Nu het pamflet Literair Overleven in de winkel ligt moet het een eigen leven gaan leiden. De aftrap vond afgelopen zondag plaats in de Balie waar de SLAA het Grote Literatuur Debat had georganiseerd. Daar zeiden boekverkopers, uitgevers, schrijvers en kritici iets over hoe zij dachten dat de literatuur er voor staat, met als vertrekpunt mijn pamflet.
Een van de sprekers, Daan Stoffelsen van Recensieweb schreef een impressie van de middag en publiceerde zijn speech.
Afgelopen maandag was de tekst van het toespraakje dat ik ter opening van het debat hield te lezen op de opinie-pagina van het NRC Handelsblad.
In het januari nummer van De Gids verschijnen drie reacties op het pamflet van de hand van respectievelijk Arie Altena, Laurens van Krevelen en René van Stipriaan.
Besprekingen heb ik nog nergens gezien. Maar ik zal er hier over berichten zodra ik ze zie.
Voor wie het boekje onmiddellijk wil kopen verwijs ik naar de website van uitgeverij Augustus waar het on line kan worden besteld.
@ Meneer van Weelden
Een mooi pamflet, en de oplossingen die worden aangedragen vind ik prachtig maar de formulering van het probleem klopt volgens mij niet helemaal. Sales Managers zijn maar bij een kleine minderheid van de uitgeverijen betrokken bij het acquireren, uitgeverijen zijn niet bezig met het zoeken naar bestsellers, er zijn nog nooit zoveel debutanten uitgekomen, en het gros van de uitgeverijen geeft ook boeken uit waarvan ze weten dat ze er geen winst op zullen maken.
Ik vind de gedachte achter het pamflet boeiend maar ik vraag me af of commercialisering wel het probleem is. Is het niet mogelijk dat intellectuelen in het algemeen hun positie aan het kwijtraken zijn (zie ook de politiek…) en dat daardoor de functie van schrijvers is weggevallen, niet doordat de uitgeverij is gecommercialiseerd maar doordat ‘het publiek’ niet meer luistert naar intellect, maar alleen nog naar ‘ervaring’.
Dit zou ook de positie van de literaire tijdschriften verklaren, een gebrek aan ‘relevantie’ zou je het kunnen noemen, of beter autoriteit misschien. Je zou kunnen stellen, al wordt het dan wel erg pessimistisch/postmodern, dat de consument (zoals je zelf zegt lezen is consumeren geworden) alleen nog kleine stukjes consumeert (een liedje van maximaal 1 minuut zoals bij de wereld draait door), en niet de tijd neemt om naar een verhaal vanuit de ‘culturele elite’ te luisteren omdat deze zich niet kan en wil uiten in 1 sound-bite.
Wat ik je wil vragen is eigenlijk tweedelig. Ten eerste, waar komt je analyse van het probleem vandaan (eigen ervaring? rondvraag?)? Ten tweede, zie je iets in de postmoderne, korte concentratie (verpest natuurlijk door DE televisie!) verklaring?
Met hartelijke groet.
Comment by Thomas — December 17, 2008 @ 11:15 pm
Beste Thomas Franssen,
dankuwel voor uw uitgebreide reactie.
Volgens mij heb ik in mijn pamflet nergens beweerd dat de commercialisering ‘het’ probleem is. Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, maar vooral vanaf het goedkoper worden van het drukprocedee en het maken van goedkoop papier in de 19e eeuw is de schriftcultuur ook een industrie, met de boekhandel als logisch onderdeel.
Bovendien is er bij het vaststellen van de situatie van de literaire cultuur niet maar 1 probleem of oorzaak, natuurlijk. Dat alles, maar vooral wat voorheen als cultureel gold in toenemende mate een handelsgoed wordt (deels ook een technische verworvenheid: hoe kon je geld verdienen aan het kletsen over favoriete zangers voordat er telefoon en internet bestonden, of aan al uitgevoerde muziek voordat er muziek kon worden opgenomen en gekopieerd?) speelt weldegelijk mee, lijkt me en is een aanjagende factor bij die andere tendens die U beschrijft: het verlies van aanzien en autoriteit van de in schriftcultuur opgeslagen kennis en ervaring. En dat heeft weer alles te maken met hoe het onderwijs zich in de loop van de halve eeuw (zoals dat altijd gaat) aanpast bij de eisen die het economisch leven en de daarbij horende technische en sociale vaardigheden stellen. Het heeft geen zin daar tegen te zijn, het is een historisch feit.
Er zijn dus heel veel en heel ingewikkelde tendenzen in het spel. Ze leveren een hyperactief en kermisachtig druk literair bedrijf op, wat veel mensen verwarren met een bloeiende literaire cultuur. Het gaat, zoals U zegt, uiteindelijk om het intellectuele niveau waarop alle ervaring, herkenning, humor, historische verwijzingen, denkbeelden en fantasieen worden geschreven en uitgewisseld.
Voila, daar is het me om begonnen. Om door de inderdaad bruisende en levendige facade heen te kijken, zonder de goede en leuke kanten ervan te ontkennen, en te vragen of het niet een goed idee is om toe te geven dat dat niveau daalt, dat er van verschraling en armoedigheid sprake is en dat er weldegelijk manieren zijn omgevingen op te zetten/uit te bouwen, waarin (zonder in wereldvreemdheid of museale stoffigheid te vervallen) je het aanwezige pontentieel verbindt en laat swingen. Het enige wat ik beweer over de commercie is dat ik denk dat als je zoiets wilt bewerkstelligen, je het jezelf erg moeilijk maakt als je dat wilt doen in een arena die gedomineerd wordt door handelsbelangen en daaraan gehoorzame massamedia. Je zult je daar slim toe moeten verhouden; verschillende truuks voor moeten bedenken, mengvormen; zie het laatste deel van mijn pamflet.
een vriendelijke groet,
dirk van weelden
Comment by Dirk van Weelden — December 18, 2008 @ 12:27 pm
Hey Dirk, hoera voor de typewriter! Eigenlijk zou je al je stukjes moeten typen en inscannen, maar da’s wel heel bewerkelijk. Het idee van de portretten is erg goed, ik hoop dat dit een serie wordt die openbaar zal zijn. Maar goed, je hebt een pamflet geschreven en dat levert discussie op… en daarom spam ik je nog even de link van de discussie die je in OBA had. Ik sprak je daarna op de theaterboot. Groetjes, Dirk
http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/ikon/OBAlive/12-18-08/kwestie.wmv
Comment by Dirk — January 14, 2009 @ 6:30 pm