Afgelopen zondag om half negen stond ik aan de zijlijn bij het hockey-tournooi van mijn dochter op de velden van Hurley in het Amsterdamse Bos.
Het werd een veel mooiere dag dan voorspeld en ik was blij dat ik mijn hardloop-plunje had meegenomen. Tijdens een eindeloos lijkende lunchpauze van twee uur liet ik de dames in de zon liggen op hun dekentjes, omringd door snoep, broodjes worst en ei, en liep een rondje van een kwartier door het bos om warm te worden.
Daarna maakte ik gebruik van iets dat zeldzaam is in Amsterdam: de heuvel. Met een lekkere lange aanloop liep ik in 48 tot 54 seconden in 10 K tempo naar boven. Daarvan schoot mijn hartslagfrequentie dan tot 174 slagen per minuut omhoog. Bij een gemeten maximum vorige maand van 187. Dus niet idioot hoog.
Dan rustig naar beneden. Meestal zakte mijn hartslagfrequentie dan onder de 130 en kon ik meteen weer omhoog. Heb ik vijftien keer herhaald. De laatste drie keer vond ik vrij pittig. Daarbij ontsnapten er uit mijn keel eigenaardige geluiden.
De omstandigheden waren vrijwel ideaal. Niet te warm, geen wind, weinig drukte. Een paar keer moest ik even wachten: wanneer er iemand met een vervaarlijk uitziende en loslopende hond voorbij kwam. Als er een maniak passeert die zo hard mogelijk tegen een heuvel op jakkert wil dat nog wel eens rudimenten van een jachtinstinct wakker schudden.
Een uniek ingrediënt van de training was het geriedel en gebonk van het DansFestijn A Day at the Park dat vlakbij in het Bos plaatsvond. Soms passeerden er verdwaalde festivalgangers. Mollige meisjes in strakke tshirts die vanachter reusachtige witte zonnebrillen elkaar waggelend liepen uit te foeteren dat de ander de juiste informatie niet had meegenomen.
Tijdens het afkoelende loopje na mijn heuveltraining merkte ik dat door de wind, de bult in het landschap en de bomen van al dat elektronische kabaal niets te horen was aan de andere kant van de Heuvel. Met zware bovenbenen en een razende honger draafde ik terug naar het clubhuis van de hockey-club, waar het geluid van het dansfestijn het de scheidsrechters en coaches moeilijk maakte om met de spelers op het veld te communiceren. Ik was een uur en tien minuten weggeweest.
Meest opmerkelijk was het feit dat de hele dag dezelfde drie platen leken op te staan.