Dirk van Weelden

September 25, 2007

Au en niet-Au

Filed under: Beeld — Dirk van Weelden @ 10:28 am

Het is mij maar één keer overkomen dat de ontmoeting met een kunstwerk niet nauwkeuriger dan met het woord ‘schok’ kon worden aangeduid. Ik bezocht een tentoonstelling van het werk van Dennis Oppenheim in het Boymans van Beuningen Museum te Rotterdam. Van de rest van de tentoonstelling kan ik me, waarschijnlijk mede door de schok die het ene werk veroorzaakte, niets meer herinneren.

Er zat een pop op de grond, gekleed in een losvallende zwarte mantel. Het hoofd dat er uitstak was kaal en deed Oosters aan, het was gemaakt van pukkelig brons. Deze Zen monnik op kabouterformaat zat in meditatiehouding pal tegenover een bronzen klok die aan een dunne staalkabel van het plafond hing. Tsja, zen, meditatie. Ik dacht nog even aan de televisie-boeddha van Nam June Paik en wou net wegslenteren toen de mediterende kabouter bliksemsnel naar voren schoot en met het voorhoofd de klok luidde. Ik schrok zo heftig, dat ik niet meer weet hoe de klok klonk, of hoe lang hij galmde.

Stokstijf stond ik, met bonzend hart en opstaande nekharen. Ik durfde amper weg te lopen, niet wetend wanneer het geweld weer zou losbarsten. En in afwachting van de volgende klokslag fixeerde ik het beeld. Er was een schrikseconde voor nodig geweest om mijn ogen te wassen. De harde slag en de bruutheid van het beeld van voorhoofd tegen bronzen klok hadden me wakker geschud uit routine waarmee ik door de zaal had bewogen.

Nu pas zag ik hoe goed alles klopte: het brons van het hoofd, het brons van de klok; de holheid van de klok, de beroemde leegheid van het mediterende bewustzijn. Het nauwe verband tussen de schrik die het beeld opriep en de ‘plotselinge Verlichting, als bij donderslag, midden in het alledaagse’ waar het Zenboedhisme op gebaseerd is. Bovendien was er een toespeling op de stokslagen waarmee zenmeesters hun mediterende leerlingen bij de les houden. Al die betekenissen verwezen direct naar de ervaring van het zien van het beeld zelf: de schrik deed de schellen van de ogen vallen, en met de schrik werd de onbepaalde tijdspanne tussen de klokslagen een meditatie, wachtend op plotselinge Verlichting, een ontlading van de opgebouwde spanning.

Ik dacht dat ik niet zou schrikken van de tweede kopstoot, maar hij kwam weer even onverwacht en fel als de eerste. Het harde geluid werkte even pijnlijk op de zenuwen. Na de derde, al even schokkende slag, bedacht ik me dat er toch een regelmaat in de bewegingen van de pop moest zitten. Maar ook de daarop volgende keren verraste de kabouter me volledig. Ik werd ongerust dat ik maar geen regelmaat kon ontdekken. Misschien dat de schrik mijn gevoel voor tijd saboteerde.

Mijn bezoek aan de tentoonstelling is ruim twintig jaar geleden, maar ik herinner me een detail waarin alles samenkomt : de uitgesleten richel in het bronzen voorhoofd van de monnik, waar het al duizenden keren tegen de klok had aangebeukt. Au en niet-Au. Litteken zonder naam, want van de schrik heb ik de titel van het werk niet onthouden.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment

Powered by WordPress