Archive for November, 2007

Wie is Mr Light?

Friday, November 30th, 2007

Ik zag de commercial voor Philips Aurea op de televisie, tussen een laxeeryoghurt en een goedkope lening in. Mij verbaasde de geexalteerde retro-sfeer, de opgelegde vervreemding van de paspop-achtige vrouw in een design ruimteschip die haar eigen spiegelbeeld op de van kleur verschietende televisie kust. Tot ik naar informatie over het filmpje ging zoeken en erachter kwam dat de televisie-commercial een fragment is uit een film, in opdracht van Philips voor de Aurea gemaakt door de algemeen als cinema-talent geroemde Wong Kar-Wai.

De titel is There’s only one sun en is opgezet als een abstracte, heel ouderwetse spionagefilm. De bijna actieloze scenes, de architectonische en lege decors en de jaren vijftig Pannard waarin onze heldin en haar minnaar, Mr Light, zitten roepen een weerklank van Jean-Luc Godards Alphaville op, maar dan getoonzet als parfumreclame.

De film opent met een gesprek tussen de Frans sprekende Amélie Dore en een half zichtbare Rus. Ze verstaan elkaars talen en spreken onbekommerd hun eigen taal. Een jaar geleden, zegt de vrouw, in de verte starend, zag ik iets wat ik niet mocht zien. En werd blind. Lees het licht voor me, vraagt ze. De man beschrijft de omgeving.We zien scenes waarin de als fotomodel ronddraaiende vrouw in pré-1966 jurkjes en jassen erop uit wordt gestuurd om een agent met de codenaam Mr Light te vermoorden. Ze spoort hem op met een apparaat, een Lightcatcher. Ze is agent 006 van het Departement van Menselijke Zuivering.

Haar metingen zeggen haar dat hijoveral is, maar ze kan hem niet bereiken. Plotseling blijken ze toch elkaar gevonden te hebben en een verhouding te zijn begonnen. Kussen. Bed. Après l’amour. Blote rug. geheel volgens James Bond logica is er een sprake van een grenspost en twee visa. Een leugen dat er maar eentje is. Want de vrouw voelde argwaan, zegt ze. De voor ons onzichtbaar blijvende (nou ja, schim, silhouet…) beminde vijand wilde haar omleggen.

Het omgekeerde gebeurt. Zij vermoordt hem. Maar helaas, ten koste van het licht in haar ogen.Nu komt de scene waarin ze eufoor en onder begeleiding van een vol met echo en bongo geheimzinnig klinkend onnozel Italiaans popliedje uit de jaren vijftig, door het van kleur verschietende spiegelpaleis doolt. Blind! In een reclame voor televisies! En onderwijl prevelt ze ook nog dat ze dat verboden gezicht van meneer Light blijft zien en overal zoekt, als ze het licht van de zon voelt.

Kernzin van de film volgt, als de vrouw voor het scherm zit en de kleuren lijkt te strelen. Ze opent haar gestifte mond wijd voor het scherm.
‘Het is moeilijk naar de dingen direct te kijken, soms. Ze zijn te helder en te donker. Soms moeten we de dingen zien door en scherm heen. Aan de ene kant van het scherm vervagen onze herinneringen. Aan de andere kant blijven ze voor altijd gloeien.’

Even verschijnt de vrouw met een belachelijk mutsje met kinband en kijkt zielig in de lens. Ja, ‘ze’ hebben nog geprobeerd de herinnering aan Mr Light uit haar geheugen te wissen, maar dat is niet gelukt. Onze heldin staat buiten in een klassieke 1961 witte regenjas, als op een foto uit de Vogue uit die dagen en staart theatraal naar de lucht. Een hand voor de zon. Ze zegt dat ze nog steeds de warmte van ‘hem’ kan voelen.

