Archive for September, 2007

De wereld

Friday, September 28th, 2007

De dag begint in het donker. Rouwende vrouwen in zwarte lappen op de voorpagina van de krant. Ze schreeuwen hun verdriet met het hoofd in de nek. Wijdopen monden waarin tanden ontbreken. Sterke, gerimpelde handen grijpen in het niets.

Daarna het werk. De hele dag lamplicht op het toetsenbord. Het daglicht is ziek. Op de radio blijkt de wereld op volle toeren te draaien, maar windstil en loodgrijs. Ondanks de pauzes met vrolijke muziek en opbeurende lectuur brengt ook het werk geen glimlach. De werkdag eindigt in het afvoerputje van de routine.

Dan het eten, de krant, de televisie waarop mannen in pakken machteloos hun retorische raderwerk op gang proberen te houden. Ze ligt stralend in bed, net uit bad, met gewassen en geföhnde haren, een halo van honinggoud om haar hoofd en op haar schouders. Ik kom binnenlopen en ze strekt haar armen wijd uit. Een brede glimlach. Ze sluit me in haar armen en zegt.

Weet je als ik iets aan de wereld zou kunnen veranderen dan zou ik alle winkels iets goedkoper maken. En alle ziekenhuizen goedkoper. En zorgen dat iedereen op de wereld een huis had. En ook dat de wereld iets groter was en de zee iets kleiner en dat het altijd lekker weer was. En ik zou ook iets eerder jarig zijn.

Chinese dichter

Friday, September 28th, 2007

Tijdens mijn eerste bezoek aan Nederland maakte ik een wandeling over het strand en door de duinen. Het was een stralende lentedag. Door wat ik gelezen had stelde ik me Nederland donker en robuust voor. Dijken, dammen, havens, alles plat. Op de ontroering door het duinlandschap was ik niet voorbereid. De kwetsbare zandheuveltjes liggen er vlak naast de onbevattelijke macht van de zee.

Ik kom van het Chinese platteland, uit een streek aan de rand van dichte wouden en woeste bergen. Voor ons is de natuur overdonderend en wild en dus gevaarlijk. Van alles is er teveel. Maar hier voelde ik de massa van de natuur niet op me neerdrukken. Het was er licht, de lucht voelde zacht en het landschap was open en liefelijk. In de duinen had ik de neiging voorzichtig te lopen en zachtjes te praten met de anderen. Alles leek er zeldzaam en tijdelijk. Duinen veranderen door de wind, de zee, zelfs al door er te lopen of met wagens rond te rijden.

Ik zag Nederland als een land van stoere norse Noorderlingen met hun oceaanschepen, dammen en dijken. Ik had nooit verwacht er een landschap te ontdekken dat zo ijl en ongerept was, zo teer. Ik schreef een gedicht waarin ik zei dat het duinlandschap aan zee ligt te slapen als een eeuwig jong meisje.

De dame

Friday, September 28th, 2007

Grand Bahama Island. De zon is er hard, het land onvruchtbaar. Maar er zijn stranden. En dus is er ook een Grieks restaurant met een houten veranda. Cally’s Restaurant.

Daar in de schaduw zit een elegante dame van in de vijftig. Haar kleren zijn wat ouderwets, maar smaakvol. Diamanten in haar gouden oorbellen. Chice luchthartige glimlach. Ze spreekt me aan. Kalm en zelfverzekerd. Ik ben tenslotte haar gast. Zij is Cally. Al vijfentwintig jaar weduwe. Hard gewerkt, maar met succes. Vier zaken op het eiland. De kinderen getrouwd. Iedereen gezond. Ze haat de Bahama’s, a desert for the soul.

Drie keer per jaar is ze op haar eiland, Kalimenos. Daar woont een man van wie ze houdt. Een ingenieur. Ze aarzelt of ze zich bij hem zal voegen. Alles aan hem is goed, behalve zijn passie voor politiek. Hij wil verkiezingen winnen. In haar ogen maakt dat de liefde onmogelijk. Ze ziet zichzelf zitten, twee uur ’s nachts, wachtend tot hij terug komt van de met drank overgoten politieke ruzies over ego, geld, wraak. Ze kent het van haar vader. Wat moet ik doen? vraagt ze, ik ben al zo lang weduwe, u weet vast meer van de liefde dan ik.

Haar ogen karamelkleurig met groene vlekjes. Ogen die lang duren. Tot we vrienden zijn. Afscheid met een handkus zonder ironie.

