Dirk van Weelden

November 1, 2007

Achtergrond Het Middel 2

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 2:14 pm

Uit het nawoord bij Het Middel valt op te maken dat ik het boek geschreven heb op mechanische schrijfmachines. Waarom, zo kun je je afvragen gaat iemand die al meer dan twintig jaar lang aan digitale tekstverwerkers werkt een roman schrijven op zo’n onhandig en zwaar te bedienen antiek instrument?Na een jaar of anderhalf tobben met een IBM-kloon (DOS-haat maakte het zwaar) schreef ik Arbeidsvitaminen, samen met Martin Bril, in 1987, weer ‘gewoon’ aan de Adler Gabriele 25. Hij zat tegenover me en beukte rokend en wel op zijn oude Erika. We deelden het flesje Typpex.Maar kort na het verschijnen van ons ABC had ik een Apple Macintosh Plus en al beschikte die nog niet over een harde schijf (je schreef met Word in je floppy-drive en je ‘boek’ op de diskette in de externe disk-drive) ik was een enorme fan van wat ik geestdriftig ‘de schrijftelevisie’ noemde. In brieven vanaf het Griekse eiland Chios, waar ik zat te schrijven aan Tegenwoordigheid van geest, stak ik de loftrompet over het gemak en genot van het kunnen openen van meerdere vensters, het knippen en plakken uit aantekeningen en kladversies, en de mogelijkheid permanent te kunnen redigeren en corrigeren. Ik waande me bevrijd van de zwaarte en traagheid van het schrijven aan de mechanische schrijfmachine. ‘De tekst is zo heerlijk elastisch geworden’, schreef ik.Ik kocht nieuwere Macs, ontdekte de lol van de laptop (rondreizend door de Verenigde Staten schreef ik op een Toshiba) en deed alles, ook mijn roman Mobilhome op de digitale machine. In februari 1993 stond ik op het punt om naar een geleend huisje te gaan ergens in Zuid Frankrijk, aan een zijriver van de Rhône. Daar zou ik gaan schrijven aan mijn roman Oase. Maar behalve het eerste Powerbook nam ik ook een nieuw aangeschafte schrijfmachine mee. Een prachtige Hermès Baby uit de jaren zestig, de Zwitserse vedergewicht met lichtgroene toetsen. Ik had hem gevonden in de ViaVia en gekocht van de weduwe van een psychedelische schilder in de Nieuwmarktbuurt. Omringd door Kroatisch antiek, gaf ik haar vijfendertig gulden en ik liep weg met het koffertje met mijn nieuwe aanwinst. Het ding had een Frans toetsenbord (azerty ipv qwerty). Daarop zat ik een week later te bonken en te ploeteren, terwijl keiharde toetermuziek door de kamer schalde.Waarom? Omdat ik tot de overtuiging was gekomen dat schrijven op de schrijftelevisie iets te gemakkelijk ging. Er leek minder spanning op de taal te staan. Het onmiddellijke corrigeren had een nivellerende werking. Ik dacht dat ik slordiger geworden was en bovendien wilde ik voor mijn nieuwe roman een nieuw geluid. Intens, intiem, als die tastende, maar brutale lijnen van de saxofoonsolo. Mij leek dat het trommelen op een oude machine me vaart zou geven, terwijl de druk om meteen de juiste woorden te vinden mijn geest beter zou focussen. Snelheid en verhoogde concentratie. De schrijfmachine moest ontremmen en precieser maken tegelijkertijd. De schrijftelevisie was te relaxed, te ‘slenterend’, te comfortabel voor wat ik wilde. Kabbelend in plaats van springend.Sindsdien maakt de mechanische schrijfmachine (ik heb er inmiddels een stuk of twintig waarvan 15 in werkende toestand) onderdeel uit van het instrumentarium waarmee ik werk. Andere onderdelen zijn: verschillende schriften (waarin met vulpen aantekeningen gemaakt worden of meer intieme mijmeringen bij kaarslicht of in de natuur) en mijn Apple laptop. Samen leveren ze het ruwe materiaal dat uiteindelijk samenkomt in de ultieme redigeer-machine die de tekstverwerker is en wordt het een boek. Ik vergelijk het met het gebruik van verschillende instrumenten in een geluidsstudio; samen geven ze het lied zijn klank.Op die manier schreef ik al mijn boeken en zelfs veel essays, artikelen en lezingen: schriften, computer en schrijfmachine die in verschillende functies en volgordes samenwerkten tot de uiteindelijke versie in de computer zat. Maar het bleef een oude droom om nog eens een roman te schrijven die zoveel mogelijk profiteerde van de combinatie van snelheid en compactheid die ik ontwaar ik het schrijven aan de schrijfmachine. Dat boek moest Het Middel worden. En inderdaad, de fysieke eisen die de machine stelde (kracht, geluid, ritme, overtikken) maakten dat ik alles wat ik schreef zintuiglijker beleefde. Ik las mezelf strenger, ik schreef zinnen die sprongen in plaats van wandelden. Ik vermoed dat de taal in mijn boek er aan kracht en snelheid mee gewonnen heeft.In de roman is een bijrol weggelegd voor een oude mechanische schijfmachine, de Smith Corona Skyriter, een vedergewicht reismachine uit het eind van de jaren vijftig. Voor de personages in het boek is er rondom het ding geen sprake van nostalgie, ze kunnen er volstrekt niet mee overweg. Ze hebben nog nooit geschreven aan een mechanische schrijfmachine en het interesseert ze ook niet. De grijze, aandoenlijke Skyriter is in het boek het beeld voor een transparante machine, een leeg en geduldig voorwerp, dat geen informatie of schijninformatie opdringt, maar alleen als een lens werkt voor het bewustzijn dat er voor gaat zitten. Of degene in wie dat bewustzijn plaats vindt nu gaat schrijven of niet. Voor Victor Tamboeli (gericht als hij is op zulke voorwerpen die passief en toch een machine zijn: muziekinstrumenten) is de Skyriter het ideale objet de méditation. Het is wat de oostelijke vlaktebewoners zijn ‘kapstok’ noemen. En daarom neemt hij hem mee, als talisman van een nieuwe onafhankelijkheid en vrijheid. De oude portable die eruit ziet als een sprong naar een stralende toekomst geeft hem toegang tot de griezelige maar bevrijdende afgrond onder het bestaan, tot de betekenisloosheid die al het menselijke zal verslinden.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

Powered by WordPress