Volgt een citaat van ene Marina Tsetaeva, die zegt dat de zon van haar alleen is, en dat ze hem nooit zal weggeven of laten afnemen.Even op een rijtje: deze reclame voor een Philips televisie met ambilight (lamplicht schijnend vanuit de zijkant van het toestel, dat zich aanpast aan de film en je huiskamer verkleurt) gaat over een vrouw die verliefd werd op een vijand die meneer Licht heette en die ze zelf door het hoofd schoot. Ze is blind, want hij wilde niet herkend worden. Nu zoekt ze de warmte van het licht van de zon en beleeft dat als de aanraking van haar dode minnaar.

Het grootste raadsel is de uitspraak over het scherm. De wereld direct zien is te donker of te verblindend. Het scherm scheidt de wereld in twee delen, er is een zone waar herinneringen blijven leven en een zone waar herinneringen vervagen.De suggestie is dat je blind moet zijn voor de wereld en alleen nog naar het scherm dient te kijken, en dan het liefst zo, alsof het geen beeld is (het gezicht van licht is verboden!) maar de warmte van de zon. Alleen zo bewaar je het werkelijk waardevolle, de herinnering aan een dode (zelf gedode) geliefde.

De conclusie luidt aldus. Philips Aurea met ambilight is voor blinden die zich warmen aan een herinnering van iets dat ze zelf hebben doodgemaakt. En wat is dat? Wat is voor de Philips consumenten die geheimzinnige Mr Light? Die beminde vijand? Juist, de schemerlamp, met de ouderwetse Eindhovense gloeilamp, waaronder je zat te lezen, of te minnekozen of te spelen op je mandoline. Ambilight is de schemerlamp van de 21e eeuw. De televisie het excuus je eraan te warmen.

Kijk hier naar de film.There’s only one sunWong-Kar Wai

Wie is zij?

Tuesday, November 27th, 2007

Aurea

Het begint met een puur sfeerbeeld, opgewekt door een tuimelende camera in wereld van goudglans en oranjerood licht. Dan ontstaat de suggestie van een ruimte. Een laag koepelvormig dak. Lager valt de camera en we kijken omhoog. Bevinden we ons in een ruimteschip dat in Kubricks Space Odyssee zou kunnen voorkomen? Het lijkt er wel op en die indruk wordt nog versterkt door de draai-dansende jonge vrouw die door het diepe rode licht wordt voortgebracht.

Ze heeft een kapsel dat aan Twiggy doet denken, ze draagt een jurk die ook al het ruimtevaart-design van 1972 in herinnering roept. Alles blèrt digitaal gelikte retro. Een vette verwijzing naar een tijd dat technische vooruitgang er hip en sexy maar ook onweerstaanbaar chic en deftig uitzag. Alsof je er aan ruiken kon dat men nog in ware vooruitgang geloofde. Dat het de elite was die al dit slims en prachtigs voor de ganse mensheid bedacht had om het leven voor iedereen beter en mooier te maken. Bevrijding uit de ketenen van de banaliteit: verheffing.

Onze oranjerode vrouw met het sluike haar danst en draait en kruipt en hurkt. Ze begeeft zich in een futuristische woon-eenheid, kruip-door, sluip-door. Een kruising tussen een discotheek en een ultramodern badhuis. Eindelijk strijkt ze neer, de camera volgt haar gestileerde en ge-exalteerde bewegingen. Ze glimlacht alsof ze speelt dat ze stoned is. Het begint op te vallen dat de commercial idioot lang duurt en dus afkomstig is van een groot en rijk bedirjf.

Wat de vrouw gevonden heeft is een groot scherm. Ze gaat ervoor zitten. Het is even goud en oranjerood als de ruimte om haar heen. Alles gloeit en trilt, alles vloeit en zindert van het lichaamloze licht. Ze brengt haar gave geschminkte gezicht bij het scherm en even zien we hoe zijzelf op dat scherm verschijnt. Het lijkt een spiegel, maar is het niet, omdat ze daar in een perfect videobeeld verschijnt en niet in spiegelbeeld. De vrouw opent haar mond langzaam, net als haar real-time evenbeeld. Half, alsof ze zich traag voorbereidt op een hartstochtelijke tongzoen met zichzelf. Die niet komt. In plaats daarvan gaat haar gezicht naar beneden. Er speelt een sluwe glimlach om haar lippen.

