Dirk van Weelden

June 9, 2009

THE PHOENIX TYPEWRITER

Filed under: Schrijfmachine — Dirk van Weelden @ 3:40 pm

 

 

 

 

Het plan klinkt simpel. Zeg maar gerust sprookjesachtig eenvoudig. Maar om het te realiseren zijn onwaarschijnlijke hoeveelheden tijd, moeite, expertise en vooral geld nodig. 

Ik las in Wired iets over een hele coole racefiets gemaakt van bamboe. Ik zag regelmatig advertenties voor een prachtige, nieuw ontworpen, state of the art mechanische horloges (ja, opwinden met een veer) en herinner me artikelen over gitaristen die een gitaar laten bouwen op hun hoogst persoonlijke aanwijzingen.

Hieruit valt op te maken dat iets wat berust op mechanisch vernuft en verfijning een gadget,  een luxe item geworden is. Zeker als de kwaliteit ervan uitstijgt boven de industriële norm en er een ambachtelijke klasse aan wordt toegevoegd. De ultieme combinatie is die van klassieke ambachtelijke voortreffelijkheid en zorg met het gebruik van de modernste technische kennis en materialen.

 

En dan denk ik dus: waar is de draagbare mechanische schrijfmachine van de 21e eeuw, die volgens dit principe gemaakt wordt? Dus helemaal vanaf de grond af aan ontworpen, met kennis van de technisch meest hoogstaande tradities van het verleden (Royal, Olivetti, Alpina, Smith Corona, Olympia, Hermes), maar ook met gebruikmaking van de modernste materialen en precisie-technieken. Ik zie iets voor me dat gemaakt is van mat aluminium. Een machine die onmiskenbaar hedendaags is, maar wel glazen, gepolijste toetsen heeft. Waar je gewoon papier indraait, maar die wel, draadloos een tekstdocument overseint naar een computer. En er zit een draagtas omheen die zoveel stijl en klasse uitstraalt, dat er snobs voor in de rij staan, onafhankelijk van de inhoud.

Omdat het zoiets is als het uit de as doen herrijzen van een van de meest hoogstaande vormen van precisie-werktuigbouw koos ik voor dit project de naam Phoenix. Bovendien is de verwijzing naar de mythische vuurvogel een aanknopingspunt voor de ontwerper van het logo en de bijbehorende reclame uitingen.

 

Want via die tas kom ik op een struikelblok van het plan. De uiterste kwaliteit wordt alleen gemaakt dankzij de idiote prijzen die snobs bereid zijn te betalen. Vergelijk het met luxe vulpennen of Patek Philippe Horloges. De Mont Blanc Meisterstück is een status-symbool. Iets vergelijkbaars is er nodig om de astronomische kosten terug te verdienen die gepaard zullen gaan met het ontwikkelen van een volmaakte, hedendaagse draagbare schrijfmachine.  

Het idee is dat de Phoenix  alle draagbare schrijfmachines uit de twintigste eeuw in technisch opzicht overtreft. Zoiets moet mogelijk zijn dankzij moderne fabricage-processen, instrumenten en materialen. Daarbij, de Phoenix kan ontworpen worden als een exclusieve sportwagen, niet als een voordelige, makkelijk te fabriceren gezinsauto. 

Specificaties:

Een gemiddeld grote draagbare mechanische schrijfmachine. Een internationaal toetsenbord met hedendaags relevante tekens (zoals @ en €). 

Verder heel basic, dus hooguit een eenvoudige tabulator-functie. 

Geen correctie mogelijkheid. 

Een goed werkend regelaar voor het instellen van de kracht van de aanslag, die nodig is.

Uiteraard zal er een lettertype moeten worden ontworpen speciaal voor de Phoenix. 

En iets bijzonders: de Phoenix kan proportioneel spatiëren, zodat hij tekst kan produceren die oogt als drukwerk. Er waren een paar schrijfmachines die dat konden, waaronder de Olivetti Graphika uit 1957.

Tot slot: ik schreef dat de Phoenix (draadloos) een voltooid document (via afstandbediening in te stellen) als digitaal bestand kan doorseinen naar een computer of telefoon. Er mag geen stekker of gat in zitten, vind ik. Maar soms twijfel ik. Is het beter om de Phoenix hard core analoog te laten zijn? Of is het werkelijke gebruiken en aansluiten op de digitale werkelijkheid juist van groot belang? Ik denk van wel, tenslotte is de droom om de schrijfmachine transdigitaal te maken en als een nieuw, uit de as herrezen schrijfinstrument een heel eigen en vrije rol te geven in de digitale cultuur.

 

En waar zijn de technici, ontwerpers, media-visionairen, ondernemers en weldoeners die dit schitterende project helpen realiseren? Zijn er mensen aan de TU in Delft, Eindhoven of Twente? Zijn er mensen aan de Design Academie in Eindhoven die dit ongetwijfeld politiek incorrecte idee willen helpen uitvoeren? Of iemand uit de wereld van de horloge-verzamelaars of de antiquairs die er iets in ziet?  

 

Link to English translation 

May 28, 2009

Publiciteit Plant

Filed under: Beeld, Gelezen — Dirk van Weelden @ 11:45 am

Van Sander Veenhof ontving ik deze oproep. Zijn idee komt erop neer dat een verwijzing naar zijn bloem-kweek project zoals dit bericht in mijn weblog ervoor zorgt dat de planten water en licht krijgen. Publiciteit als mest. Als voedsel en zuurstof. Ik begreep dat twitteren ook mag.Een kleine moeite om Sander een mooi boeket te bezorgen op de dag van zijn afstuderen, 1 juli aanstaande.Bij deze. On July 1st 09 I’m graduating from the Gerrit Rietveld art academy in Amsterdam. A festive event that should not remain unnoted! I therefore designed an  interactive greenhouse   in which a   bouquet    of ‘graduation flowers’ is growing, depending on  YOUR help!  A greenhouse control system converts all online publicity into plant growth by switching on the grow-lights when you: 

May 12, 2009

Over Martin Bril

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 4:06 pm

 

Kort begin van een lang afscheid.

 

Over het uitgedroogde gazon kwam een jongen aanlopen. Een kersverse student, in een verschoten spijkerbroek, een geel t-shirt en een colbert van gebroken witte manchester stof. Hij wist dat hij bekeken werd, dat was op te maken uit de stoere, wat stijve tred waarin hij toch iets zwierigs legde. Uit de linkerzak van het jasje stak een boek, een rode pocket.

Toen hij het gazon bij de kampeerboerderij was overgestoken zocht hij een stoel, haalde  een zonnebril uit zijn binnenzak, zette die op en begon vervolgens een sigaret te rollen. Javaanse Jongens-shag in de smalle papieren verpakking.

Het was het eind van de zomer van 1978 en we bevonden ons op Ameland. Ik was er als student-assistent van de lector aan de Rijksuniversiteit Groningen, die verantwoordelijk was voor de introductie van de nieuwe filosofie-studenten, een stuk of veertig. Die introductie-weken begonnen met een weekend op het eiland, om kennis te maken met elkaar, het vak en de docenten van het filosofisch instituut. 

Ik ging bij de lezende jongen zitten. Hij stelde zich voor als Marten en hij ging met graagte in op mijn vragen naar het boek dat hij las.  Al snel was duidelijk dat ik een geestverwant had gevonden.  Het mag gek klinken, maar dat gebeurde niet zo vaak. Ik was aan de filosofie-studie begonnen uit een hang naar algemene ontwikkeling, om achtergrond-informatie op te doen bij de literatuur, kunst en films die me bezig hielden. De studie stelde niet teleur, maar niemand van mijn mede-studenten leek mijn interesses te delen. Ze waren uitgeloot bij medicijnen of ze wilden revolutionair-marxistisch intellectueel worden of ze zochten de zin van het leven na een mislukte reis naar India.

Maar Marten had Peter Handke’s Kurzen Brief zum langen Abschied op zak. En nog wel in het Duits. Alles wat hij erover vertelde klonk beter dan wat ik van Handke gelezen had. Het boeiendst was dat het over een Europeaan ging die van Oost naar West door Amerika reisde, om te veranderen en alles om zich heen nauwkeurig waarnam, in de hoop aan zijn reacties en gedachten te kunnen aflezen dat hij een ander aan het worden was. Hij werd achtervolgd door een ex-vriendin, die hem zelfs probeerde te vermoorden. Behalve de observaties van het Amerikaanse leven en de landschappen waren het de films van John Ford die als ijkpunt dienden. Kortom, ik zou het boek snel kopen en lezen en dan zouden we het er over hebben. Marten (die zich een jaar later al Martin noemde) was een jongen van negentien, ik een jongen van eenentwintig. 

Dertig jaar later moet ik voor mijn werk in New York zijn. In Amsterdam loopt Martin op zijn laatste benen. Al een jaar lang ligt er een koude loden plaat in mijn maag als ik aan hem denk. Die is dan weer verdwenen als ik met hem zit te praten, of wandel of eet en drink. Maar de laatste weken wordt het gewicht zwaarder en zwaarder. De emails die we uitwisselen bestaan grotendeels uit beloftes: gauw, zometeen, straks, als je terug bent. Tegen beter weten in, want ik vrees dat we elkaar niet meer zullen zien.

Op een zonnige vrije middag loop ik een boekhandel in Greenwich Village binnen. Op de tafel met nieuw-verschenen boeken ligt Peter Handke’s Short Letter, Long Farewell, met een voorwoord van Greil Marcus. Ik lees het die nacht uit, om de paar uur rekenend hoe laat het is in Amsterdam.

In helder, ironisch Engels dwaalt Handke’s blik door een verdwenen Amerika. Langs New Yorkse trottoirs, parkeerterreinen in Maryland, etende mensen in restaurants langs de snelweg, over slapende kinderen en langs ruzieënde echtparen. Ja, aan het eind is hij minder door zichzelf geobsedeerd en een ander geworden. Het boek eindigt aan de voeten van de oude John Ford, die de verteller en zijn ex eenvoudige menselijke waarheden over het leven en verhalen vertellen voorhoudt. 

Het enige dat ik erin lees is de weg die Martin heeft afgelegd van het grasveld op Ameland naar zijn rol van schrijvende troubadour.  Van de vormeloze, eindeloze ‘Brils Berichten’ die hij schreef (en waaruit hij brieven, artikelen en hele romans knipte, plakte en kopieerde) naar die dagelijkse krantencolumn, die zijn schrijven en zijn leven de vorm en het houvast gaf, die hij nodig had. Op zijn best in eenzaamheid, onderweg van A naar B, maar nooit langer dan een dag zonder lezers. 

Een paar dagen later regent het als ik met de subway naar huis ga na een lange werkdag.  Het schemert in de drukke, natte straten van New York. In de supermarkt op Lexington Avenue gaat mijn telefoon. Tussen de waterflessen en de wand wc-papier ga ik op de grond zitten en luister naar de snikkende stem die vertelt dat Martin is overleden.

Toen we in 1987 schreven aan ons debuut Arbeidsvitaminen was ons devies dat je moest schrijven vanuit het nederige besef dat boeken slimmer waren dan de schrijvers die ze schreven. Als ik weer opsta van de grond in de supermarkt is de loden plaat in mijn maag zwaar maar warm. In de zak van mijn jas zit Peter Handke’s Short Letter, Long Farewell

Vaarwel, jongen.

 

 

WATSPINOZA?

Filed under: Gelezen, Op straat — Dirk van Weelden @ 3:40 pm

 Deze week is de manifestatie My name is Spinoza van start gegaan. Er zijn bijeenkomsten, discussies, exposities en kunstprojecten, allemaal om proefondervindelijk uit te zoeken van hoeveel actuele betekenis het werk is van Baruch de Spinoza, de zeventiende eeuwse filosoof.

 

Mediamatic levert ook een bijdrage aan de manifestatie, en wel onder de titel WATSPINOZA? 

Ik heb meegewerkt aan het bedenken van de vragen, die door de hele stad op affiches staan en worden verspreid op kaartjes en via andere wegen. Het zijn vragen waarvan we hopen dat ze een reeks vervolg-vragen en gedachten op gang brengen, die mensen in de buurt brengen van het werk van Spinoza of op z’n minst nieuwsgierig maken naar het verband tussen die media-uitingen en de denkbeelden van Spinoza.   

 

Het project bestaat uit een expositie bij Mediamatic (Vijzelstraat 72), een website (waar iedere verspreide vraag een eigen discussie-forum heeft waarop commentaar te leveren is via internet of sms) en onvoorspelbare, nog geheime acties en uitingen.

 

Op de website publiceer ik twee teksten over Spinoza. Een klein inleidend stukje en een kort essay onder de titel Vuur en Glas,  over de lectuur van de Ethica vandaag de dag en waarom het nog steeds een gevaarlijk boek is.  

May 10, 2009

Voice

Filed under: Beeld, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 10:17 am

May 7, 2009

Manhattan Typewriter Wish

Filed under: Op straat, Schrijfmachine, typecasts — Dirk van Weelden @ 6:00 pm

  

De eerste Gids-lezing: 15 mei 2009

Filed under: De Gids, Gelezen — Dirk van Weelden @ 9:16 am

 

 

Eerste Gids-lezing: VIVA BACTERIA!

 

 

Lynn Margulis: Beyond Darwin: 3800 Million Years of Evolution of Life on Earth

 

Han van der Vegt: Twee gedichten voor Charles Darwin

 

Tijdens de eerste Gids-lezing zal een eerbetoon worden gebracht aan Charles Darwin door in de beste wetenschappelijke traditie zijn evolutietheorie zo stevig en precies mogelijk te bekritiseren. Niemand kan dat beter dan Lynn Margulis, Distinguished University Professor Geosciences aan de universiteit van Massachusetts-Amherst, en schrijver van opwindende boeken als Symbiotic Planet, What is Life (met haar zoon Dorion Sagan) en Acquiring Genomes. Margulis werd als evolutiebioloog wereldberoemd met haar theorie dat bacteriën tijdens de eerste drie miljard jaar van de evolutie meermalen met elkaar zijn versmolten, waarbij de cellen ontstonden van dieren, planten en de andere ‘hogere’ levensvormen, al naar gelang welke bacteriën met elkaar in symbiose gingen leven. Ons eigen lichaam is volgens Margulis in feite een gigantische verzameling bacteriën die zich georganiseerd hebben in cellen en organen, en die met z’n allen zo op elkaar inwerken dat ze een zelfstandig organisme zijn gaan vormen - wij. Tegelijk zijn we deel van een ander, groter organisme dat de aarde omvat: de biosfeer oftewel ‘Gaia’. Margulis’ belangstelling loopt van het allerkleinste tot het allergrootste leven, van geologische voorwerelden tot het leven gezien als kosmisch fenomeen. Lynn Margulis is een van de weinige wetenschappers ter wereld die nog een alomvattende visie hebben, en ze slaat er iedereen mee om de oren die meent dat bacteriën alleen maar ziektekiemen zijn.

Margulis’ (Engelstalige) lezing wordt vooraf gegaan door een optreden van de Nederlandse dichter Han van der Vegt, die zijn ‘anti-darwiniaanse’ poëzie over bacteriën zal voordragen - dit geheel in de traditie van De Gids, het enige blad waarin wetenschappelijke artikelen, poëzie, verhalen en essays gelijkwaardig naast elkaar worden gepubliceerd.

Gids-redacteur Arjen Mulder zal de avond inleiden.

 

Vrijdag 15 mei, 20.00 uur, De Rode Hoed, Keizersgracht 102 te Amsterdam, 020-6385606.

Entree € 9 (aan de deur) / € 10 (via internet; www.rodehoed.nl), studenten halve prijs.

 

d e    g i d s – l e z i n g    w o r d t    m o g e l i j k    g e m a a k t    d o o r     h e t    s n s    r e a a l    f o n d s

 

http://www.literairtijdschrift-degids.nl/ 

 http://www.literairetijdschriften.info/

April 23, 2009

Martin Bril

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 1:03 am

Martin Bril is vanavond overleden. We waren vrienden en broers in de letteren sinds 1978.  

April 4, 2009

New York

Filed under: Uncategorized — Dirk van Weelden @ 12:04 am

 

 

 

Op een van de eerste dagen dat ik hier alleen door de stad liep plensde het. Wandelaars, flaneurs, toeristen, ze waren voor het leeuwendeel uit beeld verdwenen. Ik moest terug naar huis, naar mijn kleine maar goed uitgeruste appartement in de Upper East Side. 

 

Ik werd omringd door mensen die liepen, dribbelden en schuifelden richting subway station. Om ons heen de grote oude dierenlichamen van de wolkenkrabbers rond Wall street. Vermoeide gezichten, grote lelijke jassen en regenlaarzen tegen het weer. Een beetje norse sfeer hing er wel in de menigte die in een ongehaast  tempo in de ondergrondse wereld afdaalde. Op de smalle trap, -met metalen platen om de rand van de treden te beschermen, zo onstellend versleten dat  ze glommen als een pasgepoetste zilveren theepot-, werd ik heerlijk rustig vanbinnen. 

 

De regen verenigde me met de New Yorkers. We waren allemaal even nat. Allemaal om een uur of zes op weg naar huis. Ik na een dag opnames voor de televisie-documentaires, zij na een dag op een bank, een reclamebureau, een reisbureau, een overheids-instelling. Een New Yorker kon ik mezelf nog lang net noemen, maar ik onderging een moment dat, hoe vluchtig het ook was, niets anders behelsde dan New Yorker-worden. 

 

New York is nog steeds een van de voornaamste podia waar het wereldgebeuren in al zijn rauwheid en dynamische glorie wordt opgevoerd. Maar het is ook een onbeschaamd zelfbewuste, nostalgische stad geworden. Alsof ergens in de jaren negentig massaal besloten is dat men de toekomst -hoe die ook zal zijn- zal gaan vormgeven naar het ideaalbeeld dat de stad van zichzelf heeft: de stijl die hier heerste tussen pakweg 1925 en 1965. Huizen, parkjes, gevels, die in een eerdere periode zonder genade of spijt zouden zijn gesloopt, vermalen en als puin onder een neiuw viaduct gebruikt, zijn nu hsitorisch monument en een object van trots, kopieerdrift, toeristische aandacht. Met de komst van het toerisme zijn de New Yorkers als een toeist naar hun eigen geschiedenis gaan kijken. En godallemachtig, wat is het dan opeens een stokoude stad. Wat is hier veel begonnen, versleten, kapot gegaan, verloederd en afgestorven en weer fris en jong opnieuw begonnen!

 

Nog tot eind april loop ik hier rond. Af en toe heb ik tijd om iets op te schrijven. Om een schrijfmachine te zoeken. Ik wil naar huis met een Olivetti Lettera 22 van rond 1960. Zondag ga ik voor het eerst op zoek. Op een rommelmarkt in Brooklyn, Lafayette Avenue.

February 20, 2009

Solaris lezing

Filed under: Beeld — Dirk van Weelden @ 8:21 pm

  Vorig jaar december hield in in de bioscoop Lantaarn/Het Venster een lezing over de film Solaris van Andrej Tarkovsky uit 1972. Dat was in het kader van een eerste-jaars cursus Filosofie van de Erasmus universiteit. Het idee was dat de studenten een aantal filosofische thema’s zouden leren begrijpen naar aanleiding van een reeks klassieke cinema-werken. Lezingen over de films zouden de gedachten op weg helpen.Voorafgaand aan de film hield ik dit verhaal.  

Solaris

 

Het woord Solaris is de titel van een roman van Stanislav Lem, gepubliceerd in 1961 in Warchau in de toenmalige Volksrepubliek Polen, de titel van de film die Andrej Tarkovsky maakte in de Sovjet Unie voor MosFilm in 1972 en de titel van de Steven Soderberg film van 2003, gemaakt in de Verenigde Staten van Amerika. In al die verhalen is Solaris de naam die gegeven is aan een planeet.

In het boek van Lem bestudeert de mensheid al een slordige eeuw de planeet Solaris. Er is zelfs een tak van wetenschap ontstaan die solaristiek heet en zich uitsluitend bezig houdt met het bestuderen van die ene planeet. Waarom? Omdat dit hemellichaam, waarvan het oppervlak geheel uit een oceaan bestaat, de voornaamste kandidaat is als het gaat om leggen van  contact met een andere, niet-menselijke intelligente levensvorm. Er komen geen kwijlende reuzeninsecten voor op Solaris, geen grijze elfjes met lange dunne armen en bolle ogen of stoere krijgers met gepantserde voorhoofden en zwarte dreadlocks.

Nee, de planeet als geheel lijkt een intelligent wezen. Het probleem is alleen dat het in al die honderd jaar niet gelukt is om met dit wezen te communiceren. Als er al van een vorm van leven en denken te spreken is in het geval van Solaris, dan doet de planeet dat op een manier die alle denkbare menselijke kaders te buiten gaat. De roman begint op het moment dat de solaristiek in een impasse terecht is gekomen. De wetenschappers zijn ten einde raad en denken erover hun pogingen contact te leggen met Solaris te staken.

Een geestig uitgangspunt. Het is meteen duidelijk dat het verhaal dat zal volgen de grenzen en dubbelzinnigheden, de paradoxen of zelfs de absurditeiten tot onderwerp zal hebben van wat we trots het unieke menselijke vermogen noemen om de natuur en het universum te begrijpen. Bacteriën, jaguars, slechtvalken, termietenkolonies en gorilla-families kunnen dingen waartoe mensen niet in staat zijn, maar mensen hebben taal en intelligentie en zetten de informatie die hun zintuigen oppikken daarmee om in kennis. In tegenstelling tot planten en dieren hebben mensen een geschiedenis, ze maken kunst en kunnen de manier waarop ze leven in technische en sociale zin naar eigen inzicht ingrijpend veranderen. 

.   Lees verder 

Newer Posts »

Powered by WordPress