Dirk van Weelden

December 21, 2007

Witte tunnel

Filed under: Lopen — Dirk van Weelden @ 5:32 pm

Op de fiets terug van de bibliotheek voel ik hoe de ijzige wind mijn tenen doet verstijven. De huid op mijn kaken trekt strak. Rillend kom ik het huis in, de harde handen van de winter nog voelbaar aan mijn slapen.

Zelfs bij een mok thee blijven mijn handen koud en kruipt er met regelmaat een rilling over mijn rug. Misschien komt het omdat ik in mijn geschiedenisboek blader en af en toe opkijk, naar buiten, waar de auto’s met witte kuiven passeren, de mensen schuifelen over een laag sneeuw en de lucht roerloos en loodgrijs neerdrukt op de stad.

Toch wordt het bladeren lezen en slaan de zinnen hun armen om me heen. En ergens in het prille begin van de negentiende eeuw, in verpauperde binnensteden, winterse vlaktes waarin geplunderde dorpen achterblijven terwijl een Napoleontisch leger verder trekt op schonkige paarden, de kanonnen waggelend over de bevroren modder, denk ik aan de schoenen die ik vorige winter kocht. De slanke terreinschoenen met lange rubberen noppen. Engels fabrikaat, bedoeld voor de veldloop.

Tien minuten later verlaat ik het huis en bespeur al de eerste glimp van mijn betere humeur als ik merk dat mijn pas soepel is en mijn hartslagfrequentie laag. Het olieachtige water in de brede vaart, de dromerig cirkelende meeuwen en de bomen met hun berijpte takken kan ik nu pas waarderen, nu ik hardlopend de stadsrand opzoek.

Achter het park, voorbij de volkstuinen en de spoordijk is een bospad. De bomen hangen eroverheen en ook de grond is besneeuwd. Ik loop een witte tunnel in en wordt gelukkig. Mensen die teruggekeerd zijn van de rand van de dood berichten van hun zweeftocht naar het licht aan het einde van een donkere tunnel.

Dit is veel mooier. Op mijn eigen goede benen, in een rustige en krachtige looppas verlaat ik de koude donkere wereld en ga op in een lichtgevend bos. Ieder takje, iedere stronk, zelfs de afgestorven bramenstruiken zijn helwit en donzig edelmetaal geworden. Ik word warm en vergeet zelfs even te ademen. Geen bijna-dood-ervaring, nee, het is eerder alsof ik bijna volledig tot leven kom. Bijna leef ik werkelijk oftewel, ga ik zelf lichtgeven. Iets in mij staat op uit het graf.

Dan kom ik op het knobbelige weiland en baan ik me zigzaggend tussen hardbevroren molshopen door een weg naar het fietspad. De kantoormensen kleumend op hun fietsen op weg naar het station. Verderop de bestelwagens met elektriciens en stucadoors op de terugweg naar Volendam en Purmerend. Mij deert het niet meer. Mijn hardlopende benen hebben hier iets opgehaald waarmee ik me wapenen kan tegen de invallende duisternis.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

Powered by WordPress