De pay off: koop de nieuwe Aurea televisies van Philips.

Ik zoek naar het woord voor de reactie die ik ergens rond mijn middenrif voel. Ik ben uiterst geboeid. Op het puntje van mijn stoel. Weerzin is het woord niet. Voel ik me beledigd door zoveel aanstellerige domheid? Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat die vrouw en dit filmje onbedoeld een gruwelijke waarheid onthullen. Wie is die vrouw die Philips mij stuurt?

Snelheid

Monday, November 26th, 2007

Een lange vrouw. Ze schaatst. Moeiteloze reuzenslagen in huidstrak zwart. Alles aan haar is dun, loom, lang. Ze rijdt voorop in het treintje van de allersnelsten, die de binnenbocht opeisen. Het zelfvertrouwen in de ontspannen brede schouders.

Ze klimt als een sluipend luipaard de bochten in. Diepliggende ogen, halflang zwart haar, een ironisch gezicht. Ik vergaap me aan het contrast tussen de slow motion benen, de beheerst deinende heupen en de hoge snelheid waarmee ze de baan rondrijdt. Ze vliegt bijna. Twee mannen uit het treintje haken af, komen rechtop, kiezen blazend het midden van de baan, schudden de zware benen los.

Later verschijnt ze op de parkeerplaats. Nog steeds leuk om te zien, slenterend tussen haar vrienden. Meer niet. Ze geeft geen licht meer. Een erotisch aura is verdwenen. Wat wekte dat aura op?

Op weg naar huis vind ik het antwoord. Bij het stoplicht. Een jonge meid op een grote terreinmotor. Haar aandoenlijke bergschoenen onder de spijkerbroek. Het lange blonde haar onder de helm uit. Leuk gezicht. Meer niet. Dan wordt het groen. Ze accellereert fel. Snelle, doelmatige bewegingen, pure snelheid. Ze zigzagt behendig weg, razendsnel.

Het is er weer: opeens geeft ze licht, terwijl ze voorgoed uit beeld verdwijnt. Het meest verleidelijke is niet vast te houden. Het is de beheerste snelheid van denken, handelen en bewegen.

Neus

Monday, November 19th, 2007

Micha Hamel stuurde mij een link naar een filmpje op Youtube, waarin een zeer Britse voice over de werking van een geval van gezichtsbedrog uitlegt. Op een stokje draait langzaam een plastic masker rond, zoals je dat koopt in een feestwinkel. In dit geval is het een klassiek Charlie Chaplin geval, compleet met snorretje, zwarte krullen en bolhoed. De binnenkant van het masker is egaal vleeskleurig. Je zou zeggen, als je in het holle masker kijkt zie je een gezicht-achtige vorm, alleen dan hol.

De commentaarstem legt uit waarom dat niet het geval is. ‘Het brein weigert een hol gezicht te zien, een concave neus. Dit is een bewijs hoe van bovenaf (‘top down’) toegepaste kennis (al die ervaring die we met het kijken naar gezichten hebben) de van onderaf (“bottom up’) geleverde informatie (wat onze ogen feitelijk zien) censureert en verdringt. Dus zien we een uitstekende neus, een bol gezicht, ook al is het er niet.’

De toonzetting van die verklaring suggereert een universeel principe, ja, bijna zoiets als een politiek-filosofisch bon mot . Je zou kunnen zeggen dat dat me even veel verbaasde als het gezichtsbedrog zelf.

Mijn favoriete moment is dat waarop het niet-bestaande bolle gezicht verzwolgen wordt door de wel bestaande tronie van Charlie, het ogenblik waarop de illusie alleen nog bestaat voorzover hij voor je ogen verdampt. Je ziet de betovering en de ontmaskering ervan tegelijkertijd.

