Ramp
Om eerlijk te zijn kende ik het fenomeen alleen uit sterke verhalen en opzichtige smoezen van mensen die in de war waren geraakt of de deadline hadden gemist: het stuk was bijna af en toen crashte de computer.
Vandaag, na bijna twee maanden werk en vijftienhonderd woorden voor het einde van het dertien duizend woorden grote pamflet Literair Overleven, meldde mijn laptop (een Apple Macbook G4 van nog geen jaar oud), dat het tekstverwerkingsprogramma mijn opdracht (het zojuist ingetikte volgende woord) niet kon uitvoeren omdat er teveel vensters open stonden. Erg vreemd omdat er geen enkel ander venster open stond dan dat waarin ik op de finish afstevende van mijn pamflet over het overleven van literaire auteurs en literaire cultuur in deze digitale tijden.
Ik drukte braaf op OK, maar vervolgens kon ik niets meer. Word hield ermee op, wat ik ook probeerde, de computer reageerde helemaal nergens meer op. Ratelen en ratelen, dat wel. Na een paar minuten vond ik het welletjes en wilde de computer uitzetten.Op de reguliere manier ging het niet meer, dus dan maar met de aan/uit-knop.
Daarna heb ik vele malen geprobeerd de computer weer op te starten. Verder dan een grijs scherm waarop het symbool van een hangmapje met een groot vraagteken kwam ik niet. Volgens mijn handleiding betekent het dat het besturingssysteem onvindbaar is. Heel onheilspellend.
Twee uur later stond ik tegenover een technicus van de winkel waar ik de laptop heb gekocht. Het goede nieuws was dat alles nog net onder de garantie viel. Het slechte nieuws dat er waarschijnlijk sprake was van een serieuze beschadiging van de hardware. De harde schijf weigerde zich te laten uitlezen.
Een serieuze jongen, mijn technicus met heldere blauwe ogen en rode krulletjes. De hele middag probeerde hij mijn uit de behuizing gehaalde harde schijf ‘te mounten’, maar het ding weigerde koppig.
Het leek me het beste om mijn uitgever te bellen. Ze was aan het wandelen in de binnenstad van Bologna en leefde met me mee. Ik hoorde wel zorgen natuurlijk. Het pamflet was al wat te laat, het zou deze maand gepubliceerd moeten worden. Sterkte, zei ze, en maak je geen zorgen over de kosten. Zorg dat het stuk gered wordt.
Ik dronk water, klaagde mijn leed bij een begripvol meisje achter de receptiebalie en zat buiten in de zon. Ik heb alle trailers voor bioscoopfilms gezien die op de iMac zaten met het grote cinema-scherm. Het werd sluitingstijd. De technicus met de rode krulletjes kwam met een verontschuldigende blik op me af. Het leek hem erg onwaarschijnlijk dat hij het weigerachtige ding nog aan de praat kreeg. Hij kon wel wat adressen geven van bedrijven die aan ‘data-recovery’ deden. Prijzig maar ze klaarden de klus meestal wel. Tenslotte wisten ze ook de gegevens van de vluchtrecorders van neergestorte vliegtuigen te halen of van de computers uit afgebrande huizen.
In een plastic zakje zat het platte blikken doosje waar mijn hele hebben en houden in zat. Het was zaterdag zes uur. Maandag ga ik naar Sloterdijk, waar de mannen van de data-recovery mij hopelijk uit de brand gaan helpen. Ik durf er nog niet aan te denken wat er gebeurt als zij er niet in slagen het pamflet boven water te krijgen.
Dit weekend ga ik kijken of ik de moed kan opbrengen om de resterende drie A4-tjes te schrijven op een schrijfmachine. Hopelijk tik ik ze maandag-avond over in het geredde digitale document en kan ik het pamflet naar mijn uitgever versturen.