Sfeerbeeld

Friday, September 28th, 2007

sp_a0031-kopie.jpg

Ergens tussen deze twee foto’s was ik tijdens het schrijven aan Het Middel.

alpina-enschede-kopie-1.jpg

Vertaalwidget

Wednesday, September 26th, 2007

Als widget op de iMac zit een vertaalmodule die Aziatische en Europese talen in elkaar vertaalt.
Ik begon met
She was a hot babe with a nasty scar.
Via Frans, Japans, Russisch, Portugees, Koreaans, Chinees (Han) en Engels krijg ik deze Nederlandse zin terug:

Het is gezond en of verschuift het ontspruit en niets het elegant is en het personeel wordt bevorderd de binnenkant dit.

Via het Italiaans en het Frans wordt dat:
Hij is niet gezond en of verplaatst het afkomstig is en niets is hem sierlijk en bevorderd het binnenkant personeel wordt van het

Via het Koreaans wordt dat in het Engels:
This highland Anh where is it it will burn like this and to act it lights and him the originary and anything 3elegamment it Anh Anh is the binnenkant individual whom it is promoted.

Via het Grieks en het Frans:

Dit gebied Anh van berg waar hij dit is zal als dit branden en opdat hij aansteekt zich eveneens ayto’s ton originary en niets élegamment handelt die Anh Anh is binnenkant de persoon die wordt bevorderd

Via het Russisch, Duits en Engels krijgen we:

Deze streek Anh van het installeren, waar het ook dit het beschouwen deze brand en daarom het originary ayto s.ton bevatte, is en niets Tat?legamment dat Anh Anh binnen de persoon Kant werd verhoogd.

Via Japans, Grieks en Engels lees is:
Daarnaast zoals voor deze deze schatter deze deze oven s.ton van brand die originary voor deze oorzaak het is het de plaats, wat die u niet en omdat installeer was is Tat inbegrepen van dit gebied Anh dit Anh? De series van Legamment sein

Goed beschouwd is dit de elektronische versie van Burroughs cut up. Zet het mes in een tekst alsof het te eten vlees is en er stijgen onvermoede nieuwe verhalen op uit het kadaver.

De vesting

Wednesday, September 26th, 2007

Ik zag een ridderfilm waarin de helden in een belegerde vesting zitten. Een overmacht buiten de poorten. Bestookt met vuurbollen, rotsblokken en rottende kadavers houden ze vol. Ze vechten tot de laatste man. Heldhaftig, tragisch, dom.

Mijn onbegrip stookt het vuurtje van mijn fantasie hoog op. De belegerde vesting is het probleem. Als ik in zo’n hopeloze situatie zat zou ik proberen de vesting het probleem van de belegeraars te maken in plaats van het mijne. Hun verlangen om de vesting binnen te dringen moet hun ondergang worden.

Ik zou de burcht verbouwen tot een val, een omgekeerd Paard van Troje. Een zogenaamde verrader geeft de belegeraars controle over de poort. Ze stormen naar binnen en zien de verdedigers nog net in het gebouw verdwijnen. Die hebben maandenlang tunnels gegraven om uit de stad te kunnen ontsnappen. De tunnels laten ze achter zich instorten. De burcht zelf is ondermijnd, een reusachtige booby trap, die in een oogwenk met olie, pek en brandend hout op de veroveraars neervalt. Muren die op scherp stonden tuimelen.

De ontsnapte verdedigers vallen de anderen in de rug aan en drijven de laatste vijanden de brandende burcht in. Vesting en vijand vergaan tot as. De belegerden zijn vrij, reizen verder en bouwen ergens anders een nieuwe burcht. Of besluiten wijselijk nooit meer een vesting te bouwen.

Voetstappen

Wednesday, September 26th, 2007

139144444_3307f62c0c_m1.jpg

Er ligt een pad door een bos. Een flauw slingerende baan van zwarte aarde, vlak en glad. Geen zaailing of grasspriet waagt het er te groeien. Vogels hoeden zich ervoor op het pad neer te strijken. Muizen, herten, dassen, marters en vossen kijken wel uit het pad over te steken. De dieren blijven aan hun eigen kant van deze langgerekte open plek die het bos doorkruist. Last hebben ze daar niet van. Het bos is groot en wordt aan alle zijden omringd door vlaktes met beken en meertjes.

Op het pad groeien voetstappen. Als ik wakker word en de hemel aankijk tijdens het oprekken van de ruggengraat haal ik diep adem; dan kan ik ze horen. Kom pappa, we zijn eenzaam en bang. Breng ons naar huis. Haal ons hier weg, piepfluisteren ze.