En wat die verklaring betreft. In voor-wetenschappelijke eeuwen hadden weinig argumenten zoveel gewicht als de gelijkenissen uit de Bijbel. Of de Fabels uit de oudheid. Niets heeft tegenwoordig zoveel retorische kracht als een parabel die gebaseerd is op een wetenschappelijke proef of ontdekking. Maar hoe amusant en interessant zo’n oneigenlijke (morele of politieke) interpretatie van een selectief fragment wetenschap ook is, het is op zijn beurt weer een vorm van intellectueel gezichtsbedrog. Waar en niet waar tegelijkertijd.

Hier is de link naar het filmpje:

http://nl.youtube.com/watch?v=QbKw0_v2clo&feature=related

Bouwen voor het oor

Friday, November 16th, 2007

Hoe klinkt het onbebouwde land? Het omgevingsgeluid bestaat uit een weids en traag mengsel van ruisend gras, overvliegende vliegtuigen, verkeer over een weg in de verte, de alarmkreten van een weidevogel, insekten, een onweersbui, een zingende wandelaar, het gepiep en gestoei van jonge vossen, het gedreun van het vuurwerk op oudejaarsavond uit het stadje verderop.

Zodra er een gebouw staat, wordt de ruimte door muren, vloeren, trappen, gangen en hallen ontgonnen, dat wil zeggen versplinterd en daardoor vanbinnenuit opgerekt. Van buitenaf levert dat een silhouet, een volume en een vertekening van het landschap op.

Binnen in het gebouw drommen de mensen bijeen en vullen het gebouw met hun lichamen. De mensen delen de nieuwe binnenruimte met invallend licht, een oerwoud aan voorwerpen en machines; en geluid.

Het omgevingsgeluid van de vlakte wordt buitengesloten. Het gebouw zit vol lucht en de vorm van het gebouw, de vertakking van de holtes bepaalt de vorm en vervorming van de golven waarmee de lucht beweegt en in de oren van de mensen geluid wordt. Het gebouw is een klankkast, oftewel de opeenhoping, verpakking, opdeling en vermenging van geluiden.

Het functionele geluid in een gebouw is het gewenste, betekenisvolle geluid, hoofdzakelijk dat van de stemmen van sprekende mensen. Al het andere geluid, dat van deuren, kasten, keukenapparatuur, liften, voetstappen, airconditioning, verwarming en kantoormachines is strikt genomen overbodig.

De moderne architectuur verhoudt zich principieel vijandig tegen het betekenisloze geluid en ziet het als storing. Er wordt gebouwd voor bewegende, kijkende mensenlichamen, die op gemiddeld volume ongeinterrumpeerd door het omgevingsgeluid moeten kunnen spreken. Soms komt de gedachte op dat architecten het maar lastig vinden dat mensen en machines geluid maken, en geen stil, puur beeldend en bouwkundig gebruik van een gebouw kunnen maken.

De oorlog tegen de omgevingsruis wordt gevoerd met akoestische kosmetica. Geluidabsorberende vloerbedekking, poreuze scheidingswanden, veelvlakkige en zelfs verstelbare plafonds. De mausoleumfeer die dit oplevert wordt in veel gebouwen vervolgens weer bestreden met muzak, bedoeld om de angst voor het unheimische te verjagen met geruststellende standaardharmonieen. Betekenisloze muziek vervangt betekenisloos geluid.

Ik zou willen dat er gebouwd werd voor bewegende, luisterende mensenlichamen. Het omgevingsgeluid stuurt de beleving van de ruimte. Wie heeft niet de ervaring dat de charme van sommige vertrekken, de mogelijkheden om zich er bv. goed te concentreren afhangen van wat er gebeurt als de ramen geopend worden, hoe de vogel en verkeersgeluiden boven ons hoofd tussen de muren weerkaatsen en zich vermengen met de geluiden uit het gebouw. De fluitketel van de buren is niet altijd per definitie geluidsoverlast. Waar blijft de architectuur die niet militair, maar welwillend, spelend, doserend omgaat met de ontroering van de in de verte slaande deur, de fietsbellen en het gegiechel van passerende scholieren, de opwekkende keuken- en kantinegeluiden.

