007

De kunstenaar Joseph Cornell woonde met zijn gehandicapte broer Robert even buiten New York. Om materiaal voor zijn collages te verzamelen maakte hij excursies naar Manhattan. In 1962 valt zijn oog op de cassiere van Ripley’s Believe it or Not Museum. Ze heet Joyce Hunter, hij noemt haar Tina. Hij ziet in haar een droom-elf, een abrikozen-meisje. Celibatair als hij is, obsedeert deze nymfijn hem hevig. Als hij haar ziet kan hij zo overrompeld raken dat bewegen en spreken onmogelijk worden. In zijn dagdromen verschijnt ze als onschuldige engel in een baby blauw jurkje. Soms is ze bijna zijn moeder, molliger en blonder dan de werkelijke Joyce. Cornell is dankbaar voor die verschuivingen en versmeltingen.

In 1964 trekt ze bij hem in. Een paar maanden later is ze verdwenen. Negen van Cornells beroemde dozen ook. Hij weigert een aanklacht in te dienen. In zijn ogen is ze onschuldig. Hij maakt een collage van haar en haar pasgeboren dochter; als een schattige roze rat met een jong.

Op 16 december stuurt Cornell een vriend naar het stadsmortuarium om haar lichaam te identificeren. Ze is uit het water gedregd en heeft twee steekwonden. Cornell laat haar in de buurt van zijn huis begraven. Hij huurt twee detectives in om het kind op te sporen, dat hij zou willen adopteren. De pogingen hebben geen succes.

Bas-Jan Botje

Tuesday, September 25th, 2007

Het kerkkoor heeft gezongen over de onbevattelijke schoonheid en macht van de zee. Onderwijl brengt de Mercedes het zeilbootje per aanhanger naar de haven. De magere man gaat zich overleveren aan de onverschillige krachten van de oceaan. Hij verwacht daar verlichting van, een uitweg uit de wurggreep die zijn ziel doodt. Hij trekt zich het universum namelijk nogal persoonlijk aan. Hij vindt zijn leven onacceptabel lullig als hij is waar hij is, doet wat hij doet, wil wat hij wil en maakt wat hij maakt.

Er is tenslotte ook nog zoiets als de eeuwigheid, vindt hij.

Zijn vader zou het God hebben genoemd. Die minuscule leegte, gewichtloos en loodzwaar tegelijk, die ieder molecuul, ieder moment, iedere handeling mogelijk maakt. Maar hoe maak je contact met die eeuwigheid? Hij heeft het geprobeerd door van daken te vallen, te huilen over de onuitsprekelijkheid van zijn onmogelijke verlangen. Hij maakte foto’s van zichzelf, dwalend door een nachtelijke wereldstad met een zaklantaarn. Het zijn maar fantasietjes, metaforen, spelletjes. Op zee is de eeuwigheid de baas. Daar is ie niet minuscuul, maar heerst hij mijlenhoog, kilometersdiep, zo ver het oog reikt. De wind bolt het zeil van het lullig kleine bootje. De man zeilt uit zicht. Hij hoopt op kosmisch inzicht, dat zijn bestaan overbodig maakt. Niemand ziet hem ooit weer.