Kabouterbestuur
Als reactie op Micha Hamels commentaar waarin hij vroeg hoe de kabouters te beheersen.
Het technische antwoord lijkt me: magnetische lading, positief dan wel negatief. In de kabouter-metafoor zou het iets moeten zijn waarmee je de kabouters bestuurt. Waar zijn kabouters gevoelig voor, zoals silicium (halfgeleider: in zeer zuivere vorm wordt silicium samen met arseen, boor, gallium en fosfor gebruikt voor de productie van halfgeleiders) voor elektromagnetische lading?
Denkend aan de vorm van kabouters en hun altmodische rurale verschijning, is mijn voorstel: worst. Of beter de hoop op worst. De programmeur zegt tegen de liggende kabouter: er komt worst! Die springt in de houding. Tegen een staande kabouter zegt hij: effe geen worst, man. Die gaat prompt liggen.
De crux van het programmeren is kabouters elkaar het gerucht van worst of geen-worst door te laten vertellen. Dan commanderen groepjes kabouters (die onderling radicaal verschillende verwachtingen hebben over de komst van worst) andere groepen kabouters een worstverwachtende dan wel worstvergetende houding aan te nemen. Hieruit valt af te leiden dat er bij deze kabouters twijfel noch geheugen is. Het zijn lege kabouters die samen iets betekenen (symbolisch naar iets verwijzen) dat in de digitale machine zelf nooit kan zijn.
Het virtuele karakter van de digitale wereld schuilt hierin, dat die worst er nooit komt. Of er nu op gehoopt wordt of niet. Worst kan, maar hoeft niet te bestaan.