Bouwen voor het oor zou niet alleen een kwestie van welgemikte des-isolatie zijn, van muren, ramen en luistergaten. Te denken valt aan een fijnvertakt netwerk van microfoons en luidsprekers, dat het mogelijk maakt om omgevingsgeluid te verplaatsen door het gebouw of het te importeren van buiten. Uit de directe omgeving, maar ook van het Toscaanse land, de straten van Kingstown Jamaica of van een wandeling door Artis.

Ik luister veel en graag naar gebouwen en droom dan van een architectuur die het oor niet vergeet en over het bij elkaar gebrachte geluid dat een gebouw is, net zo denkt als over glas, beton, baksteen, marmer, leegte. Een architectuur die denkt aan de ontsluiting en vormgeving van de ruimte door ruis, dat wil zeggen door nutteloos maar ruimte-producerend geluid. Architectuur die in haar ontwerpen ook de constructie van luisterlijnen en geluidsvolumes betrekt en de echo van het leven en de stad ziet als bouwmateriaal.

Herengracht 609

Friday, November 9th, 2007

Dit is een foto van Herengracht 609 in Amsterdam. Hij is gemaakt in 1943, volgens het onderschrift van het Stadsarchief. Een turbulent jaar in het leven van dit pand. Vanaf 1937 huisde namelijk het Italiaans Consulaat op dit adres. En hoewel het aanvankelijk een vrolijke boel moet zijn geweest, met de successen van de As-mogendheden tussen 1939 en 1942, zal de stemming in dit jaar drastisch zijn omgeslagen.

Deze foto is genomen in het jaar dat de Geallieerden Italië vanuit het zuiden binnenvallen. In juli is de Duce (ha sempre ragione) gearresteerd op bevel van koning Victor Emmanuell II en de Fascistische Grote Raad onder aanvoering van Graaf Galeazzo Ciano en Graaf Dino Gradi. Het land wankelde, Benito Mussolini werd naar Gran Sasso in de Abruzzen gevlogen, in afwachting van zijn uitlevering aan de Geallieerden. De nieuwe Italiaanse regering capituleerde in september 1943.

Duitsers en Italianen die nog steeds de kant van de fascisten en de nazi’s kiezen vechten door tegen de Geallieerden. In diezelfde herfst dat deze foto genomen moet zijn (of zou het vroeg in het voorjaar zijn?) bevrijdt de SS majoor Otto Skorzeny de hulpeloze Mussolini en wordt de Repubblica Sociale Italiana opgericht die bestuurd wordt vanuit het stadje Salo en vooral het noorden en delen van centraal Italië beslaat. Het is een façade voor het Duitse militaire gezag.

Omdat ik alles wil weten van de mensen die in dit pand hebben gewoond en gewerkt vraag ik me af wat er achter deze gevel gebeurde in 1943. Werden er nog culturele avondjes gehouden? Zaken-diners waar industriëlen en diplomaten een mooi contract beklonken? Of hadden de consul en zijn personeel in verwarring de thuisreis aanvaard en wachtte het pand op de komst van de afgezanten van de nieuwe machthebbers? En welke? Van de regering van Victor Emmanuell of van de Repubblica Sociale Italiana van Mussolini?

Japanse theorie

Wednesday, November 7th, 2007

Op het internet speurde ik naar geschriften waarin theorie-vorming plaatsvond over hardlopen. Een van de meest vermakelijke tekstsoorten waarop ik stuitte was het door Japanners in het Engels geschreven ‘abstract’ van hun eigen essays. Het volgende meesterwerk is van de hand van Takeshi Nozaki. Hij vat een essay samen waarin hij in het hardlopen een wereldomvattend cultureel conflict ontwaart tussen modernisme en anti-modernisme. Ik heb het zo letterlijk mogelijk uit Nozaki’s Engels vertaald.