Die roep uit de verte is geen reden om zorgelijk het huis uit te stuiven. Ik doe mijn kniebuigingen en neem mijn ontbijt. Ik verricht mijn werk en zing een paar liederen, waarbij ik mezelf begeleid op de gitaar. Dan trek ik mijn dunne boskleren aan en stap op lichte, snelle schoenen naar buiten. Soms duurt het uren en een enkele keer dagen of een week voordat ik het bos kan vinden waar mijn voetstappen om mij liggen te krijsen. Laatst vroeg iemand of ik er wel eens aan twijfelde ze te kunnen vinden. Verbluft moest ik toegeven dat ik dat voor onmogelijk hield. Uiteindelijk vind ik het bos altijd en ligt het pad voor me klaar. Voor mij alleen, geen mens te bekennen.

In een lange rij liggen ze daar, al die voetstappen die ik vervolgens verzamel en red. Ik neem ze in me op en hoor ze daarbij een zucht van verlichting slaken. Er is wel enige snelheid vereist om ze van het bospad los te krijgen, maar die moeite doe ik graag. Niet uit liefdadigheid, maar uit welbegrepen eigenbelang. Als ik gehoor geef aan de huklpkreet van mijn voetstappen en ze ophaal op het bospad voeden ze mijn benen. Ze liefkozen mijn hart en longen. En ze onderwijzen mij.

1.Voeding
Benen hebben voetstappen nodig. Zittende en liggende benen zijn ruimtes waarin voetstappen wegsmelten. De beweging die nodig is om voetstappen te verzamelen blijft met de voetstappen enige tijd in de benen aanwezig. Voetstappen wervelen erin rond. Ze tuimelen als gewichtsloos op en neer. Ze sterven langzaam als geplukte bloemen en verspreiden bij die ontbinding hun voedingsstoffen. Zonder flinke dosis voetstappen lopen benen leeg. Lege benen zijn zelfs te zwak een mens overeind te houden. Opgeladen benen zijn onontbeerlijk om de wil contact te laten maken met de fysieke wereld.

2. Liefkozingen
Het verzamelen en thuisbrengen van voetstappen is een bevredigende bezigheid. De beweging die er voor nodig is vereist inspanning van hart en longen. De combinatie van inspanning en onmiddellijke, gelijktijdige bevrediging is zeldzaam. Het is een gebeurtenis die kan leiden tot het ontstaan van een tijd-luwte. Het wegvallen van de anders overheersende beleving van het verstrijken van de tijd. Deze bedwelmende kwaliteit maakt het ophalen van voetstappen tot een liefkozing voor hart en longen. Ze werken en ontvangen meteen kruimels eeuwigheid.

3. Onderwijs
Gehoor geven aan de roep van voetstappen is een stap in de richting van het onbekende. Het is een opgave te leren waar vandaan die roep komt. Niet zelden van onbekend terrein. Het feit dat men daar niet als willekeurige passant komt, maar als redder van de eigen voetstappen, opent de ogen, oren en andere zintuigen. De vraag dringt zich op wat de voetstappen hier doen. Waarom zijn ze juist hier en in deze looprichting ontkiemd? Zo verzamelt men met de voetstappen een grote en gevarieerde schat aan gegevens over het terrein. Maar de ware informatie schuilt in de pogingen die een verzamelaar doet antwoord te geven op de vraag wat et betekenen kan dat zijn voetstappen hem juist hier liggen te roepen. Dat die pogingen alleen leiden tot zelf-analyse is gezichtsbedrog. Als moed een deugd is, dan is hierbij het daarmee corresponderend deel van het geweten actief. De pogingen iets van het ontstaan en roepen van onze voetstappen te begrijpen gaan niet over onszelf, maar over dat deel van de wereld dat we kunnen worden door ze op te halen.

Bas-Jan Botje

Tuesday, September 25th, 2007

Het kerkkoor heeft gezongen over de onbevattelijke schoonheid en macht van de zee. Onderwijl brengt de Mercedes het zeilbootje per aanhanger naar de haven. De magere man gaat zich overleveren aan de onverschillige krachten van de oceaan. Hij verwacht daar verlichting van, een uitweg uit de wurggreep die zijn ziel doodt. Hij trekt zich het universum namelijk nogal persoonlijk aan. Hij vindt zijn leven onacceptabel lullig als hij is waar hij is, doet wat hij doet, wil wat hij wil en maakt wat hij maakt.

