Dirk van Weelden

January 31, 2008

Spoorloos toetsenbord

Filed under: Beeld — Dirk van Weelden @ 2:06 pm

Twee handen schrijven op een toetsenbord. Rustig vlinderen de vingertoppen over de toetsen die niet meer dan een zacht flodderig klikken voortbrengen. Ze fluisteren. Waar gaan de letterreeksen heen? Waar blijven de zinnen?Uit het toetsenbord komt een doodlopend snoertje. Het toetsenbord is alleen, nergens op aangesloten. Ook niet draadloos. De schrijvende geeft zijn zinnen prijs aan de nacht. Het lijkt op in jezelf praten of fluisteren in het oor van een dode of een dier.Met dit verschil: je weet weken later waarschijnlijk nog woordelijk wat je de geit toevertrouwde en wat je tegen je dode oma zei blijft je hele leven bij je, maar schrijven neemt van oudsher een loopje met het geheugen. Je zult waarschijnlijk eerder vergeten zijn wat je op het afgekoppelde toetsenbord schreef.Tikken aan een bewusteloos toetsenbord, het is me nu al twee keer overkomen deze week. Niet per ongeluk, maar helemaal met voorbedachte rade.Kijken in een zwarte spiegel.

January 17, 2008

U

Filed under: Op straat — Dirk van Weelden @ 11:39 pm

Iemand vertelde van de vervreemding die een Nederlandse voelde toen haar Vlaamse minnaar, op een moment van grote intimiteit, haar met een zachte zwoele stem met U aansprak. Ook de spreker had moeite met de afstandelijkheid die van het woord U uitgaat, maar dat Vlamingen gebruiken waar Nederlanders elkaar allang tutoyeren.

Bij mij werkt het precies andersom. Ik onderga het Vlaamse gebruik als een welkome ‘opwarming’ van het woord U. En naar analogie met de anekdote over het Vlaams-Nederlandse liefdespaar, zelfs als een erotisering ervan. Het Vlaamse U is te beluisteren op momenten van vertrouwelijkheid, vriendschap, ongedwongen omgang. Het woord dat ik alleen gebruik om respect te betonen aan vreemden die duidelijk ouder zijn dan ik of mensen in officiële functies (douaniers, politiemensen, inspecteur van belasting) krijgt opeens kleur, leven, beweeglijkheid.

Van het Vlaamse U krijg je zin iemands U te zijn. In Nederland wil ik niet gauw U genoemd worden. Of althans, ik associeer het met onprettige situaties. Leve het Vlaamse U. Ik ga oefenen.

January 11, 2008

Huilende kindjes

Filed under: Beeld — Dirk van Weelden @ 12:56 am

Wie kent ze niet, al sinds de jaren vijftig cirkuleren ze. Als heuse schilderijtjes, maar meestal als posters, soms ingelijst in ruwe houten lijsten. In de volksmond heten het huilende zigeunerjongetjes, maar ze zijn meestal blond en weliswaar wat haveloos gekleed. Maar reden aan te nemen dat ze Sinti of Roma zijn is er niet.

Het is nog niet eenvoudig erachter te komen waar deze wereldwijd geliefde kinderen vandaan komen. Ik hoorde jaren geleden dat de beelden met de naam Bragolin, waren ondertekend. Maar wie was of is Bragolin?

Wie op het internet zijn licht op steekt ontdekt een levendige mythe-vorming rondom deze schilderijen. Het geloof in UFO’s is er niets bij. De laatste tien jaar lijkt vooral Spanje het centrum van de mythe te zijn. Daar cirkuleert het volgende verhaal.

Bragolin is een pseudoniem voor Bruno Amadio, een uit Venetië afkomstige schilder, die een klassieke opleiding genoot. Hij was een enthousiast fascist en schilderde propagandistische kunst in de jaren dertig. Hij vocht aan het front en werd vooral getroffen door het leed van de kinderen, die verweesd achter bleven in de geruïneerde steden. Na 1945 vluchtte hij naar Spanje, naar Sevilla. Daar begon hij met het schilderen van de huilende kinderen. Zijn modellen betrok hij uit een lokaal weeshuis. Er ontstond een serie van 27 olieverf-schilderijen.

Hierna neemt de mythe een paranormale wending. Amadio begon aan de reeks schilderijen uit een zucht naar rijkdom. Naar verluid sloot hij een pact met de duivel om zich daarvan te verzekeren. De afrekening komt als het weeshuis kort na het voltooien van het 27e schilderij in vlammen op gaat. Alle kinderen die model gestaan hadden kwamen in de vlammen om. Maar Amadio wordt schatrijk.

