Neus
Micha Hamel stuurde mij een link naar een filmpje op Youtube, waarin een zeer Britse voice over de werking van een geval van gezichtsbedrog uitlegt. Op een stokje draait langzaam een plastic masker rond, zoals je dat koopt in een feestwinkel. In dit geval is het een klassiek Charlie Chaplin geval, compleet met snorretje, zwarte krullen en bolhoed. De binnenkant van het masker is egaal vleeskleurig. Je zou zeggen, als je in het holle masker kijkt zie je een gezicht-achtige vorm, alleen dan hol.
De commentaarstem legt uit waarom dat niet het geval is. ‘Het brein weigert een hol gezicht te zien, een concave neus. Dit is een bewijs hoe van bovenaf (‘top down’) toegepaste kennis (al die ervaring die we met het kijken naar gezichten hebben) de van onderaf (“bottom up’) geleverde informatie (wat onze ogen feitelijk zien) censureert en verdringt. Dus zien we een uitstekende neus, een bol gezicht, ook al is het er niet.’
De toonzetting van die verklaring suggereert een universeel principe, ja, bijna zoiets als een politiek-filosofisch bon mot . Je zou kunnen zeggen dat dat me even veel verbaasde als het gezichtsbedrog zelf.
Mijn favoriete moment is dat waarop het niet-bestaande bolle gezicht verzwolgen wordt door de wel bestaande tronie van Charlie, het ogenblik waarop de illusie alleen nog bestaat voorzover hij voor je ogen verdampt. Je ziet de betovering en de ontmaskering ervan tegelijkertijd.
En wat die verklaring betreft. In voor-wetenschappelijke eeuwen hadden weinig argumenten zoveel gewicht als de gelijkenissen uit de Bijbel. Of de Fabels uit de oudheid. Niets heeft tegenwoordig zoveel retorische kracht als een parabel die gebaseerd is op een wetenschappelijke proef of ontdekking. Maar hoe amusant en interessant zo’n oneigenlijke (morele of politieke) interpretatie van een selectief fragment wetenschap ook is, het is op zijn beurt weer een vorm van intellectueel gezichtsbedrog. Waar en niet waar tegelijkertijd.
Hier is de link naar het filmpje: