Dirk van Weelden

January 23, 2010

Trip to Flanders

Filed under: Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 12:26 am

DSC00252

In the picture you see Peter Terrin and Alfons van Damme. And a small part of his collection in the back.

Flanders1052Flanders2053DSC00260DSC00265DSC00263

January 19, 2010

NEBULA

Filed under: Beeld, Op straat, typecasts — Dirk van Weelden @ 3:02 pm

2009-10-23 19.35.01

nebula050

2009-10-23 19.35.19

here is a link to the english translation of nebula

January 11, 2010

In de tuin

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 5:47 pm

kat046

December 23, 2009

Joys of Snow Running

Filed under: Lopen, typecasts — Dirk van Weelden @ 2:20 pm

Sneeuw.nov2008 032

This typecast was produced with a 1947 Underwood Champion. Best wishes for everyone, a splendid New Year in the typosphere. 2010 is the year in which I hope to finish my Typewriter Book.

Snow042

December 15, 2009

Ubusing Culture

Filed under: Bâtafysica, Gelezen — Dirk van Weelden @ 3:28 pm

ubusing030

Met een proefschrift onder de titel Ubusing Culture, promoveerde Marieke Dubbelboer (1977)  vorige maand tot doctor in de Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De ondertitel van haar proefschrift luidt: Alfred Jarry’s subversive poetics in the Almanachs du Père Ubu. Nu is het werk van Jarry, afgezien van het bekende toneelstuk Ubu Roi, al nauwelijks bekend, maar zelfs onder de liefhebbers van zijn bizarre werk gaat maar weinig aandacht uit naar de Almanakken van resp 1898 en 1901. Liever leest men de romans Superman en Messalina, of het befaamde Gestes et Opinions de Docteur Faustroll, ‘pataphysicien, roman néo-scientifique, dat de grondslag vormt voor een onderstroom in kunst en literatuur, aangevoerd door het Collège de Pataphysique. In Nederland bestaat de Nederlandse Academie voor Patafysica, (N.A.P.) ook wel Bâtafysica, die vergelijkbare tendenzen in kunst en letteren in kaart brengt en verzamelt.

Wat maakt het de moeite waard om studie te maken van die Ubu-almanakken? Dat maakt Dubbelboer zonneklaar in haar heldere geschrift. Na een aantal jaren aansluiting te hebben gezocht bij de deftiger vleugel van het Symbolisme, zoals de door hem bewonderde dichter Mallarmé, merkt Jarry dat zijn werk te provocerend en radicaal is om in die kringen te worden uitgegeven. Zelfs de tijdschriftredacteuren die tot zijn intieme vrienden behoren verklaren dat zijn werk te vreemd en duister is voor hun blad en uitgeverij. Jarry zoekt andere kanalen en adopteert de vorm van de almanak. Wij kennen alleen nog de Enkhuizer Almanak, maar in de 18e en 19e eeuw waren er ieder jaar weer honderden van dergelijke publicaties. Een mengsel van reclame, weersvoorspellingen, astrologische artikelen, vermakelijke verhaaltjes, recepten, huishoudtips en bizarre weetjes. Jarry’s manier om zich de  almanak-vorm toe te eigenen analyseert Dubbelboer als een eigenzinnige en hardhandige bevrijding van de literaire verbeelding. Allerlei eigenschappen van kunst en literatuur die we associëren met de avant-gardes van futuristen, dadaïsten, surrealisten, kubisten, zijn al te ontwaren in dit werk. De radicale vermenging van intellecuele poëzie en tekstflarden uit de volkscultuur of de boulevardpers; de versmelting van genres; het spelen met verwijzingen naar het alledaagse stadsleven met reclame, nieuws, schandalen. De oneerbiedige fragmentatie van de klassieke denkbeelden over schoonheid en verhevenheid in de kunst.

Dubbelboer toont aan dat de almanakken een van de allervroegste voorbeelden van literaire collage zijn. Ze zijn ontstaan in een milieu dat een tegencultuur vormde, een mengsel van bohème, uitgaanscultuur, mislukte en miskende schilders en dichters, muzikanten, politieke randfiguren en ritselaars. Het zijn kluchtige, soms onbegrijpelijke, maar altijd overrompelende boekjes. Dankzij Dubbelboers onderzoek is nu te zien hoe Jarry van zijn almanakken ook groepswerk maakte en musici en kunstenaars liet meewerken en bijdragen. Je leest hoe vilein en geestig de almanakken inspelen op de politieke actualiteit (vooral de Dreyfus-affaire die het land en vooral de intelligentsia scherp verdeelde). Maar ook, hoe soepel Jarry die middelpuntvliedende en niet eens onder zijn eigen naam gepubliceerde boeken gebruikte als een volgende stap in zijn  literaire ontwikkeling. Alle gekkigheid en actualiteit ten spijt, hij blijft zijn eigen mythologie en personages trouw.

Waardevol werk, dus, dit proefschrift. Inspirerende kost voor Bâtafysici en andere liefhebbers van avontuurlijk schrijven. Toen ik het uithad slaakte ik een diepe en zucht en vroeg me af, waar de Jarry’s van vandaag (waarschijnlijk als een groepje op het internet) werkzaam zijn.

December 6, 2009

To portray travellers

Filed under: Op straat, Schrijfmachine — Dirk van Weelden @ 5:31 pm

travcloseoltrav029Oltrav2

November 18, 2009

BRANDNEW OLYMPIA SG

Filed under: Beeld, Schrijfmachine, Uncategorized — Dirk van Weelden @ 10:41 pm

70748_1

How about this.

The German store Manufactum sells brandnew Olympia standard typewriters in a new color (black). The price is steep but considering the fact that it is completely un-used and fresh from Wilhelmshaven, somehow tempting.

This find (plus the whole catalogue of this Manufactum store) steels my conviction that it is not only possible to find people who can and will manufacture a hypermodern 21 century portable manual typewriter, but that it can become a succes. Long live the Phoenix Typewriter. Are there engineers, product designers who can join me in this vision?

NIHILIST?

Filed under: Beeld, Op straat — Dirk van Weelden @ 10:18 pm

nihilist

nihilist2015

November 7, 2009

Zekerheid

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 1:10 am

bord

zekerheid013

October 29, 2009

Op de virtuele fiets

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 6:24 pm

2009-10-27-00.04.43_28.0_-41.0_45.0

Dezer dagen breng ik heel wat uurtjes door op de home-trainer. Het is een lelijke witte droogfiets, die ik van mijn vader erfde. Dat ik erop zit is niet uit vrije wil, het maakt onderdeel uit van mijn herstel van een lastige blessure aan mijn linker achillespees. De home-trainer is de makkelijkste methode om vier keer per week een uur mijn hartslag rond de 145 slagen per minuut te houden. Na afloop staat er dan een plasje zweet op de planken vloer van de slaapkamer.

Een belangrijk probleem bij het droogfietsen is dat je zintuigen je geen enkel signaal geven dat je beweegt, terwijl je toch een flinke inspanning levert. In mijn bewustzijn levert dat een ergerlijke leemte op, die ik de eerste week vulde met een televisie. Het ritme van CNN bleek nog het best te kloppen bij de vreemde mix van verveling en agressie die de droogfiets bij me opwekt.

Nu kun je zeggen, ga rechtop zitten, laat de beentjes gaan en lees een boek, de krant, een tijdschrift, eventueel met de radio aan. Die radio levert een vergelijkbaar probleem op als de televisie. De meeste muziekzenders werken bij het hard droogfietsen op de zenuwen en de zenders met gepraat worden al snel onverdraaglijk als het adrenaline-niveau bij de luisteraar oploopt. En lezen is stomweg onmogelijk.  Misschien dat kalmpjes pedaleren dat toestaat. Maar om een hartslag van 145 te hebben en te houden moet ik echt hard fietsen en na een minuut of tien begin je daarbij te zweten als een otter. Het gutst van mijn tronie, armen, benen en dat terwijl ik een handdoek om de hals geslagen heb. Geen lees-vriendelijke bezigheid.

Mijn oplossing was een virtuele. Ik ging voorover hangen over het stuur en sloot de ogen. Ik beeldde me in dat ik voor mijn huis aan de stoeprand stond. Onder me een prachtige witte koersfiets. Ik was gestoken in een al even hagelwit wielertenue. Compleet met professionele helm. Ik zette af en klikte mijn schoenen vast aan de pedalen. Langzaam trok ik me op gang,  naar de overkant, om op de brug naar de Marnixstraat al wat vaart te maken. Daarna ging het harder. In mijn virtuele wielerrondje is uiteraard nauwelijks verkeer en alle verkeerslichten staan op groen. Met een vaartje van boven de twintig per uur koers ik richting Haarlemmerplein. Het idee is om echt iedere meter van een fietstocht naar Blijburg, het strand aan het uiterste puntje van IJburg en terug te maken. En dat in een realistisch tempo. Dus tussen de vijfentwintig  en dertig kilometer per uur, zeggen we maar. Zodat mijn voorstelling van het heen en weer fietsen ook echt zolang duurt als het op een koersfiets maken van het ritje, onder ideale omstandigheden.

Het leverde een opmerkelijk prettige ervaring op. Het was leuk om al die gevels en kruispunten voor het geestesoog af te spelen en verrast te worden van al die details en gekke herkenningspunten die in mijn geheugen blijken te zitten. Ook de voortdurende vraag of mijn voorstelling van de route de juiste snelheid had bleek een krachtige bestrijder van de verveling. Al snel ging ik helemaal op in mijn ritje naar IJburg. Ik nam gewoon de Piet Hein Tunnel, in mijn virtuele Amsterdam werd er ruim baan voor me gemaakt, zodat ik mijn tubes kon laten zingen over het asfalt in de tunnel. Zonder met auto’s rekening te houden de ideale lijn volgen.

Ik had natuurlijk op Blijburg een colaatje kunnen drinken, gezeten op het strandterras aan het water. Maar dat deed ik niet, op de ongeplaveide parkeerplaats maakte ik een rondje en reed in matig tempo naar het eindpunt van lijn 26. Daar, op de lange weg die het eiland doormidden deelt maakte ik weer vaart en bereikte alweer diep ademend de brug die me het eiland afbracht. Na 57 minuten was ik terug bij politiebureau Raampoort. Daar kwam ik overeind, de benen stil, uitbollend bereikte ik mijn voordeur.
Morgen rijd ik wat verder: naar de vuurtoren in IJmuiden en terug. Hopelijk zitten de beelden van de route nog in mijn hoofd.

Older Posts »

Powered by WordPress