Gisteravond in de Balie in Amsterdam bij de uitreiking van de Jan Hanlo Essay prijzen (groot en klein) vertelde Koko Schrijber (die genomineerd was voor de kleine JH prijs met haar essay Klink) hoe ze te werk was gegaan.
De presentator, Hans Goedkoop, vroeg haar en de andere twee essayisten welke invalshoek ze gekozen hadden op het thema van dit jaar ‘O, Nederlandse taal.’ Schrijber vertelde dat ze zin had gehad om te schrijven over een astronaut, die voor het eerst een ruimtewandeling maakt. En dat zijn pak dan opzwelt en hij niet meer zijn ruimteschip in kan. Ze was er vast van overtuigd dat ze van daar wel op het thema zou komen, al schrijvende.
Dat is een goed voorbeeld van de radicaal essayistische houding, zelfs met een ‘patafysisische inslag. Ik moest meteen denken aan mijn bijdrage aan het Montaigne nummer van de Gids uit 2007, waarin de titels van de oer-essayist opnieuw van tekst-body werden voorzien. Als redactielid bleef ik zitten met de minder gewilde titel De Geschiedenis van Spurina.
Hier, op verzoek van Koko Schrijber het begin van dat essay, met een link naar een page, om de rest verder te lezen.
De geschiedenis van Spurina
Ergens is Spurina.
Er is iets, of iemand, of die is er geweest, en de mensen noemen dat of diegene Spurina. Op dit moment weet ik nog niets van Spurina, maar dat geeft niets. Het is uitgesloten dat er iets zou bestaan waarover geen essay te schrijven is. Strikt genomen is iedere willekeurige schrijver in staat een essay te schrijven over ieder willekeurig persoon, voorwerp, dier of verschijnsel. De vraag is alleen of het resultaat de moeite waard is. Wat je als lezer hoopt is dat bijvoorbeeld een verhaal over de Spurina, de rekoa marius uit de vlinderfamilie van de Lycaeniden, behalve beschrijvingen van het insect, zijn milieu en leefwijze ook mijn gedachten en ervaringen bevat zoals die gewekt en gevormd worden door mijn bemoeienis met de vlinder. Even snel: herinneringen aan vlinderjachten al dan niet met Oom Jurriaan langs de Linge; bedwelmend lange dagen in oude bibliotheken en musea vol vitrines met vlinders –hoe tijd en ruimte krimpen in mijn verbeelding als ik aan verre vlinders dacht-; een hilarische expeditie met een stotterende en alcoholische Zwitserse vlindergeleerde door Midden-Amerikaanse regenwouden; de vangst van de vlinder, de terugtocht naar Nederland en mijn arrestatie en berechting als eco-criminele smokkelaar.
In het verhaal over de Spurina, maar vooral in de gebezigde stijl herkennen we dan de persoon van de schrijver. Mijn schelmachtige roekeloosheid, of juist mijn flegmatieke en introverte inslag. Mijn passie voor het handwerk van de wetenschap of mijn scherpe oog voor de wrange en kolderieke absurditeiten die de menselijke omgang met de natuur kenmerken.
tjonge, weer een wereld om in te verdwijnen.
Ik ga kaartjes laten drukken waarop staat Coco S.
Patafysica/Filmmaker/En wat er zoal terloops voorbij komt
Comment by Coco — September 21, 2009 @ 8:37 pm