Modernisme en anti-modernisme in sport

Takeshi Nozaki

Samenvatting:
Vele studies verhelderen dat de moderne sport modernisme als voornaamste constituerende element heeft.
De zorg van deze studie is het tegengestelde aspect van moderne sport: anti-modernisme.
Modernisme wordt gedefinieerd als de verschijnselen die zijn veroorzaakt door verkeerd begrip dat het subject de wereld in zijn geheel kan controleren door gebruik te maken van zijn verstand.
Anti-modernisme is gedefinieerd als de mystieke ervaring dat activiteiten in de wereld het subject een nieuwe subjectiviteit geven hals over kop.
Een hypothese van deze studie is dat moderne sport anti-modernisme als constituerend element heeft. En een effect heeft om genezing te geven aan het lichaam van het moderne subject.
De belangrijkste resultaten zijn als volgt:
1) Tussen-lichamelijke prestaties zijn gerealiseerd op de extreme situatie in het betekenisvolle spel voor sport-spelers. Hun zelfbewustzijn en de intentionele controle van lichaam van spelers zijn verdwenen in de tussen-lichamelijke prestaties.
2) Het is essentieel te bedenken: tussen-lichamelijke prestatie heeft een ritme, gezamenlijk in hun sport-training.
3) Tussen-lichamelijke prestatie heeft een effect spelers lichaamsgenezing te geven. Sport-spelers krijgen een nieuwe subjectiviteit in tussenlichamelijke prestatie.
4) Een aspect van anti-modernisme in moderne sport heeft een effect het moderne subject te genezen, maar een ander effect om uitsluitend een lokaal universum te vormen.

Sleutelwoorden: middelpuntzoekende-middelpuntvliedende werking van intentionaliteit, tussenlichamelijke prestatie, lichaamsgenezing, ritme.

Hier spreekt de literatuur

Tuesday, November 6th, 2007

‘In deze buurt met de hoge grijze huizen woonde voorheen de elite. Nog steeds worden de bewoners hier op grond van hun postcode beneden. Maar dat is inmiddels een lachwekkend misverstand, ook waar het mij betreft. De ware meesters en heren van de stad spreken andere talen en zetelen ver weg. Ze denken groter en sneller. Ze verspreiden hun wanen en belangen per magnetisch beeld. Mijn diensten hebben ze al een eeuw niet nodig. En dat is me aan te zien.

Als ik door de stad wandel met mijn honden verspreid ik een sterke geur. Die huist in mijn kleren en haren en hangt als een onwerkelijk groot lichaam om me heen. Tot aan het eind van de straat, tot aan de tweede verdieping, nog een kwartier na mijn passage is ze te ruiken. Oud, maar onweerstaanbaar is mijn aroma. Nekharen staan overeind, misselijkheid en kippenvel komen voor, woede en lachbuien. Ik heb een elektrisch snelle toegang tot het binnenste van hun hersenstam. Wie mij en mijn honden ruikt merkt instinctief dat het verbeeldende brein al medeplichtig aan het worden is. Zelfs buiten de wil om roep ik beelden, gezichten, ruimtes, landschappen, denkbeelden en verschrikkelijke waarheden op.

En ik heupwieg tussen mijn honden. Ook de mensen die me haten of verachten weten dat ze half wild zijn en dodelijk. Stemmen en eenzaamheid zijn het vlees op mijn botten. Ik ben een verschijning van vergane glorie, maar een harde, hete vrouw van onbestemde leeftijd. Een eigen gezicht heb ik niet nodig. Ik heb oeroude kennis, spiegelend als een geslepen dolk. Altijd weer ben ik beter op de hoogte dan mijn vijanden vermoeden. Akelig precies kan ik vertellen wat er in hun harten speelt. Ik kan hun stemmen en idioom vernietigend imiteren. Ik geef stem. Ik ben onuitroeibaar.’