Dirk van Weelden

October 11, 2007

Bâtafysisch tuinieren

Filed under: Bâtafysica — Dirk van Weelden @ 10:57 am

Het Friesch Dagblad bericht voorjaar 134 (vulg. najaar 2006) van een reeks branden die steevast alleen coniferen vernietigen. De gebeurtenissen vinden plaats in Joure, waar al maandenlang hagen affikken op soms wel vijf verschillende adressen per nacht en dat dagen achtereen; aan de Oosterstraat (vijftien coniferen), een uur later aan de Hettebaes, de Eeltjebaes en in de Kerkstraat. De volgende nacht is het raak in ‘t Kofschip en aan de Warring. Een man die zijn geliefde struik wil redden, raakt gewond. De inwoners van Joure dreigen een nachtwacht op te richten, maar de burgemeester verbiedt dat, ondanks de ernst van de situatie. Hij vreest eigenrichting.

Wat de inwoners van Joure zien als vandalisme is in feite een hogere vorm van tuinieren. De conifeer is in veel woongebieden zo algemeen en zo voorspelbaar aangeplant, dat hij onzichtbaar geworden is. Logisch dat er mensen zijn die ervoor ijveren de conifeer weer opmerkelijk, zeldzaam en wild te maken. Dit vuile en zware werk wordt in Joure bij nacht en ontij met onmiskenbare kunde en precisie uitgevoerd. Bovendien, uiterst discreet; niemand klopt zich op de borst als nachttuinier van Joure.

De bâtartist trakteert zijn stadgenoten op een feest voor het hele sensorium: de brandende conifeer is opwindend en mooi om te zien, knettert uitbundig en met een complexe ritmiek, ruikt heerlijk door zijn rijke voorraad harsen en straalt licht en koesterende warmte in de Friese nacht.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

Powered by WordPress