Er is tenslotte ook nog zoiets als de eeuwigheid, vindt hij.

Zijn vader zou het God hebben genoemd. Die minuscule leegte, gewichtloos en loodzwaar tegelijk, die ieder molecuul, ieder moment, iedere handeling mogelijk maakt. Maar hoe maak je contact met die eeuwigheid? Hij heeft het geprobeerd door van daken te vallen, te huilen over de onuitsprekelijkheid van zijn onmogelijke verlangen. Hij maakte foto’s van zichzelf, dwalend door een nachtelijke wereldstad met een zaklantaarn. Het zijn maar fantasietjes, metaforen, spelletjes. Op zee is de eeuwigheid de baas. Daar is ie niet minuscuul, maar heerst hij mijlenhoog, kilometersdiep, zo ver het oog reikt. De wind bolt het zeil van het lullig kleine bootje. De man zeilt uit zicht. Hij hoopt op kosmisch inzicht, dat zijn bestaan overbodig maakt. Niemand ziet hem ooit weer.

Gaslicht

Tuesday, September 25th, 2007

gaslight1940.jpg

De gasfabriek behaalde een triomf op de ouderwetse duisternis. Dat klinkt feestelijk en dat was de vooruitgang toen ook nog. Het midden van de negentiende eeuw, het grote uitgaan kon beginnen. De middenklasse nam de openbaarheid over en dat ging gepaard met grote spiegels, bladgoud en tierelantijnplafonds. In de cafés troonden de kassajuffrouwen als volkse koninginnen tussen de bloemstukken, glanssatijn in het haar. Voor het eerst baadden boulevards, passages, cafés en theaters in een zee van licht.

Dat zag er sprookjesachtig uit, denken we nu. Maar vergeleken bij olielamp en kaars vonden veel mensen het nieuwe licht koud en nerveus. De lampen suisden, de vlammen flakkerden en konden onvoorspelbaar van kleur en intensiteit veranderen. Dit prozaïsche, onrustige licht, dat bedrieglijke effecten kon hebben, is het licht dat schijnt in de misdaad- en spookverhalen die in die tijd ontstaan.

In 1941 speelde Ingrid Bergman in de historische film ‘Gaslight’ een vrouw wier man haar tot waanzin probeert te drijven, in de hoop zich van haar geld meester te maken. In het met gaslicht verlichte herenhuis verandert hij dingen, laat mensen en voorwerpen verschijnen en verdwijnen. Tegenover haar houdt hij zich van de domme. Zij twijfelt aan haar waarneming en verstand. Denk aan die kwetsbare ogen en het gaslicht op haar gepoederde huid. Zo ontstaat de uitdrukking ‘to gaslight somebody’.

gaslightfilmjpg2.jpg

Golden Fiction

Tuesday, September 25th, 2007

golden-fiction-kopie.jpg

Hij is vrij om te kiezen…uit kleuren, beelden, situaties…een filmregisseur betrapt de realiteit steeds opnieuw, goochelt altijd anders met schone illusies. Kan ook kiezen uit tientallen sigaretten. Rookt Golden Fiction.

De tekst van een advertentie uit 1965. De foto erboven laat in zwart-wit het profiel zien van een kort gekapte, glad geschoren blanke man. Eind dertig, schat ik. Hij zit voorover gebogen en kijkt aandachtig voor zich uit terwijl hij met een in zijn vuist verborgen aansteker een sigaret aansteekt. Achter hem is nog net een filmcamera te zien.

Het witte pakje is breed en schuift open als een lade. Dwars over het midden lopen twee gouden strepen waartussen de schreefloze letters met de merknaam. Erboven het wapenschild met groen en goud. Het heeft iets Engels en chics. De mannelijke kaak en de professionele concentratie van de filmregisseur geven het merk het imago van dynamische ernst.

Het lijkt reclame voor mijn vader, roker in diezelfde jaren. Dat haar, die blik, die leeftijd. Dit was zijn merk. Voordat hij experimenteerde met een pijp, voordat hij zijn strakgesneden flanel pakken voor blauwe blazers verwisselde. Toen hij nog zwom in zee met zonnebril. Toen geen enkele vorm van duisternis vat op me had. Ver voordat het zorgelijke tijdperk aanbrak waarin hij met roken probeerde te stoppen. Tientallen keren, tot aan het bittere einde. Dit is reclame voor de herinnering aan mijn vader anno 1965. Toen de wereld niet twijfelde en een gouden fictie was die je waar maakte met dynamische ernst.