Een dag en een nacht bivakkeerde ik in het leegstaande stadspaleis aan de Herengracht nummer 609. In een pas verblindend wit geschilderde kamer had ik een veldbed neergezet. Daarop zat ik door mijn papieren te bladeren, de oogst van maanden archiefwerk. Ik schreef op mijn schootcomputer en luisterde naar de koude harde handen van de wind die aan de ramen en luiken rammelden.
Om de paar uur maakte ik een ronde door het huis, van zolder tot kelder, van voor naar achter. In de ene hand een iPod met een microfoontje erop, om alles wat me te binnenschoot meteen te kunnen bewaren. In de andere hield ik een camera. Deze foto maakte ik in de grote salon met de vijf meter hoge spiegels in vergulde lijsten en de plafondschildering op doek met een hemelsblauw gat in de wolken en een vergadering van goden en engeltjes.
Ik zocht een plek om de oude Gerrit Hooft tegen te komen. De man die als jong en veelbelovend regent van de stad dit huis kocht en er met zijn vrouw Catherina Witsen en hun dochter Isabella van vijf kwamen wonen. Ik wilde hem zien in deze zaal, in een decembernacht, in het laatste jaar van zijn leven, als hij zeventig is. Inmiddels is hij getrouwd met een derde vrouw, de eerste twee zijn overleden. Alleen de eerste heeft hem kinderen geschonken. Vier zijn er als jong kind gestorven. Isabella toen ze een tiener was. De zoon die in 1750 geboren werd en van wie hij, net als iedereen zoveel verwachtte, de opgewekte, beminnelijke, idealistische Gerrit jr., is als achttien jarige jongen in dit huis aan de pest bezweken. Dat is alweer meer dan tien jaar geleden en de door kwalen geplaagde man voelt zijn einde naderen. Hij is dagelijks bezig zijn nalatenschap op orde te brengen. Omdat zijn geslacht met hem uitsterft vermaakt hij het meeste aan zijn nicht Constantia Elias.
Ik kwam in de salon, zette de deur naar de voorkamer op een kier en liep achteruit. Hier. Zou hij hier kunnen verschijnen? Ik twijfelde.
De lichtsensor van de camera gaf aan: te weinig licht, je moet flitsen. Liever schakelde ik de extra lichtgevoelige stand in. Een vager beeld, maar met behoud van het licht en de kleuren die ik zelf zag.
Het resultaat was veel beter dan wat ik zelf dacht te hebben gezien. De camera gaf mij een plek cadeau die ik met het blote oog niet had kunnen vinden. De foto heeft diepere kleuren, een suggestieve onscherpte, en vooral een samenhang waaraan het mijn blik ontbrak. Dankzij de camera geeft de zaal bij avond een moment prijs dat onderdeel van een reeks gebeurtenissen lijkt te zijn. Ik zag een mooi belichte zaal, iets om vast te leggen. De camera gaf me een scene, een plek waar iets gebeuren zal. Kijk maar, daar komt hij, de oude Hooft, je kunt hem bijna zien, twee honderd vijftig jaar na zijn dood. De kromme, zwaarlijvige Amsterdamse burgemeester kan ieder moment uit het duister achter de openstaande deur tevoorschijn stappen. De ondertekende papieren in de ene hand, de pruik in de andere. Hij zal zuchten en zich omdraaien, even roerloos luisterend of hij nog anderen hoort die wakker zijn.