Naar de regels die dit soort verhalen volgen zijn die schilderijen, maar op magische wijze ook alle miljoenen reproducties zijn dus vervloekt. In een Spaans televisieprogramma zijn gewone mensen te zien, die hun ingelijste posters hebben horen jammeren en om hun mama roepen. Ze hebben ze nog opgenomen met een casetterecorder ook! Een medium komt uitleggen hoeveel negatieve energie je wel niet in huis haalt met zo’n Bragolin. Ziektes, pech, rampen branden, ze zouden allemaal toe te schrijven zijn aan de wraak van de huilende kindjes.

In 1985 veroorzaakte het Engelse boulevardblad The Sun een hype rond de Bragolins. Een brandweerman verklaarde dat hij in veel huizen die afbrandden een vrijwel ongedeerd schilderijtje of poster van zo’n jankend jochie vond. Of een meisje. Hoe de kinderen de brand veroorzaakten en hoe hun linnen en papieren dragers gespaard bleven wist niemand.

In die typisch Engelse half-hysterische, half-campy sfeer kwam het tot bijeenkomsten waar gedanst werd rond brandstapels met reproducties van de huilende kindjes van Bragolin.

Inmiddels hebben de gothic jongeren zich over het verhaal ontfermd en schilderen ze hun eigen gedoemde huilende jochies. Van Brazilïe tot Duitsland zijn ze er mee bezig en in Polen lijkt zich de aandacht voor het verhaal ook snel uit te breiden. Opmerkelijk aan die door horror-films gekleurde interpretatie van de schilderijen is dat de oogopslag van de kinderen (zo zoet en aandoenlijk in de beleving van oudere generaties) op deze toeschouwers overkomt als een huiveringwekkend gruwelbeeld. Kippenvel krijgen ze ervan en wie zoiets in zijn huis ophangt moet wel ‘auf einen okkulten Weltuntergangstrip sein’.

Helemaal volgens de verwachting zijn het de Zweden die uitkomst brengen. Een kunsthistorica (Märta Holkers) legt in een kort en droog artikeltje op een website over kunst uit dat ze als studente eind jaren zeventig wilde uitzoeken waar die huilende zigeunerjongetjes vandaan kwamen. Het spoor leidde inderdaad naar een man met de naam Bruno Amadio, die geboren was in Venetië, maar nu op een riant landgoed woonde even buiten Padua. Hij vertelde dat hij aan de kunstacademie had gestudeerd en in de fascistische tijd wel wat verdienen kon met zijn werk. Na de oorlog werd het moeilijk. Ten einde raad ging hij schilderen voor de toeristen op het San Marco plein. Samen met een kunsthandelaar bedacht hij het thema ‘huilende kindjes’, liefst arm en verwaarloosd. Hij maakte er 27, ondertekende met Bragolin en de rest is geschiedenis. Bruno Amadio was in die zomer van 1979 een nog altijd werkzaam schilder van 68 jaar. In 1981 overleed hij.

Is het niet prachtig en een geval van poetische rechtvaardigheid dat die eikelige beelden van jankende jochies blijkbaar toch op een collectief kwaad geweten werken? Ze roepen, zonder dat iemand de aanstichter daarvan kan aanwijzen, verhalen op over het lot van de kinderen die leden in de Tweede Wereldoorlog. En het Kwaad is meteen duidelijk geïdentificeerd: het fascisme, de oorlogszucht en de ontkenning van de kwetsbaarheid van het leven. De duivel die na de oorlog het leven beheerst is die van de geldlust, het willen gebruiken van menselijke zwaktes om er rijk van te worden. En verdomd, uitgerekend met een beroep op het sentiment lukt dat. Miljoenen worden er verdiend. Zo bijt het verhaal zichzelf lekker in de staart.
Je zit in een huiskamer met zo’n huilend ventje aan de muur en denkt opeens. Tjsa, die kinderen, daaraan is grof verdiend. Die zouden eens moeten weten. Die zijn groot geworden, of hebben het niet gered. Maar ze zouden eigenlijk genoegdoening moeten komen vragen. Een verontwaardiging die wind in de zeilen krijgt door een eigen gevoel van verongelijktheid: zie je hoe die klootzakken ons zuivere gevoel uitmelken met hun goedkope plaatjes. Maar ja, je hart breekt toch als je zo’n koppie ziet.

Voor je het weet heb je huilende schilderijen, mediums op de televisie, is er sprake van een ‘vervloekte schilder’ en kunnen Duitse pubers deze grienende kleuters niet in de ogen kijken.

Powered by WordPress